Waargebeurd liefdesverhaal (12). Take care.

Waargebeurd liefdesverhaal (12). Take care.

Waargebeurd liefdesverhaal (12). Take care. Eindelijk heeft Lewis het gezegd. I love you. Nadat we hadden opgehangen klonken de woorden de hele avond nog na in mijn hoofd. Juist omdat het een eeuwigheid had geduurd voor hij deze woorden kon uitspreken wist ik dat hij het echt meende nu hij dit eindelijk had gedaan.

< Vorige                                                                                                                                              Volgende >

Waargebeurd liefdesverhaal (12). Take care.

Toen Lewis eindelijk had gezegd dat hij werkelijk van me hield voelde ik dat vanaf dat moment alles anders zou worden. En ik had gelijk. Alles wérd anders. Alleen wel op een héél andere manier dan ik had gehoopt.

Ongeveer een week na ons laatste telefoongesprek werd er een postpakket bezorgd. Een grote doos afkomstig uit Schotland. Ik herkende direct Lewis’ handschrift op het karton, hoekige blokletters in donkerblauwe ietwat vlekkerige inkt.

Blij verrast scheurde ik het plakband eraf maar al snel bleek dat het niet om een cadeautje ging zoals ik in eerste instantie had gedacht. Toen ik het pakket voor de helft had geopend herkende ik direct mijn eigen zwarte blouse die ik samen met nog wat kleding, boeken en andere spullen alvast in zijn flat had laten liggen.

‘Leave it’ had Lewis nog gezegd voordat hij me naar Glasgow Airport bracht. Ik had alles in mijn koffer gedaan maar hij vond het onzin dat ik alles weer mee naar huis zou nemen als ik een paar maanden later toch weer zou terugkomen.

Bij het zien van mijn blouse, jeans, jurk en de andere spullen die eronder lagen bekroop me direct een onheilspellend gevoel en versnelde ter plekke mijn hartslag.

Tussen de kleding zat een briefje. Een heel kort briefje:

 

‘Lola, I have met someone else, I’m sorry. I’m moving to another area. Don’t try to contact me. I hope you will find someone else who will be your boss.

Take care,

Lewis

 

Omdat hij nogal dominant en bezitterig was had ik hem altijd liefkozend ‘my big boss’ genoemd en nu schreef hij me doodleuk dat hij naar een andere streek ging verhuizen en dat hij hoopte dat ik iemand anders zou vinden die mijn ‘baas’ zou kunnen zijn. Alsof ik een noodruftige labrador was!

Na alles wat we het afgelopen jaar samen hadden meegemaakt, na bijna twaalf maanden wekelijks contact, het engelengeduld dat ik met deze man had gehad, onze verhuis – en trouwplannen, het kindje dat hij van me wilde en de serieuze pogingen die we hier zelfs al voor hadden gedaan kwam er nu zomaar een briefje van hem uit de lucht vallen. Een lullig kort briefje.

Hij had niet eens het fatsoen gehad om me dit persoonlijk te vertellen! Meneer had iemand anders ontmoet en dat was het.

Oh. En ik mocht ook geen contact meer met hem zoeken, lekker makkelijk. Typisch Lewis. Hij bande me gewoon van de ene op de andere dag uit zijn leven.

Niks praten, niks afscheid. Gewoon. Klaar. No problem!

Lewis viel in één keer van zijn voetstuk. Ik was zó ondersteboven van dit briefje dat ik er niet eens om kon huilen.

Een week geleden zei hij nog dat hij van me hield. En dat meende hij, dat wist ik zeker. Zo goed kende ik hem inmiddels wel. Ik had het gemerkt aan zijn manier van praten, ik had het gehoord in zijn stem, maar bovenal had ik het gevoeld.

Deirdre! fitste het ineens door mijn hoofd. Het was Deirdre!

Misschien was hij wel bij haar geweest toen ik hem belde en hij zei: ‘It’s not a good time now’… Maar vanwaar dan alsnog dat ‘I love you’ dat een paar dagen daarna volgde?

