Lichaam en geest zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden

Tekst eerder verschenen in de Tarotagenda 2011 van uitgeverij Schors.

Thema: Welzijn, een gezonde geest in een fit lichaam

Lichamelijke klachten moet je altijd serieus nemen. Soms is de oorzaak van onschuldige aard en kun je hier gemakkelijk zelf iets aan doen, maar in sommige gevallen is de oorzaak moeilijker vast te stellen en moet je wat dieper ‘graven’ om uit te vinden wat er aan de hand is. Zeker als je vaak last hebt van een bepaalde kwaal of een bepaald soort pijn, is het belangrijk eens na te gaan waar dit vandaan komt en wat je onderbewustzijn je hiermee probeert te vertellen. 

Wanneer de pijn incidenteel is, of wanneer er sprake is van een ongeval, geeft dit voornamelijk informatie over de huidige situatie waar iets aan veranderd dient te worden. Terwijl steeds terugkerende pijn of ziekte een teken kan zijn, dat er sprake is van verborgen verdriet of onverwerkte emotionele pijn die opgeslagen zit in het onderbewustzijn. 

Herken je één en ander in jezelf, probeer dan eens te achterhalen wat de werkelijke, achterliggende oorzaak is van de steeds terugkerende pijn. Dit kunnen zowel gebeurtenissen/ervaringen uit het verleden zijn, als uit het heden.

Niet voor niets zijn er ontzettend veel spreekwoorden en gezegden die in verband staan met ons lichaam. Ik geloof in oude wijsheid en ik geloof ook zeker dat bepaalde klachten ons juist datgene willen vertellen als waar deze spreekwoorden en gezegden voor staan.

Bezoek bij aanhoudende klachten altijd een arts!

Achterhoofd (pijn) 

Niet op je achterhoofd gevallen zijn: je bent slim. (Je bent slimmer dan je denkt, pak de dingen anders aan, denk creatief en volg je gevoel!) 

Ogen in je achterhoofd hebben: je hebt alles in de gaten, bewust of onbewust let je overal op. (Waarom wil je alles zien en/of weten? Zal het je niet veel meer rust geven, wanneer je wat meer los laat?) 

Armen (pijn, stijfheid, blessure, verwonding) 

Iemand in de arm nemen: iemand om hulp/advies vragen. (Ben je bereid te helpen of liever niet?) 

Weinig armslag hebben: weinig mogelijkheden hebben, vooral op financieel gebied. (Wordt het niet eens tijd je financiën op orde te brengen? Ook stress en/of zorgen op financieel gebied kunnen een negatieve invloed hebben op je gezondheid.) 

Been/poot (pijn, stijfheid, blessure, verwonding) 

Iets of iemand is een blok aan je been: je wordt gehinderd in je doen en laten. (Wat/wie irrriteert jou en/of beperkt je in je vrijheid?) 

Steen en been klagen: veel klagen. (Is je ontevredenheid terecht? Probeer de dingen eens op een meer positieve manier te bekijken!) 

Op het verkeerde been gezet worden: (opzettelijk) in de war gebracht worden. (Wie neemt je in de maling en waarom wil/kun je dit niet zien?) 

Een buitenbeentje zijn: je bent anders dan anderen. (Voel je je anders dan de rest en ben je er trots op dat je uniek bent of lijd je eronder?) 

Je poot stijf houden: niet toegeven. (Blijf bij je standpunt, maar sta zo nu en dan ook open voor compromissen, dat kan geen kwaad) 

Billen/kont 

Wie zijn billen brandt... moet op de blaren zitten: je hebt iets gedaan (in een impulsief moment?) wat je beter niet had kunnen doen. (Wat heb je hiervan geleerd?) 

Je kont tegen de krib gooien: je bent in de contramine. (Waarom ben je zo koppig en wil je niets toegeven?) 

Je kont niet kunnen keren: je hebt (letterlijk) geen ruimte om te kunnen bewegen. (Voel je je beperkt, heb je meer ‘ruimte’ nodig?) 

Iemand in de kont kruipen: iemand overdreven vleien/prijzen om er zelf beter van te worden. (Wie probeert bij jou in de gunst te komen op een hinderlijke manier? Ben je hier van gediend? Zo niet, zeg er iets van. Of probeer jij zelf een wit voetje bij iemand te halen? Waarom?) 

