Waargebeurd liefdesverhaal (6). Trip to Mars.

waargebeurd liefdesverhaal 7

Waargebeurd liefdesverhaal (6). Trip to Mars. Hoewel ik ervan was overtuigd dat ik Lewis de komende maanden niet zou zien blijkt het Lot ons goed gezind. Onverwacht worden er wat shows gecanceld waardoor Lewis zomaar meer vrije tijd heeft en me uitnodigt om naar Glasgow te komen!

< Vorige                                                                                                                                                   Volgende >

Waargebeurd liefdesverhaal (6). Trip to Mars.

Ik in de veronderstelling dat het weer weken tot maanden zou duren voor ik mijn grote liefde weer zou zien maar niets was minder waar; het lot bleek ons goed gezind. Amper een week na ons weekend in het hotel belde Lewis me op om me te vertellen dat hun optredens even stil lagen en dat ik welkom was om naar Glasgow te komen als ik dat wilde.

Ik wist niet wat ik hoorde! Ook met het oog op mijn werk kwam dit perfect uit, als onderwijsassistente had ik immers alle schoolvakanties vrij.

Lewis was echter ontzettend vervelend aan de telefoon en bleef maar flarden van liedjes zingen. Telkens als ik hem iets vertelde liet hij me niet uitpraten maar zette hij het refrein van één of ander nummer in. Dat was één of twee keer wel grappig, maar hij wist gewoon niet meer van ophouden.

‘Hello!’zei ik geïrriteerd waarop hij mijn uitspraak aanvulde met: ‘Is it me you’re looking for?’ zoals in het liedje van Lionel Richie.

‘What’s wrong with you?’ vroeg ik geïrriteerd. ‘Are you drunk?’

‘I’m sorry sweetheart, everything you say reminds me of a song’, schaterde hij. Wel zei hij dat hij ernaar uit keek me weer te zien en dat hij nog nooit een meisje zoals ik had ontmoet. Echter niet zonder het liedje van Edwyn Collins erbij te zingen.

I’ve never known a girl like you before,
Now just like in a song from days of yore,
Here you come a-knock knocking on my door,
Well I’ve never met a girl like you before.

Hoewel ik dit natuurlijk niet erg vond om te horen voelde ik me toch lichtelijk in de maling genomen vooral omdat ik mensen hoorde lachen op de achtergrond.

Toen ik vroeg waar hij was en hij antwoordde met de lyrics van Jimmy Harnen’s ‘Where are you’ had ik het helemaal gehad. Vlak voordat ik ophing hoorde ik hem nog net zingen:

Where are you now?
Someone there tonight, holding what was mine
Where are you now?
Do u wonder where i am are you really feeling fine?

Toen ik hem de volgende dag terugbelde om te vragen wat er aan de hand was en er bij voorbaat al bij zei dat ik nu niet het nummer ‘What’s going on’ van Marvin Gaye wenste te horen schoot hij zo hard in de lach dat ik dacht dat hij erin bleef.

Hij gaf toe dat hij bij vrienden was geweest en knetter stoned was toen hij me belde maar dat hij wel degelijk nog wist dat hij me had uitgenodigd om naar Glasgow te komen, dat hij echt nog nooit een meisje zoals ik had ontmoet en dat hij zich er inderdaad erg op verheugde om me weer te zien.

waargebeurd liefdesverhaal 6

Rammelkast

Het was Koninginnedag 1999 toen ik met een enorme weekendtas op het perron van station Wormerveer stond. Ondanks dat het nog redelijk vroeg in de ochtend was stonden er al overal uitgelaten mensen met oranje en rood-wit-blauwe kleding, hoeden en pruiken die overduidelijk zin hadden in deze dag.

Toen ik de trein instapte en me een weg baande door het looppad bleek er geen enkele zitplaats meer beschikbaar en besloot ik te blijven staan tot station Amsterdam-Sloterdijk waar ik moest overstappen om bij Schiphol te kunnen komen. Een jongen die naast me kwam staan keek me lachend aan.

‘Trip to Mars?’ vroeg hij terwijl hij naar mijn overvolle tas wees die loodzwaar aan mijn schouder hing.

‘Zoiets’ glimlachte ik terug.

Ik was de enige die zo bepakt en bezakt was, iedereen had zo min mogelijk bij zich om in Amsterdam lekker uitbundig te kunnen feesten. Toch had ik voor geen prijs met ze willen ruilen. Ik ging voor een hele week naar Lewis!