Hoewel ik plotseling overvallen werd door allerlei gedachten en er tig vragen in mijn hoofd op popten realiseerde ik me tegelijkertijd dat ik hier nooit de antwoorden op zou krijgen. En eigenlijk maakte het ook allemaal niets meer uit.

Wie of wat de reden ook was, het was over. Lewis wilde me niet meer.

Ik verscheurde het briefje, ruimde de boeken op die in het pakketje hadden gezeten en gooide de kleren die had opgestuurd in de wasmachine.

Wakker

Alles in het pakket bevatte nog steeds de geur van zijn huis, een mix van rook, hasj en het vleugje frisse lucht dat hij vaak tevergeefs door het open raam binnen probeerde te laten. Terwijl ik mijn neus in de voor zijn doen netjes opgevouwen kleding drukte en voor de aller laatste keer dat herkenbare luchtje opsnoof dacht ik: hij is niet eerlijk tegen me, dit klopt niet!

Maar het klopte wel. Sterker nog, waarschijnlijk was hij nog nooit zo eerlijk tegen me geweest als nu.

Terwijl de wasmachine draaide rukte ik het oorbelletje dat hij destijds zelf bij me had ingedaan nijdig uit mijn oor. Voor ik het sierraadje achter het versnipperde briefje aan in de vuilnisbak wilde gooien bedacht ik me.

In plaats van het ringetje in de prullenbak te werpen legde ik het zorgvuldig in mijn sieradenkistje waar het de komende vijf jaar onaangeroerd zou blijven liggen…

Ondanks het feit dat hij me min of meer had verboden nog contact met hem op te nemen belde ik hem natuurlijk meteen op om opheldering te vragen. Kennelijk had hij dit al verwacht; zijn mobiele nummer bleek buiten gebruik.

Toen ik hem via zijn huistelefoon probeerde te bereiken kreeg ik ook hier een toon te horen waaruit bleek dat het nummer was opgezegd.

Kennelijk had meneer er geen gras over laten groeien. Waarschijnlijk was hij inderdaad al verhuisd en op stel en sprong bij dat aanstellerige mokkel ingetrokken.

In de hoop dat in elk geval zijn post nog doorgestuurd zou worden heb ik hem toch nog een laatste brief geschreven waarin ik hem liet weten dat dit dus was waarvoor ik altijd zo bang was geweest op de momenten dat ik hem belde en hij me vervolgens liet weten dat ik iets proberen te maken wat niet kapot was.

Ook liet ik hem weten dat ik zijn eerlijkheid waardeerde en dat ik hoopte dat hij gelukkig zou worden.

Het was niet eens gelogen. Hoewel ik aan de ene kant natuurlijk ontzettend baalde dat hij het had uitgemaakt was ik aan de andere kant wel enorm blij dat hij dit nu had gedaan en niet pas op het moment dat ik al naar Glasgow was verhuisd of zwanger van hem was.

Ondanks alles merkte ik dat ik toch nog steeds van hem hield en dat ik het oprecht jammer vond dat hij zelfs geen contact meer met me wilde. 

Terwijl ik hem dit schreef dwaalden mijn gedachten af naar die bewuste nacht dat hij me vertelde nooit gewoon vrienden met me te kunnen blijven wanneer het ooit uit zou gaan tussen ons.  Met zijn ex Mandy was hij wel nog steeds bevriend.

‘Met jou zou ik dat niet kunnen’, had hij heel beslist gezegd. ‘Met Isobel ook niet….. Die wil ik ook nooit meer zien…’

In de wetenschap dat Lewis altijd meende wat hij zei en ik alleen al om deze reden nooit een antwoord van hem zou krijgen postte ik de brief en reed daarna op mijn witte Citta Gilera op de automatische piloot naar het strand.

Dat het inmiddels februari was en ijskoud buiten interesseerde me niet. Ik wilde op dat moment gewoon naar de kust, naar de Noordzee waar ik regelmatig overheen was gevlogen om mijn grote liefde te bezoeken. Het was de plek waar ik nu het dichtstbij hem kon komen.