Borst 

Een hoge borst opzetten: je toont je trots. (Je bent trots... of zou dit moeten zijn.) 

Maak je borst maar nat: bereid je maar voor. (Er staat je een moeilijke periode te wachten, maak je je hier zorgen om?) 

Jezelf op de borst slaan: jezelf uitbundig prijzen. (Ben je misschien te vol van jezelf? Waarom? Is niemand anders het?) 

Het stuit je tegen de borst: het staat je tegen. (Heeft iets of iemand je gekwetst, heb je ergens afkeer van? Kun je hierover praten?) 

Botten 

Het nog in de botten hebben zitten: je bent er nog niet vanaf. (Heb je zoveel nare ervaringen te verwerken gekregen dat je niet goed weet hoe dit alles te verwerken?) 

Botje bij botje leggen: iedereen dient zijn (financiële) steentje bij te dragen. (Laat je anderen voor jouw kosten opdraaien of laat jij je juist voor andermans karretje spannen? In beide gevallen is het verstandig hier verandering in aan te brengen.) 

Buik (pijn, darmklachten, diarree, obstipatie) 

Er de buik vol van hebben: er genoeg van hebben. (Heb je ergens schoon genoeg van maar weet je niet hoe je er onderuit kunt komen of eea kunt loslaten?) 

Vlinders in de buik hebben: verliefd zijn. (Ben je verliefd? Is het wederzijds? Hoe kun je meer zekerheid krijgen?) 

Een holle darm hebben/zijn: je bent een gulzigaard. (Eet je wel gezond?) 

Ellebogen (pijn, stijfheid, blessure, verwonding) 

Met de ellebogen werken: vooruit komen door anderen opzij te duwen. (Hoe graag wil je je doel bereiken? Ten koste van wie of wat?) 

Het achter de ellebogen hebben: je bent erg ambitieus, maar niet helemaal eerlijk. (Doe je je anders voor dan je bent? Hoe voel je je hieronder?) 

Gal (galblaas, galstenen, misselijk, overgeven)

Je gal spuwen: je onvrede uiten. (Of zou je dit moeten doen? Communiceer!) 

Verbitterd zijn: je wordt verteerd door haat en tegenslagen. (Het bittere gal verteert je vanbinnen, waardoor je naar buiten toe ook alleen maar bitter kunt zijn. Hierdoor wordt je leven niet leuker: negatieve gedachten en gedrag trekken enkel negatieve energie aan!) 

Geslachtsdelen 

Zich in het kruis getast voelen: beledigd zijn. (Heeft iemand je voor paal gezet of diep beledigd en kun je dit niet verkroppen?) 

Op z’n pik getrapt zijn: beledigd zijn. (Heeft iemand je gekwetst/beledigd en kun je hier niet goed mee omgaan?) 

Naar de kloten gaan: helemaal verkeerd aflopen. (Waarom pleeg je roofbouw op je leven, waarom zorg je niet goed voor jezelf?) 

De pik op iemand hebben: een hekel aan iemand hebben. (Word je verteerd door wrok, wraak of bitterheid en reageer je dit op een ander af?). Let op: deze uitdrukking betreft ‘pikken’ en/of ‘pikorde’! Vergelijk ‘in z’n kuif gepikt’ zijn: beledigd zijn. 

Gezicht (pijn, verwonding)

Twee gezichten hebben: je bent niet eerlijk. (Wat is je ware aard?)

Geen gezichtsverlies willen lijden: je wilt niet afgaan, bent bang een figuur te slaan. (Durf je vergissingen toe te geven, het is menselijk!)

Je gezicht willen redden: je wilt voorkomen dat je voor aap staat. (Wees eerlijk over hetgeen je verkeerd hebt gedaan en leer hiervan. Dat gebeurt iedereen wel eens!)

Een stalen gezicht hebben/opzetten: je laat je niet kennen, verbergt je emoties. (Wat is er erg aan lachen, huilen, boos of blij zijn? Je bent mens!)

Haar (pijn, uitval)

De haren rijzen je te berge: je bent ergens bang voor, iets jaagt je angst aan. (Is dit relevante angst? Of heb je vooral angst voor de angst?)

Je trekt je de haren uit het hoofd: je hebt ergens enorm veel spijt van. (Kun je dit nog goed maken? Hoe?)