Nadat ik in Sloterdijk was overgestapt leek ik in een andere wereld terecht te zijn gekomen en was het overal weer rustig om me heen. Ik reisde in tegengestelde richting van waar de meute die dag wilde zijn en keek uit naar het moment dat ik landde in Glasgow waar Lewis me van het vliegveld zou halen.

Het was de eerste keer dat ik alleen vloog en vond het allemaal reuze spannend. Gelukkig ging alles goed, kwam ik overal op tijd aan en hoefde ik nergens belachelijk lang te wachten maar toen ik uitstapt op Heathrow Airport om over te stappen naar Glasgow sloeg de schrik me om het hart.

Op een landingsbaan nabij een groot grasveld stond een oud aftands vliegtuigje dat duidelijk zijn beste tijd had gehad. Ik voelde direct een enorme weerstand om in te stappen maar besefte tegelijkertijd dat ik weinig keus had.

Eenmaal binnen schrok ik van de staat waarin het interieur verkeerde. Gescheurde, gevlekte bekleding en gerafelde veiligheidsriemen. Alles in me schreeuwde: ik wil niet!

Dit vliegtuigje leek in de verste verte niet op het nette machine waar ik daarstraks in had gezeten. Om me heen zag ik moeders met kleine kinderen en oudere mensen instappen die niet verblikten of verbloosden bij het zien van deze armoedige aanblik wat me enigszins geruststelde. Zij hadden vast al vaker in dit vliegtuigje gezeten. En het overleefd…

Toch kon ik het niet laten de stewardess te vragen of het verantwoord was om hiermee naar Glasgow te vliegen. Of überhaupt op te stijgen. Uiteraard knikte ze van ja. Ik hoefde me absoluut geen zorgen te maken.

‘Please don’t worry miss, everything is allright.’

Ik ging op mijn aangewezen plek bij het raampje zitten, bad dat dit niet mijn laatste reis zou zijn en dat ik op de terugweg een nieuwer vliegtuig zou treffen op deze plek. Naast me was een oudere vrouw komen zitten die me vroeg waar ik vandaan kwam en waar ik naartoe ging.

Dankbaar voor de welkome afleiding die zij me met deze simpele vraag bood praatte ik de spanning van me af en kreeg ik wonder boven wonder ook de lunch nog binnen die we kregen geserveerd.

Toen het vliegtuigje uiteindelijk de landing inzette en veilig en wel op Schotse bodem landde wist ik niet hoe snel ik eruit moest. Ik groette de dame die op weg was naar haar zoon en wenste haar nog een goede reis.

Torenflats

Toegegeven, ik was even bang dat Lewis te laat zou zijn of dat hij het vergeten was. Ik kende hem inmiddels goed genoeg om te weten dat hij nogal nonchalant en verstrooid kon zijn.

Toen ik de aankomsthal in kwam en hem inderdaad nergens zag staan voelde ik lichtelijk paniek opkomen. Het zal toch niet. Mijn moeder had me er al voor gewaarschuwd.

‘Kind je kent hem amper, straks staat hij er niet. Of jullie krijgen ruzie en dan?’

‘Mam, het is maar voor een week. Ik red me echt wel.’

Mijn vader had alleen een opmerking over zijn leeftijd gemaakt.

‘Hadden ze ze niet ouder?’

Maar nadat ik hier heel erg om moest lachen haalde hij er alleen nog zijn schouders over op.

‘Als hij maar goed voor je is.’

En dat laatste, daar twijfelde ik nu wel aan. Als het al teveel gevraagd was om op tijd op het vliegveld te zijn…

Gelukkig bleken mijn zorgen ongegrond en kwam hij plotseling breed lachend achter een pilaar vandaan. Typisch Lewis, altijd plagen.

We begroetten elkaar met een kus en een stevige omhelzing waarna hij mijn zware tas van me aannam en we hand in hand naar zijn auto liepen die niet ver van het vliegveld op de parkeerplaats stond. Zelfs op de passagiersstoel vond ik links rijden echt eng in het begin, wat Lewis natuurlijk alleen maar grappig vond.

Toen hij me vroeg wat ik het liefst met hem zou willen doen deze week in Schotland en ik deze vraag beantwoordde met ‘samen boodschappen doen’ lag hij dubbel van het lachen. Toch was het niet grappig bedoeld. Ik keek werkelijk uit naar een knus, gezellig weekje met hem waarin ik voor hem zou kunnen koken en we elkaar echt beter zouden kunnen leren kennen.

Maar Lewis had helemaal geen zin in boodschappen doen en had hele andere plannen, zoals ik spoedig zou merken.

Lewis was een feestbeest pur sang en compleet het tegenovergestelde van de huismus die ik zelf was. Hij wilde niets missen en sleepte me die week overal mee naar toe tot ik ’s morgens vroeg letterlijk uitgeput in slaap viel.