Langzaam lopend langs de vloedlijn waar de aanrollende golven troostend de neuzen van mijn laarzen kusten staarde ik wezenloos naar de overkant waar hij ongetwijfeld ergens alleen of met iemand anders rondhing. Of seks met iemand had.

Ik had er op dat moment alles voor over gehad om de zee over te kunnen steken en Lewis ervan te overtuigen dat we wél gewoon bij elkaar hoorden.

Tegelijkertijd had ik absoluut geen zin om het laatste beetje zelfrespect dat ik had overboord te gooien en straks in Lewis’ cirkel bekend te staan als ‘de wanhopige ex’. Ik had de man alles gegeven wat binnen mijn vermogen lag en als dit niet genoeg was dan was ik inderdaad niet de juiste vrouw voor hem en was het misschien ook maar beter zo.

Ik kon niet anders dan mijn leven in Nederland weer oppakken en het jaar dat ik samen met Lewis had beleefd koesteren als een aaneenschakeling van dierbare herinneringen aan momenten waarvan de meeste meisjes van mijn leeftijd alleen maar kunnen dromen.

Uiteraard heb ik nooit een reactie op mijn brief gekregen.

Telefoon

Ik had verwacht dat ik na Lewis nooit meer verliefd zou kunnen worden maar sneller dan ik dacht gebeurde dit toch. Rond mijn verjaardag in april liep ik in het dorp waar ik woonde Dinand tegen het lijf. Ik kende hem van vroeger uit het café waar ik altijd met mijn vriendinnen ging stappen.

Dinand had me destijds meerdere malen mee uitgevraagd maar omdat ik toen nog maar zeventien was en hij al bijna dertig heb ik zijn uitnodiging nooit aangenomen ook al vond ik hem stiekem wel een spannende vent met zijn maatpak en dikke Amerikaanse wagen.

Toen ik Nanda vertelde dat ik hem was tegengekomen en we een leuk gesprek hadden gehad moedigde ze me meteen aan om hem op te bellen voor een date maar daar had ik helemaal geen zin in, het was net drie maanden uit met Lewis.

Ik had het wel even gehad met kerels en wilde gewoon even van mijn vrijheid genieten. Aan de andere kant vond ik dat ik na alles wat ik met Lewis had meegemaakt ook wel een beetje lol had verdiend. Hij had zich immers ook niet echt laten hinderen door het feit dat we nog volop in een relatie zaten, serieus bezig waren om een kindje te maken en ik bereid was om voor hem mijn hele leven in Nederland op te geven.

Daarbij, één date hoefde natuurlijk niet te betekenen dat ik me meteen zou moeten vastleggen

Na enig aandringen van Nanda ging ik toch overstag. Op een frisse maar zonnige zondagmiddag pakte ik het telefoonboek uit de kast en zocht ik zijn nummer op.

Gelukkig had hij geen geheim nummer en stond hij erin!

‘Met Dinand’.

‘Met Lola… hee Dinand… tien jaar geleden vroeg je me mee uit eten. Zullen we dat alsnog een keertje doen?’

Klik. Tuut… tuut… tuut…

Opgehangen.

Ongelooflijk, wat was dít nu weer?!

Geïrriteerd vanwege zijn onbeschofte reactie drukte ik direct op de herhaaltoets voor het laatstgekozen nummer.

‘Met Dinand’.

‘Is dat een nee?’

Dinand verontschuldigde zich en liet me opgelucht weten dat hij blij was dat ik hem meteen had teruggebeld. Hij was net teruggekomen van een ritje op zijn motor en had vanwege zijn koude handen de hoorn laten vallen die prompt op de haak viel.

Nu was ík degene die opgelucht was, hij stond er dus wel degelijk voor open om me te ontmoeten.

We spraken af dat hij die avond gezellig iets bij me zou komen drinken zodat we in alle rust even konden bijkletsen om vervolgens een datum te prikken voor ons etentje.