Iets strijkt je tegen de haren in: iets of iemand prikkelt je op een negatieve manier. Je bent hierdoor geërgerd of geïrriteerd. (Kun je er iets van zeggen? Je kunt nu eenmaal niet met iedereen vriendjes zijn... Geef je grenzen duidelijk aan!)

Hals (pijn, stijfheid, verwonding, uitslag)

Zich iets op de hals halen: je zadelt jezelf met iets op. (Trek je alle verantwoordelijkheden en verplichtingen naar je toe? Waarom?)

Zich iemand van de hals houden: je laat anderen niet dichterbij komen. (Wat gepaste afstand houden van onbekenden is niet verkeerd, maar doe je dit ook bij mensen van wie je houdt?)

Halsoverkop iets ondernemen: je gaat te overhaast te werk. (Waarom neem je niet meer tijd?)

Handen (pijn, stijfheid, blessure, verwonding)

Het heft in eigen hand nemen: je neemt zelf initiatief. (Of zou je dit moeten doen?)

Twee linkerhanden hebben: je bent onhandig. (Ook met het uiten van je gevoelens?)

IJzer met handen willen breken: je wilt het onmogelijke. (Stel duidelijk je eigen grenzen en respecteer die van een ander ook!)

Iemand op handen dragen: je plaatst iemand op een voetstuk. (Gaat dit niet ten koste van jezelf?)

Iets of iemand naar je hand zetten: jouw wil opleggen. (Doe je wel eens iets belangeloos voor een ander?)

Hart (pijn, kloppingen, onregelmatige hartslag, hartklachten, hoge of lage bloeddruk)

Een goed hart hebben: je doet goed en voelt je daarom ook goed! (Doe jij hetgeen je hoofd wil, of hetgaan je hart zegt?)

Iemand een warm hart toedragen: je hebt het goed met iemand voor. ( Ben jij wel echt zo positief ingesteld naar anderen toe?)

Je met hart en ziel aan iets/iemand wijden: je helemaal voor iets/iemand inzetten. (Waarom cijfer je jezelf weg?)

Een gebroken hart hebben: liefdesverdriet hebben. (Ben je ziek van de liefde?)

Met bloedend hart iets doen: je doet iets niet van harte, maar (sterk) tegen je gevoel in. (Soms is het beter naar je verstand te luisteren...)

Met kloppend hart iets doen: met angst en/of spanning iets doen of moeten afwachten. (Ben je gespannen? Waarvoor?)

Iets is een pak van je hart: je bent opgelucht. (Opluchting werkt bevrijdend! Op welk gebied hoop jij op een bevrijding?)

Met je hand op je hart beloven: je meent iets eerlijk en oprecht. (Is dat wel zo?)

De schrik slaat je om het hart: je bent ergens vreselijk van geschrokken. (Ben je bang dat het nog eens gebeurt?)

Je hart uitstorten/luchten: je neemt iemand in vertrouwen en zegt alles wat je ‘op je hart/lever’ hebt (Of zou je dit moeten doen?)

Hersenen (zorgen, wanen, gedrag)

Zich de hersens pijnigen: je probeert je iets te herinneren of een oplossing te bedenken voor een huidig probleem. (Luister meer naar je intuïtie in plaats van naar je verstand!)

Een kronkel in de hersens hebben: je ziet het niet helemaal helder. (Je hebt geen realistische kijk op de zaken. Of wil je het niet zien?)

Hielen

Iemand op de hielen zitten: iemand achtervolgen en bijna te pakken hebben. (Wie zit er op een hinderlijke manier achter je aan? Kun je hier iets van zeggen? Zo nee, waarom niet? Of loop jij als een dolle achter iemand anders aan? Waarom?)

De hielen lichten: er vandoor gaan. (Loop je weg voor iets of iemand? Waarom?)

Hoofd/kop (pijn, verwardheid, zorgen)

Een hard/zwaar hoofd in iets hebben: je hebt ergens weinig vertrouwen in. (Blijf positief!)

Met je hoofd tegen de muur lopen: je krijgt geen medewerking, waardoor je niet kunt bereiken wat je wenst. (Forceer niets, het heeft geen enkele zin. Leg je er voorlopig even bij neer!)