Desondanks ging die middag rustig van start. Het was er een uur vroeger dan in Nederland waardoor het leek alsof ik slechts twee uur onderweg was geweest in plaats van de drie uur die ik er alles bij elkaar over had gedaan.

We kwamen aan bij een aantal enorme torenflats waar hij op de vierde etage woonde en ik weet nog hoe apart ik het vond om in de entreehal zijn brievenbus te zien waar de postbode de afgelopen tijd mijn brieven in had gegooid.

Deze flat hoorde dus bij het adres dat ik altijd op de enveloppen schreef. Destijds had ik geen internet om een en ander op te zoeken dus ik had werkelijk geen idee hoe Lewis woonde en waar ik vandaag terecht zou komen.

Ik voelde ik me er direct thuis al moest ik wel erg wennen aan de gebergten die overal waar ik keek om ons heen opdoemden waardoor ik het beklemmende gevoel kreeg alsof ik opgesloten zat.

Een gevoel dat me niet meer losliet, al bleek dit later meer van toepassing te zijn op onze ongezonde relatie dan op de plek zelf. De komende dagen zou namelijk al snel duidelijk worden dat ik niet meer met maar ook niet meer zonder deze man kon. 

Bad

De woonkamer van Lewis’ woonkamer was zo klein dat er geen ruimte was voor een eethoek. Er stond enkel een driezitsbank met pal daarachter een wandmeubel, voor de bank een salontafeltje, rechts bij het raam een luie stoel en links in de hoek een TV.

Ook de keuken was klein. Er was een fornuis, een aanrecht, twee kastjes boven en drie beneden en dat was het. Een wasmachine had hij niet. Eens per week liet hij de was ophalen door de wasserette, net zo makkelijk.

Dat het er klein was vond ik totaal geen probleem. Ik woonde zelf ook niet groot en dat knusse vond ik juist wel iets hebben. Het enige dat telde was dat ik eindelijk bij Lewis kon zijn!

Wel vond ik het jammer dat er in de badkamer geen douche aanwezig was. Lewis had in zijn appartementje alleen een ligbad en een toilet. Badderen vond ik heerlijk maar mijn haar wassen deed ik toch liever staand onder de douche.

Toen ik hem vroeg hoe ik dit het beste kon doen in een ligbad zonder douchekop keek hij me aan alsof ik dom was. Met een ongeduldige en ietwat geïrriteerde blik stapte hij met zijn kleding aan in het lege bad, pakte het teiltje dat ernaast stond en deed alsof hij dit over zijn hoofd leeggoot.

‘Just like that’…

Ik besloot verder maar niets te zeggen. Dit ging nog een hele toer worden met mijn lange haar en alle shampoo en crèmespoeling….

Net toen ik dacht dat alles me nu wel duidelijk was met betrekking tot mijn verblijf kreeg ik toch nog wat extra instructies voor mijn kiezen.

Voordat ik in bad wilde moest ik een half uur van te voren in de keuken een schakelaar omzetten om het water te verwarmen. Dat kostte extra geld dus het was niet de bedoeling dat ik dat te vaak deed.

Vanwege de wasserette wilde hij ook liever niet dat ik al te vaak een nieuwe handdoek zou gebruiken wat me direct al nerveus maakte omdat ik zelf gewend was thuis tweemaal per dag te douchen en dus ook minstens twee handdoeken per dag gebruikte.

Omdat ik wilde ik voorkomen dat zijn korte lontje zou ontsteken deed ik maar net alsof ik het de normaalste zaak van de wereld vond.

‘Sure, no problem’.

‘Tea?’

‘Yes please…’

Of het iets Schots was of dat alleen Lewis het op deze manier deed heb ik nooit geweten, maar hij maakte thee door eerst een pannetje water op het vuur te zetten waarna hij er in het kokende water een plat rond theezakje in gooide.

De thee werd via het pannetje in een beker gegoten waarna er naar smaak melk en suiker bij werd gedaan. Eerlijk is eerlijk, hij zette heerlijke thee!

Loch Lomond

Na de thee pakte ik mijn spullen uit en hing ik mijn kleding in zijn kast waarin hij heel lief wat ruimte voor me had gemaakt. Daarna wilde hij me graag Loch Lomond laten zien, zijn favoriete plek. Toen ik hem plagend liet weten dat ik heus wel wist dat hij hier met tig andere meisjes was geweest ontkende hij dit stellig en werd zelfs boos dat ik dit überhaupt dacht.