Dinand is nooit meer weggegaan.

Muziek

Hoewel hij in zekere zin wel wat op Lewis leek qua uitstraling en hetzelfde soort gevoel voor humor had, bezat Dinand veel meer verantwoordelijkheidsgevoel en leidde een veel serieuzer leven dan mijn strippende ex, iets wat me enorm in hem aansprak. Ik had het namelijk wel een beetje gehad met wilde feesten en hele nachten doorhalen.

Ik zat ook zeker niet meer te wachten op een man van wie iedereen iets wil, die om de haverklap uitgenodigd wordt voor allerlei uitbundige feesten die hij niet wil missen en die na dergelijke party’s steevast nog een hele kudde mensen mee naar huis neemt omdat het nooit genoeg is. En die zoveel drinkt en drugs gebruikt waardoor hij de helft van de tijd óf stoned, óf dronken is, of zijn roes ligt uit te maffen…

Door de relatie met Dinand gingen mijn ogen steeds meer open en werd me plotseling duidelijk dat ik Lewis tijdens onze relatie al die tijd onterecht op een voetstuk had geplaatst waarbij ik mezelf compleet voor hem had weggecijferd, dat ik al die tijd in een schijnwereld geleefd had in Schotland. En hoewel ik dat jaar zeker niet had willen missen; ik had nu vooral behoefte aan rust en regelmaat.

Inmiddels was het vier maanden uit met Lewis en had ik het ontzettend gezellig met Dinand. Hij nam me regelmatig meen naar de bios, het restaurant, ging met me zwemmen en deed een heleboel andere leuke dingen met me waar Lewis nooit zin in of tijd voor had gehad.

Desondanks bleef ik tot mijn eigen ergernis onbewust bepaalde liedjes die ik op de radio hoorde betrekken op mijn relatie met Lewis.

Vooral de hit ‘Radio’ van the Corrs deed me steevast aan hem denken. Ja, hij ‘zwom’ inderdaad nog steeds rond in mijn hoofd en doordat ik van hem had leren communiceren via muziek waren er ook heel veel liedjes die me aan hem herinnerden.

Cause you are in my head
Swimming forever in my head
Tangled in my dreams
Swimming forever

So, listen to the radio
And all the songs we used to know
So, listen to the radio
Remember where we used to go

Ondanks het feit dat ik gelukkig was met Dinand ging er geen dag voorbij dat ik niet aan Lewis dacht. Ik vroeg me regelmatig af waar hij zou zijn, of hij er werkelijk met Deirdre vandoor was gegaan en zo ja of ze nog bij elkaar waren, of hij haar misschien zwanger had gemaakt en of hij überhaupt nog wel eens aan me dacht.

Omdat ik me hierover schuldig voelde tegenover Dinand en het me dwars zat dat ik nog zo vaak aan iemand dacht die dit eigenlijk helemaal niet verdiende wilde ik er graag eerlijk over zijn. Juist omdat hij zo lief voor me was wilde ik op geen enkele manier geheimen voor hem hebben.

Dinand was er gelukkig vrij nuchter onder en deed het af met de gedenkwaardige oneliner:

‘Hij heeft je toch maar mooi laten zitten.’

Er was weinig wat ik hier tegenin kon brengen.

Op een zondagmiddag toen ik met Dinand in de auto door Amsterdam reed hoorde ik voor het eerst het nummer ‘Out of Reach’ van Gabriëlla op de radio en viel eindelijk het kwartje dat kennelijk al het hele voorgaande jaar ergens had klem gezeten.

Knew the signs
Wasn’t right
I was stupid for a while
Swept away by you
And now I feel like a fool
So confused,
My heart’s bruised
Was I ever loved by you?
Plotseling werd ik keihard met de waarheid geconfronteerd. De waarheid dat Lewis nooit van mij gehouden had, daar nota bene van het begin af aan eerlijk over was geweest en ik tegen beter weten in een jaar lang had gehoopt dat dit ooit zou veranderen.