Ergens een punthoofd van krijgen: je grens is bereikt, je hebt er nu genoeg van! (Doe even iets voor jezelf, zeg ‘nee’!)

Zich over de kop werken: je werkt te hard! (Denk aan je gezondheid en neem rust!)

De kolder in de kop hebben: je doet gekke dingen, bent (even) niet voor rede vatbaar. (Ben je op hol geslagen? Waardoor?)

Je breekt je hoofd ergens over: je probeert een oplossing te bedenken, maar je komt er niet uit. (Zijn deze zorgen gegrond? Doe er iets aan in plaats van enkel erover blijven tobben!)

Een bord voor je kop hebben: je bent niet in staat stille hints op te pikken of zelfs regelrechte kritiek te herkennen, maar gaat gewoon door met waar je mee bezig bent. (Wil je bepaalde dingen niet zien? Waarom niet?)

Huid/vel (roodheid, eczeem, gordelroos, alle vormen van uitslag, allergie, irritatie, acné, verwonding)

Een olifantshuid/dikke huid hebben: je kunt veel incasseren. (Is dit werkelijk zo, of lijkt dit slechts zo aan de buitenkant?)

In een slechte huid steken: je bent niet optimaal gezond. (Erger je je aan iets? Durf je je niet te uiten? Of iets niet te vertellen?)

Iemand op de huid zitten: iemand bemoeit zich voortdurend met je. (Erger je je hieraan en durf je er niets van te zeggen?)

Uit je vel springen: je bent woedend! (Praat erover, toon je woede desnoods, maar krop het niet op!)

Niet lekker in je vel zitten: je bent niet helemaal fit. (Zoek naar de oorzaak.)

Keel (pijn, ontsteking, infectie, gezwollen, stemproblemen, heesheid)

Iets/iemand hangt je de keel uit: je bent iets/iemand helemaal zat! (Durf je hierover uit te spreken! Durf jezelf te laten horen!)

Een brok in je keel krijgen: iets ontroert je zó, dat je even niet kunt spreken. (Je bent sprakeloos, toon je emoties...) Bij intense emoties zwelt de schildklier op, waardoor je het gevoel krijgt een ‘brok in de keel’ te hebben. Wanneer je regelmatig schildklierklachten hebt: krop je iets op? Durf je iets niet te vertellen?)

Het hart klopt je in de keel: iets/iemand maakt je zo zenuwachtig, dat je niets meer kunt uitbrengen. (Laat een ander niet jouw leven bepalen of jouw beslissingen beïnvloeden.)

Alles van iemand slikken: je durft iemand niet tegen te spreken. (Waarom pas je je voortdurend aan?)

Knieën

Met knikkende/trillende knieën: je voelt je niet stevig op je benen staan. (Ben je bang voor iets/iemand? Waarom?)

Door de knieën gaan: je geeft je gewonnen aan iets of iemand. (Is het nodig iets/iemand op te geven en heb je hier moeite mee?)

Lever

Iets op je lever hebben: er zit je iets dwars. (Wil je iemand iets vertellen maar weet je niet hoe?)

Een droge lever hebben: (figuurlijk) dorst hebben. (Drink je teveel alcohol dan goed voor je is? Waarom? Wat probeer je te ‘verdrinken’?)

Lichaam/lijf

Iemand het hemd van het lijf vragen: iemand van alles en nog wat vragen. (Wie bemoeit zich op een onaangename manier met jou en jouw leven? Of met wie bemoei jij je op een ongezonde manier?)

Aan mijn lijf geen polonaise: daar heb ik geen zin in. (Wees eerlijk over met wie je wel of niet wilt omgaan, waar je wel of geen zin in hebt.)

Lippen (pijn, verwonding, koortslip)

Het brandt je op de lippen: je wilt dolgraag iets vertellen. (Maar mag of kun je dit niet?)

Je op de lippen bijten: je amper kunnen inhouden, van woede of plezier. (Maar heb je hier moeite mee?)

Longen (pijn, ontsteking, infectie, allergieen, cara, benauwdheid)

Zich de longen uit het lijf hoesten: je hebt vreselijke hoestbuien. (Waar krijg je het zo benauwd van?)

Geen lucht krijgen/iets benauwt je: iets of iemand beperkt je enorm in je vrijheid. (Je wordt behandeld zoals je je laat behandelen. Waarom sta je dit toe?)