Ja, hij ging er in de zomer regelmatig met vrienden naartoe om te barbecueën, maar daarnaast had hij er ook een speciaal plekje dat niemand kende en waar hij alleen kwam wanneer hij wilde nadenken of gewoon even alleen wilde zijn. Dit bijzondere plekje wilde hij graag met me delen, zei hij.

Voor we de lift in stapten trok hij in het trappenhuis achteloos een luik open waardoor hij een volle vuilniszak in de stortkoker gooide. Toen hij me verbaasd zag staan kijken naar wat hij aan het doen was moest hij lachen en zei: ‘rubbish’.

Ja, dat had ik ook nog wel begrepen. Ik had alleen nog nooit zo’n schacht gezien maar omdat ik niet helemáál wereldvreemd wilde overkomen knikte ik maar wat en stapte achter hem aan de lift in.

Onderweg naar Loch Lomond genoot ik van het uitzicht en hadden we weer de grootste lol om van alles en niks. Hij zette de muziek aan en zijn raampje open en ik weet nog hoe ontzettend knap ik hem vond toen ik hem van opzij aankeek en zijn groene ogen geconcentreerd over de weg zag glijden, zijn gefocuste blik slechts af en toe onderbroken door het knipperen van zijn lange donkere wimpers.

Bij Loch Lomond aangekomen parkeerde hij de auto in het mulle zand en liepen we vanaf daar om het meer heen tot het pad ophield. Na nog een stuk door het dichtbegroeide groen te hebben geklauterd kwamen we terecht bij een grasveld van waaruit we tussen de struiken door ongestoord van dit prachtige stukje natuur konden genieten.

Toen ik zei dat het inderdaad een schitterend meer was corrigeerde hij me weer.

‘It’s not a lake Lo, it’s a loch!’

Kennelijk lag dit gevoelig bij Schotten, een loch noemde je beslist géén lake. Uit den boze. Net als dat ik een kilt geen skirt mocht noemen. Een grove belediging. Al zei ik het soms toch, gewoon om hem te pesten.

Terwijl ik met zijn arm om me heengeslagen in het hoge gras heerlijk tegen hem aan zat werd hij plotseling een beetje ongemakkelijk en liet hij me weten toch wel moeite te hebben met ons leeftijdsverschil.

Inmiddels was ik 27 en hij 39 en bleek het out of the blue een probleem voor hem te zijn dat ik zoveel jonger was dan hij. Zijn broer en zus (die het jaar ervoor overleden was) waren een stuk ouder dan hij en hadden kinderen die ongeveer dezelfde leeftijd hadden als ik. Blijkbaar was dit de reden waardoor hij zich toch wel een beetje bezwaard voelde over onze relatie.

Hij zei dat hij erover nagedacht had en het persoonlijk niet oké zou vinden als één van zijn nichtjes met een oudere vent zou thuiskomen. Hij wilde dus zelf ook niet zo’n vent zijn.

‘I’ve got nieces your age Lo… it’s wrong.’

Toen ik hem zei dat ik daar in het hotel destijds niets van had gemerkt zei hij alleen maar ‘I  know’ waarop hij me bij mijn haar pakte en me hartstochtelijk kuste. Kennelijk had hij zich er daarna snel overheen gezet. Ik heb hem er nooit meer over gehoord.

Pub

Na ons samenzijn bij Loch Lomond wilde hij me graag voorstellen aan zijn zwager Floyd die met zijn overleden zus getrouwd was geweest en liet hij me kennis maken met zijn moeder, een lieve bejaarde dame van wie hij duidelijk zijn prachtige ogen én gevoel voor humor had geërfd. Zijn moeder zat bij Floyd thuis zodat we gezellig even met zijn vieren thee konden drinken.

‘How was your flight Lola?’ vroeg zijn moeder terwijl ze met haar armen wapperde als een vogel waarop Lewis zo erg moest lachen dat hij zich bijna verslikte in zijn thee.

‘Mother, she’s Dutch, not deaf!’

Daarna wilde hij graag dat ik kennis maakte met zijn broer Gavin. Vol trots vertelde Stewart dat hij nauw betrokken was bij de Glasgow Rangers. Zijn neefje speelde er voetbal op hoog niveau en zijn broer was als ex-profvoetballer naast trotse vader ook bevlogen trainer en coach.

Eenmaal aangekomen bij hun huis bleek zijn broer de griep te hebben wat Lewis totaal niet te scheen hinderen. Ondanks het feit dat de man doodziek met ontbloot bovenlijf en een emmer naast zijn bed zwetend onder het dekbed lag moest en zou hij me aan hem voorstellen.