Bot

In de zomer van het jaar 2000, ongeveer zes maanden nadat Lewis onze relatie had verbroken kreeg ik plotseling vreemde telefoontjes. Vrijwel dagelijks werd ik gebeld. Wanneer ik opnam en mijn naam zei bleef het een poosje stil en werd uiteindelijk de verbinding weer verbroken.

Terwijl ik stilzwijgend luisterde naar wat er aan de andere kant van de lijn gebeurde kreeg ik plotseling heel sterk het gevoel dat het Lewis was. Tegelijkertijd wist ik ook dat dit totaal niet zijn stijl was. Als hij al de moeite zou nemen om te bellen zou hij ook wel gewoon zeggen wat hij te zeggen had.

In mijn laatste brief naar hem had ik duidelijk aangegeven dat ik het fijn zou vinden om hem gewoon nog eens te kunnen spreken. Hij wist dus dat ik niet boos op hem was of wrok koesterde.

Na een week of twee echter stopten de telefoontjes net zo plotseling als ze waren begonnen en dacht ik er verder niet meer over na.

Ik stond boven de was op te vouwen toen op een bloedhete middag in augustus weer de telefoon ging. Ik hoorde hoe Dinand opnam en vervolgens vrij bot reageerde met: ‘Nee, daar wil ze niets meer mee te maken hebben. Goedemiddag’.

‘Wie was dat?’ vroeg ik toen ik even later weer beneden kwam.

‘Iemand van die groep van je ex. Maar ik heb gezegd dat je daar helemaal klaar mee bent’.

‘Wat wilden ze dan?’

‘Geen idee. Toen had ik al opgehangen’.

Ja

Februari 2001, inmiddels waren Dinand en ik bijna een jaar samen en had ik voor Valentijnsdag een zilveren vriendschapsring voor hem gekocht. Om de juiste maat te kunnen bepalen was ik stiekem met een andere ring van hem naar de juwelier gegaan.

Dinand was dus niet alleen onder de indruk van het cadeau maar ook vanwege het feit dat de ring direct als gegoten zat.

‘Moet ik hem rechts of links dragen?’ vroeg hij me om advies.

‘Doe maar rechts want aan de linkerkant hoort je trouwring’.

‘Dan doe ik hem links en gaan we voor jou nu meteen die andere halen,’ luidde zijn praktische antwoord.

‘Wat?’

‘Als je tenminste net zo zeker bent van mij als ik van jou?’

‘Eh… ja…?’

Verward trok ik mijn jas aan.

‘Heb je me nu zojuist ten huwelijk gevraagd?’

‘Heb jij nou zojuist ja gezegd?’

Baby

Weer een jaar later waren we getrouwd, verhuisden we naar een grotere woning in mijn geboortedorp en was ik zwanger van mijn zoontje, al wisten we toen nog niet dat er een klein knulletje in mijn buik zat.

Dinand en ik  waren het er allebei over eens dat we niet van te voren wilden weten wat het geslacht van ons kindje was, we vonden het leuker om ons op het moment van de bevalling te laten verrassen.

Alles wat ik met Lewis wilde en wat ik destijds ook al min of meer met hem had afgesproken had ik nu met Dinand. In plaats van te trouwen in een witte jurk voor de protestantse kerk met een man in een kilt werd ik nu in mijn zwarte lakleren bruidsjurk door mijn aanstaande in een zwarte corvette opgehaald om elkaar op het stadhuis het jawoord te geven.

Dat ik in Dinand een fijnere echtgenoot had gevonden en met hem een betere toekomst tegemoet ging dan met Lewis het geval zou zijn geweest, daar was ik me inmiddels wel van bewust.

Desondanks zag ik op een cruciaal moment tijdens de bevalling plotseling Lewis in gedachten voor me.

’s Morgens vroeg waren mijn vliezen gebroken maar omdat daarna de weeën uitbleven en het vruchtwater niet helemaal helder was moest ik met spoed naar het ziekenhuis om de bevalling in te leiden.