Iemand niet kunnen luchten of zien: je hebt een hardgrondige hekel aan iemand. (Waarom ga je nog met hem/haar om?)

Maag (pijn, misselijkheid, maagzuur, oprispingen, braken, problemen met de galblaas, buikholte)

Ergens mee in je maag zitten: je zit ergens mee of ziet ergens tegen op. (Durf meer te communiceren en je grenzen aan te geven!)

Iemand splitst je iets in de maag: iemand zadelt je ergens mee op. (Waarom zeg je geen ‘nee’?)

Iets ligt als een steen/zwaar op de maag: iets is moeilijk te verteren. (Kom meer voor jezelf op! Wat kan en moet je zelfs niet meer accepteren?)

Je maag draait om: je wordt letterlijk niet goed uit afschuw/afkeer. (Wat staat je zo tegen? Voedsel of... angst, onzekerheid, woede, etc?)

Mond (pijn, verwonding, (tijdelijk) niet kunnen praten, teveel praten, heesheid)

Een grote mond, maar een klein hartje hebben: je doet stoer, maar bent in wezen snel ontroerd. Of bang... (Durf je je ware emoties niet te tonen? Waarom niet?)

Niet op je mondje gevallen zijn: je durft van je af te bijten en/of je hebt altijd een antwoord klaar. (Of zou je dit moeten leren?)

Iemand naar de mond praten: iemand gelijk geven om een meningsverschil te ontlopen. (Wat win je hiermee? Durf je het niet of is het gemakzucht?)

Ergens de mond vol van hebben: je praat voortdurend over iets, maar je maakt het niet waar. (Probeer je doel te bereiken. Willen is kunnen!)

Waar het hart vol van is, loopt de mond van over: je bent zo vol van iets/iemand, dat je er steeds over praat. (Je ziet nu alleen de mooie kanten, maar verlies je de realiteit niet uit het oog?)

Nagels (broze nagels, verwonding, verliezen van)

Geen nagel hebben om je kont te krabben: je hebt geen cent te makke, je bent blut. (Breng je financiën op orde, desnoods met hulp.)

Iemand het bloed onder de nagels vandaan halen: je wordt vreselijk getreiterd. (Blijf kalm en negeer deze persoon, verlaag je niet tot zijn/haar niveau.)

Iets of iemand is een nagel aan je doodskist: iets of iemand bezorgt je behoorlijk wat stress. (Zoek hier een oplossing voor, laat een ander niet jouw humeur en daarmee je gezondheid verpesten!)

Nek (pijn, stijfheid, verwonding)

Er wordt je iets in je nek geschoven: iemand anders zadelt jou met iets op. (Durf je geen ‘nee’ te zeggen? Waarom niet?)

Je nek uitsteken: iets riskeren. (Doe je dit voor jezelf of voor iemand anders? Kan diegene dit niet zelf? Waarom niet?)

Tot aan je nek ergens inzitten: je hebt zoveel problemen/schulden dat je er haast niet meer uit komt. (Hoe ben je hierin verzeild geraakt? Vraag hulp!)

Iemand de nek toekeren/met de nek aankijken: iemand minachten. (Waarom? Heb je hier een goede reden voor of is het gebaseerd op vooroordelen?)

Neus (pijn, bloeding, verwonding)

Doen alsof je neus bloedt: je houdt je van de domme, maar je weet precies waar het om gaat. (Waarom vraag je negatieve aandacht? Of is het positieve tactiek, bijv. omdat iemand je het bloed onder de nagels vandaan probeert te halen?)

Je neus stoten: je wordt afgewezen. (Hoe ga je hiermee om?)

Iemand iets door de neus boren: ervoor zorgen dat een ander iets misloopt. (Dit kan jou ook overkomen. Accepteer je dit?)

Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht: je hebt iets doms of verkeerds gedaan, wat voor iedereen duidelijk is. (Er zijn geen excuses. Probeer je gezicht te redden door de schade te beperken/herstellen.)

Je neus in andermans zaken steken: je met zaken bemoeien die je niet aangaan. (Wees niet te nieuwsgierig en geef geen ongevraagd advies: dit wordt als onprettig ervaren!)

Ogen (pijn, droog, prikken, ontsteking, verwonding)

Iets met droge ogen aanzien: je bent niet snel ontroerd of geroerd. (Wat blokkeert je gevoel?)