Hoewel zijn schoonzus zei dat we beter een andere keer konden terugkomen trok hij me eigenwijs achter zich aan de steile trap op naar boven.

Ik voelde me er behoorlijk ongemakkelijk onder en hoopte dat het een kort bezoekje zou zijn wat het gelukkig ook was. Met vijf minuten stonden we weer buiten.

Inmiddels was het bijna 19:00 uur ’s avonds en vond Lewis het de hoogste tijd om me aan zijn vrienden in zijn local pub voor te stellen dus hop, daar gingen we weer in zijn auto terug naar zijn huis waar hij een taxi belde om ons naar zijn stamkroeg te brengen.

Toen de zwarte taxi kwam voorrijden wist ik niet wat ik zag. Alsof ik in een oude film was beland! De taxi’s in Glasgow zagen eruit als ouderwetse jaren 60 auto’s. Eigenlijk alles in Schotland was in de jaren 60, 70 blijven steken, van het interieur van de cafetaria en de pubs tot veel van de woningen waar ik die week ben binnen geweest. Veel mensen hadden er net als vroeger ook nog voerbedekking in de WC en de badkamer!

Op het moment dat ik op de achterbank van de taxi door het raampje naar buiten keek en de oude grauwe gebouwen langs ons heen gleden flitste de opmerking van de jongen in de trein weer even door mijn hoofd: ‘trip to Mars?’

Nee, Mars was het niet, maar een compleet andere wereld dan in Nederland vond ik het toch wel.

Eenmaal in de pub werd ik door iedereen hartelijk ontvangen. Ze vonden het geweldig om een buitenlandse lassie te zien, de meesten van hen hadden het financieel niet breed en waren zelfs nog nooit buiten Glasgow geweest. Ze vonden het werkelijk fascinerend om te zien hoe iemand uit Holland eruit zag.

Uiteraard kreeg ik weer allerlei vragen op me afgevuurd over het legale drugsgebruik in Nederland en vroeg één van zijn vrienden zelfs of ik de volgende keer acid wilde meenemen, wel ja?!

Een knap jong meisje dat aan tafel zat met haar stomdronken vriend wilde ter plekke mijn vriendin zijn, vroeg me wat ik wilde drinken, of ik misschien een zakje chips wilde en kon het niet laten me constant aan te raken en te zeggen how fascinated she was om eindelijk eens een echt Nederlands meisje te leren kennen.

Ik was stomverbaasd vanwege het feit dat ze het zo bijzonder vonden om me te ontmoeten, al vond ik het natuurlijk fantastisch dat ze allemaal zo enthousiast waren.

Dave, één van de oudere mannen die ook in de pub aanwezig was vertelde me dat hij enkele jaren geleden in Nederland had gewoond en gewerkt maar het enige van onze taal dat hem was bijgebleven was ‘Godverdomme’, dit uiteraard tot grote hilariteit van de rest die al flink in de olie was.

Wie na de zoveelste enorme pint ondertussen ook al aardig dronken werd was Lewis. Aangezien het er niet naar uit zag dat hij graag naar huis wilde besloot ik aan de bar een portie fish & chips te bestellen wat me totaal niet smaakte aangezien zowel de vis als de friet slap en vet was. Toen ik alleen het visje op had, had ik nog steeds trek maar geen idee wat ik verder nog kon eten.

Lewis kwam bij me staan en pikte een frietje.

‘Don’t you eat that?’

Ik schudde nee.

‘Why not?’

‘It’s different than Dutch fries’

‘I knów it’s different!’

Verontwaardigd schudde hij zijn hoofd. Ik had inmiddels wel in de gaten dat ik niets negatiefs mocht zeggen over ‘zijn’ land.

‘You must put some vinegar on it!’ commandeerde hij terwijl hij weer terug liep naar het groepje waar hij vandaan kwam.

Slappe vette friet met azijn, ik moest er niet aan denken!

‘I’m okay, thank you.’

Rond middernacht sloot de pub zijn deuren en was ik blij dat we naar huis konden. Na de vliegreis en alle indrukken die ik had opgedaan merkte dat het al met al toch wel een vermoeiende dag was geweest en wilde ik het liefst gewoon gaan slapen.

Hoewel Lewis’ vrienden ons uitnodigde om nog verder te feesten op één of andere afterparty trok ik het echt niet meer. Ik zei eerlijk dat ik echt heel moe was waarop Lewis met frisse tegenzin braaf een taxi voor ons belde en met een gezicht als een oorworm naast me plaatsnam op de achterbank.

 

Klik >HIER voor deel 7.

Waargebeurd liefdesverhaal >Inhoud

Nuffield Oxford Series I