Terwijl ik in de ambulance lag reed Dinand in de auto achter ons aan naar het ziekenhuis. Daar werd ik in een rolstoel naar de kraamkamer gebracht. Op de gang werden we gepasseerd door een huilend stel en ik weet nog dat dit op dat moment enorm veel indruk op mij maakte.

Eenmaal in de kraamkamer kreeg ik een infuus waardoor ik een middel kreeg toegediend dat de weeën zou opwekken en werd ik middels twee banden over mijn buik aangesloten op een apparaat dat alles nauwkeurig registreerde.

Middels de ene band werd op een monitor achter mij de weeën activiteit in de gaten gehouden, via de andere was de hartslag  van de baby te zien. Op die manier kon Dinand exact in de gaten houden wanneer ik pijn kreeg en hij mij beter even met rust kon laten zodat ik de hevige krampen op mijn eigen manier kon wegpuffen.

Ondanks het weeën-opwekkende middel had ik na een ruim twee uur durende weeënstorm nog steeds te weinig ontsluiting en raakte ik lichtelijk in paniek, vooral toen de hartslag van de baby wegviel. Als vanzelf dacht ik weer aan het huilende mensen op de gang die vast en zeker iets naars hadden meegemaakt en bad ik dat ons dergelijk leed bespaard zou mogen blijven.

Gelukkig bleek de oorzaak minder ernstig dan ik dacht; de ECG buikband van de baby was verschoven waardoor deze de hartslag niet meer kon registreren. 

Zodra deze weer terug op zijn plek werd geplaatst was de regelmatig bewegende grafiek godzijdank meteen weer luid en duidelijk zichtbaar op de monitor en kon ik me weer concentreren op de bevalling die nog steeds tergend lang op zich liet wachten. Toch zat de schrik er goed in.

‘Ik wil een keizersnee!’ riep ik naar de arts die opvallend rustig bleef en me verzekerde dat ik dat niet wilde. ‘Jawel!’ hield ik vol. ‘De baby moet eruit!’

Toen een half uur later de arts zelf ook twijfels kreeg over het wel of niet uitvoeren van een keizersnede zag ik in een flits Lewis in gedachte voor me en vroeg ik me onwillekeurig af hoe het zou zijn geweest als ik dit met hem had beleefd, of hij mij net zo goed had gesteund zoals Dinand dit deed.

Exact op dat moment riep de verloskundige dat ik zojuist de slijmprop was verloren en legde me uit dat dit een goed teken was; de bevalling zou nu niet lang meer op zich laten wachten!

Gelukkig ging het toen plotseling ontzettend snel. De weeën bleven elkaar in razend tempo opvolgen en het duurde niet lang voor ik genoeg ontsluiting had om eindelijk mee te mogen persen.

Toen ik uiteindelijk doodmoe met mijn hoofd achterover in de kussens zakte en we allemaal alleen maar ontzettend blij waren dat alles goed was gegaan realiseerde ik me opeens dat ik nog niet eens wist wat het was geworden.

‘Wat is het eigenlijk?’ vroeg ik toen mijn kindje al zeker een minuut geleden door de arts op mijn buik was gelegd.

‘Het is een jongetje!’

Precies op dat moment vielen alle lichten uit en bleek er sprake van een grote stroomstoring die zeker anderhalf uur zou duren. 

Voor we die nacht met ons kindje naar huis mochten liet de verloskundige wiens dienst er inmiddels op zat ons weten ook ontzettend blij te zijn dat ze de dag toch nog met een goed gevoel had kunnen afsluiten.

De bevalling van de mensen voor mij was inderdaad niet goed afgelopen zoals ik al vermoedde. Ik heb geen flauw idee wie die mensen waren maar elk jaar op de verjaardag van mijn zoontje denk ik even aan ze. De onbekende ouders die in tegenstelling tot ons niet het geluk hadden om hun kindje te mogen leren kennen…

 

Klik >HIER voor het slot.

Waargebeurd liefdesverhaal >Inhoud