Iets met lede ogen aanzien: vervuld van spijt of afgunst iets laten gebeuren, zonder er iets aan te kunnen veranderen. (Wees nooit jaloers op een ander, wees blij met wat je wel hebt! Denk hierbij aan gezondheid, een fijn gezin, etc.)

Een oogje toeknijpen: een fout(je) niet bestraffen. (Waarom wil je iemand sparen? Uit medeleven of om aardig gevonden te worden/geen ruzie te krijgen?)

Iemand recht in de ogen kunnen kijken: je hebt niets te verbergen. (Kun je dit, dan ben je een oprecht persoon! Wees trots op jezelf!)

De ogen sluiten voor iets: je wilt iets niet zien. (Wat kun je niet verdragen en waarom niet?)

Oren (pijn, ontsteking, hardhorendheid, verwonding)

Je oren tuiten ervan: je hebt zoveel gehoord, dat er even niets meer tot je doordringt. (Tijd voor een pauze! Laat deze informatie eerst maar even bezinken.)

De oren voor iets sluiten: je wilt bepaalde dingen niet horen. (Zodat je je innerlijke stem niet kunt horen? Wie niet horen wil ...?)

De oren laten hangen: je hebt de moed opgegeven. (Negatieve gedachten trekken negatieve energie aan, positieve gedachten trekken positieve energie aan!)

Polsen ( pijn, stijfheid, blessure, verwonding)

Iets uit de losse pols doen: je doet iets met gemak, zonder voorbereiding. (Kun je goed improviseren of ben je juist te gemakzuchtig ten opzichte van... ?)

De vinger aan de pols houden: iets in de gaten houden. (Wil je alles onder controle houden, overal bij betrokken zijn en blijven? Wie houdt jou in de gaten wat je als last ervaart, of omgekeerd? Wie dient wie los te laten?)

Ribben

Iets is een rib uit je lijf: je kunt dit nauwelijks betalen. (Heb je financiële zorgen? Kun je hier iets aan doen?)

Je ribben kunnen tellen: je bent erg slank, om niet te zeggen mager! (Zorg je wel goed voor jezelf? Of heb je misschien iets onder de leden?)

Rug

Met de rug tegen de muur staan: er is geen uitweg meer. (Heb je het gevoel geen kant op te kunnen? Er is altijd een uitweg ook al is die niet makkelijk, hij is er.)

Veel achter de rug hebben: er is veel gebeurd. (Heb je zoveel meegemaakt dat het voelt als een zware last? Hoe kun je de emotionele pijn verlichten?)

Iemand de rug toekeren: niet meer met iemand omgaan. (Distancieer je je van iemand? Is dit terecht of heb je er spijt/schuld gevoelens over?)

Geen ruggegraat hebben: je bent niet sterk. (Geef je altijd iedereen zijn zin? Waarom? Durf je geen eigen mening te hebben? Waarom niet?)

Schenen

Iemand het vuur aan de schenen leggen: iemand het niet gemakkelijk maken. (Maakt iemand je het moeiljk, probeer je dit te ontwijken?Of maak je het zelf iemand bar lastig?)

Iemand tegen de schenen schoppen: iemand onaangenaam raken. (Voel je je gekwetst door iemand maar durf je hem/haar dit niet te zeggen? Of heb je zelf iemand gekwetst? Was dit nodig?)

Schouders (pijn, stijfheid, blessure, verwonding)

Je schouders ophalen: je bent onverschillig, weet er niet veel vanaf. (Aan wie of wat zou je meer aandacht moeten besteden of meer interesse dienen te tonen?)

Iets op je schouders nemen: je neemt verantwoordelijkheid. (Doe je dit van harte?)

Sterke schouders dragen de zwaarste last: je krijgt een zware verantwoordelijkheid in letterlijke of figuurlijke zin. (Kun je dit wel aan?)

Tanden en/of kiezen (pijn, ingreep, verwonding)

Je tanden in iets zetten: je doet je uiterste best iets te bereiken. (Je toont wilskracht, maar bijt je er niet te stevig in vast!)

Je tanden op iets stuk bijten: je moeite is tevergeefs. (Zie in wanneer het genoeg is...Vaak lost het probleem zich vanzelf op, als je er geen probleem van maakt.)

