25. nov, 2018

Arendsogen

'Met Nathalie Kriek'

'Goeiemorgen Nathalie Kriek, je spreekt met...'

Een luide stem met een plat Amsterdams accent spreekt me toe via de telefoon.

'Luister, ik heb goeie verhalen over jou gehoord. Ik heb je hulp nodig'.

Ik voel me vereerd vanwege de kennelijk goede mond tot mond reclame, en vraag de man beleefd hoe ik hem van dienst zou kunnen zijn.

'Ik zou dat graag persoonlijk met je willen bespreken, het is nogal een verhaal. Wanneer heb je tijd?

Ik blader door mijn agenda.

'Volgende week vrijdag zou eventueel kunnen.'

Maar de stem neemt er geen genoegen mee. Het is nogal dringend en eigenlijk wil hij vanmiddag nog langskomen. Als het niet te veel gevraagd is.

Eigenlijk is dat het wel. Het is gillend druk vandaag en hoewel ik me normaliter niet zo snel laat overrompelen, geef ik de ongeduldige klant toch zijn zin. Na de goede berichten die hij over mij heeft gehoord - ik vraag me af van wie - wil ik hem niet teleurstellen. Ik ga wel een uurtje langer door vandaag.

Diezelfde middag staat de ongeduldige klant voor de deur.

Eerst komt er een grote bos bloemen binnen, gevolgd door het gezicht van een boomlange man met een enorme uitstraling.

'Een bloemetje voor de moeite, omdat je toch maar meteen tijd voor me hebt gemaakt'.

Dankbaar en verbaasd tegelijk pak ik de dure bos van hem aan. Het gebeurt niet vaak dat klanten bij hun eerste bezoek bloemen meebrengen.

'Dank u wel, komt u verder...'

Terwijl hij plaatsneemt aan tafel vraag wat hij wil drinken (koffie) en of hij er een koekje bij lust (lekker!)

'Zet eerst die bloemen maar effe in het water voor ze doodgaan', zegt hij. 'Dat zou zonde zijn, of niet!'

'Ik zet ze wel even in een emmer', antwoord ik vanuit de keuken.

'Heb je geen vaas?' vraagt hij verbaasd.

'Jawel, maar ik moet ze ook nog afsnijden en dat duurt even'.

'Doe maar', klinkt het vanuit de huiskamer. 'Ik heb de tijd'.

Ja, jij misschien wel, maar ik niet, denk ik bij mezelf.

Toch doe ik wat hij zegt. Misschien wil hij zien hoe ze op tafel staan. Dus nadat ik hem een beker dampende koffie heb voorgezet en een schaaltje boterkoekpunten, sta ik zomaar tien minuten te bloemschikken.

'Heerlijke boterkoek!' klinkt het smakkend uit de huiskamer. 'Zelf gebakken?'

'Zelf gekocht', antwoord ik flauw.

'Echt héérlijk!' herhaalt hij.

Het is heel gek, ik heb deze man nog nooit eerder ontmoet, maar we praten met elkaar alsof hij hier al jaren over de vloer komt. Hoewel hij behoorlijk dominant is, vind ik hem toch sympathiek. Hij heeft iets.

Wanneer ik met de vaas bloemen binnen kom, is het schaaltje leeg. Terwijl hij aan zijn koffie nipt, zegt hij: 'Kijk eens hoe prachtig!'

'Ja, mooi hè?'

'Zeker! Ja... de bloemen ook hoor...' lacht hij ondeugend terwijl hij me een knipoog geeft.

Omdat flirten met de cliënt niet tot het pakket behoort, ga ik er niet op in. In plaats daarvan ga ik tegenover hem zitten en vraag ik hem wat hem hier gebracht heeft.

Dan komt de aap uit de mouw.

'Ja, luister....ik ga binnenkort een handeltje met iemand beginnen. Niet legaal zeg maar. Die gozer met wie ik het ga doen, heeft wel hele goeie contacten, maar eerlijk gezegd heb ik over hem zelf niet zo'n goed gevoel. '

Terwijl hij me zo beknopt mogelijk uitlegt waar 'het handeltje' uit bestaat, hetgeen om ernstigere zaken gaat dan ik dacht, probeer ik zo gewoon mogelijk te blijven kijken. De klant is koning, hij mag me alles vragen.

'Kortom, ik kan een boel geld verdienen met hem, maar als ie me naait kan ik nog veel meer verliezen, zeg maar.'

'En nu wil je van mij weten of hij te vertrouwen is...' vul ik hem aan.

Hij grijnst tevreden.

'Jij snapt het.'

Ik geef hem de kaarten en laat hem deze schudden.

'Je hebt zeker geen foto van hem?' vraag ik.

'Nee, schat. Dat lijkt me niet zo handig'.

Voor de reading wel, denk ik, maar ik besluit mijn mond verder maar te houden.

Bij nader inzien blijkt een foto ook niet echt nodig. De kaarten die hij trekt en de manier waarop deze in het legpatroon vallen, zeggen eigenlijk al genoeg.

‘Ik zou het niet doen’, raad ik mijn cliënt af. Ik vertel hem eerlijk wat ik in de kaarten zie en waarom het niet verstandig is om met deze meneer in zee te gaan.

‘Godverdomme!’ vloekt hij, terwijl hij met zijn vuist keihard op mijn tafel slaat. ‘Ik wist het wel, de vuile gluiperd!’

Stoïcijns kijk ik hem aan. Niet reageren op deze woede uitbarsting lijkt me nu het beste. Zijn pikzwarte ogen spuwen vuur.

'Nog koffie?' leid ik hem af.

'Graag, heb je nog van die lekkere koek?'

Ik ga naar de keuken en zet hem een verse koffie en een nieuwe schaal boterpunten voor. Dat kalmeert hem.

‘Godverdomme….’ vloekt hij nu iets zachter. Ik trek mijn wenkbrauwen op. ‘Tja…’

‘Je hebt gelijk ook’, zegt hij inmiddels weer wat rustiger. ‘Ik ga het niet doen ook. Klootzak. Ik ben in ieder geval blij dat je eerlijk tegen me bent.’ Ik knik.

‘Uiteraard’.

Wanneer hij uiteindelijk met zijn jas aan weer bij de deur staat en ik hem de hand schud, houdt hij deze langer dan nodig vast en kijkt hij me met zijn arendsogen van dichtbij nogmaals doordringend aan. ‘Dit blijft wel tussen ons hè, schoonheid?’

‘Discretie verzekerd’.