Je wordt aan de tand gevoeld: iemand probeert je uit te horen of te doorgronden. (Laat je niet in de kaart kijken!)

Iets voor de kiezen krijgen: je krijgt iets naars te verduren/verwerken. (Wees voorbereid en sla je er door heen. Je zult er van leren!)

De kiezen op elkaar houden: je zult nog even moeten doorzetten. (Maar het einde is in zicht, je doorzettingsvermogen wordt beloond!)

Tenen

Lange tenen hebben: je bent snel op je teentjes getrapt. (Ben je snel beledigd, voel je je snel aangesproken? Waarom ben je zo onzeker?)

Op je tenen lopen: je moet je groter voordoen dan je bent. (Heb je het gevoel dat je niet jezelf kunt zijn bij anderen? Of bij één specifiek persoon? Waarom?)

Tenenkrommend: ergerlijk en gênant tegelijk. (Erger je je hopeloos aan iets/iemand? Verbreek het contact of spreek het uit.)

Tong (pijn, verwonding, uitslag, opgezwollen)

Je tong kunnen afbijten: je hebt spijt van wat je hebt gezegd. (Kun je het nog goedmaken?)

Op je tong bijten: je probeert je in te houden. (Kost dit je moeite? Is het werkelijk nodig?)

Het hart op de tong dragen: je zegt wat je denkt. (Soms is dat goed, soms is wat meer tact gewenst...)

Vingers (pijn, stijfheid, blessure, verwonding)

Je hebt er aan iedere vinger één: aanbidders in overvloed. (Van wie hou je nu echt?)

Je hoeft maar met je vingers te knippen... en het gebeurt: je bent verwend (Men doet alles voor je, je krijgt alles wat je wilt. Is dit nog leuk?)

Je vingers branden: je neemt een risico dat ongunstig uitpakt. (Denk twee keer na voor je iets riskeert!)

Iemand tikt je op de vingers: iemand geeft je een berisping. (Kun je toegeven dat je fout zat?)

Bij de pinken zijn: je bent slim. (Maak hier geen misbruik van, maar behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden.)

Je houdt iemand onder de duim: je oefent druk uit op iemand, zodat hij/zei je gehoorzaamt. (Geeft dit je een gevoel van macht of zekerheid?)

Voeten

Op te grote voet leven: je geeft teveel geld uit. (Leef je boven je stand en raak je hierdoor in de problemen?)

Het wordt je heet onder de voeten: je wilt er vandoor gaan. (Voel je je opgejaagd door iets/iemand? Hoe ben je hierin verzeild geraakt?)

Voet bij stuk houden: je wijkt geen stap. (Ben je misschien te koppig? Is er geen compromis mogelijk?)

Voorhoofd (pijn, ontsteking)

Het staat op je voorhoofd geschreven: je kunt niet verbergen wat je echt denkt. (Is het niet beter gewoon te zeggen wat je denkt of te vertellen hoe je je voelt?)

Een stalen voorhoofd hebben: je toont geen enkele emotie. (Waarom niet? Wat heb je te verliezen als je eerlijk bent over je gevoelens?)

Het voorhoofd/wenkbrauwen fronsen (gebaar): je bent het er absoluut niet mee eens. (Kun je dit kenbaar maken en je mening rustig onderbouwen?)

Tegen het voorhoofd tikken (gebaar): je verklaart iemand voor gek. (Waar ben je mee bezig? Zorg voor jezelf, geef je grenzen aan, denk aan je eigen welzijn!)

Wangen (pijn, verwonding)

Iemand de andere wang toekeren: je houdt de eer aan jezelf door niet terug te slaan. (Of zou je dit juist wel moeten doen?)

Het schaamrood op de kaken krijgen: je bloost en voelt je opgelaten. (Waarom ben je onzeker? Wat maakt je zo bang?)

Wenkbrauwen (pijn, verwonding)

Op je wenkbrauwen lopen: je bent oververmoeid. (Ga op tijd naar bed, neem rust.)

Zenuwen

De zenuwen krijgen: heel zenuwachtig worden. (Wie of wat maakt je zo nerveus dat je het gevoel hebt de controle te verliezen?)

Iets werkt je op de zenuwen: je wordt ergens erg nerveus van. (Durf ook gewoon eens ‘nee’ te zeggen. Laat je niet leven door anderen.)