Waargebeurd liefdesverhaal (7). I’m not in love.

waargebeurd liefdesverhaal

Waargebeurd liefdesverhaal (7). I’m not in love. Hoewel Lewis mij wel degelijk ziet als zijn vriendin blijft hij me aantrekken en afstoten. Toch lijkt er na een week samen langzaam verandering in zijn gedrag te komen hetgeen me iets meer hoop geeft voor de toekomst…

< Vorige                                                                                                                                                   Volgende >

Waargebeurd liefdesverhaal (7). I’m not in love.

Na het bezoek aan de pub was ik zo moe dat ik graag naar huis wilde om te slapen en Lewis ging braaf met me mee. Toen ik net naar bed wilde gaan, ging de telefoon. Het was Danny, Lewis’ beste vriend, een bekende Schotse popartiest en tevens goede vriend van de leden van Wet Wet Wet, destijds een wereldberoemde Schotse band.

Ook Lewis bleek regelmatig met hen om te gaan. Ongelooflijk; op de Mavo draaide ik bandjes met de muziek van deze onbereikbare popsterren en nu bleken het vrienden van Lewis te zijn!

Er was een feestje gaande in Danny’ s huis. Hij had ‘goed spul’ gehaald en vroeg of we ook zin hadden om te komen.

Een paar jongens van Wet Wet Wet waren ook aanwezig en het leek Danny een leuk idee als wij ook zouden komen.

Hoewel ik het een eer vond dat ik mee mocht (normaliter nodigde hij nooit onbekenden uit in zijn huis zei Lewis), was ik echt heel erg moe van de reis en alle indrukken die ik die dag had opgedaan.

Het was mijn eerste keer alleen in een vliegtuig dus het was best spannend geweest. Daarbij dronk ik zelf geen druppel alcohol en drugs waren al helemaal niet aan mij besteed.

Ik zag het al gebeuren dat iedereen helemaal uit zijn bol zou gaan en ik er net als in de pub daarstraks een beetje verloren bij zou staan. Ik ging liever naar bed zodat ik morgen nog iets aan mijn dag zou hebben.

Omdat Lewis wel graag naar Danny toe wilde zei ik dat het oké was als hij alleen zou gaan. Ik zou toch gaan slapen dus voor mij hoefde hij echt niet thuis te blijven. Ik had mijn kleding en schoenen al uitgedaan en liep op mijn blote voeten over het tapijt dat in zijn slaapkamer lag.

Het viel me direct op hoe plakkerig de stof onder mijn voetzolen aanvoelde en kennelijk nooit of in elk geval héél lang niet was gereinigd. Ik heb er niets van gezegd maar heb de rest van de week binnen wel mijn slippers aangehouden.

Even twijfelde hij, maar ging tenslotte toch. Ik vond het niet erg. Morgen zouden we weer samen zijn. En de hele week nog! Ik zou Danny en de rest zeker nog wel leren kennen.

Drugs

Degene die ik ook goed leerde kennen was Lewis zelf.

Zo bleek bijvoorbeeld dat hij suikerziekte had maar ook dat hij ontzettend slordig omsprong met zijn medicijnen. Ik had het etiket van zijn pillendoosje gelezen: drie maal daags bij iedere maaltijd innemen.

Maar Lewis ontbeet haast nooit en nam de drie pillen ’s morgens gewoon in één keer in. Toen ik daar iets van zei reageerde hij heel bits.

‘Who are you, my mother?’

Ik legde hem uit dat ik alleen maar bezorgd was, waarop hij nog bozer werd. Ik moest me vooral met mijn eigen zaken bemoeien.

Verder kwam ik erachter wat de hevige schommelingen in zijn stemming teweegbracht. Lewis gebruikte ontzettend veel drugs. ’s Morgens begon hij op zijn nuchtere maag al met blowen. Dat ging dan de hele dag door, afgewisseld met zware shag.

Op de schouw in zijn kleine woonkamer lag standaard een stapeltje ansichtkaarten die zijn moeder regelmatig van vrienden of familie kreeg en voor hem bewaarde. Van het karton scheurde hij stukjes af die hij oprolde en gebruikte als tipje voor zijn joints.

De eerste keer dat hij thuis in mijn bijzijn had geblowd en hij daarna in de asbak de resten van zijn joint in de fik stak vroeg hij:

‘You don’t know why I’m doing this, do you?’

Ik schudde naïef mijn hoofd. Nee, dat wist ik niet.

Ondeugend lachend keek hij me aan.

‘Because it’s illegal.’

Hij legde me uit dat in tegenstelling tot in Nederland het roken van wiet en hasj in the U.K verboden is en dat je zelfs het risico loopt de gevangenis in te gaan als je het in je bezit hebt. Ik had geen idee…

Lewis nam zijn gezondheid net zo serieus als het schoonmaken van zijn huis; totaal niet.

Naast zijn frequente gebruik van softdrugs dronk hij sloten bier, vaak al vanaf een uur of twee ’s middags en slikte hij regelmatig speed om hele nachten door te kunnen halen. Dat alles in combinatie met zijn diabetes baarde me vreselijk veel zorgen maar gezien zijn reactie besloot om er verder maar niks meer over te zeggen. Ik wilde geen ruzie met hem.

Wel waren er momenten dat hij zo knorrig en chagrijnig was dat ik hem leuker vond als hij hasj had gerookt, dan werd hij tenminste weer gezellig en toegankelijk.

Kampioen

Twee dagen nadat ik in Schotland was aangekomen werden de Glasgow Rangers kampioen en was het groot feest in de stad. We keken de wedstrijd in de pub en gingen na sluitingstijd met een hele groep naar een gebouw verderop waar in een kelder een after party werd gehouden.

Zo onopvallend mogelijk werden we om de beurt met twee tot vier mensen tegelijk binnen gelaten. Eenmaal binnen liep iedereen rond met hoedjes, sjaaltjes en vlaggen van Glasgow Rangers.

Terwijl Lewis meteen naar de bar liep om drinken te bestellen wees hij mij een plaats aan een tafel waar twee opvallend knappe, goed geklede blonde dames zaten.

Hoewel ze me in het begin wat vreemd aankeken, draaiden ze al snel bij toen niet lang daarna Lewis aan kwam lopen met een blad vol drankjes en mij voorstelde als zijn vriendin. Ook hun mannen kwamen er meteen gezellig bij zitten.

Het bleken vrienden te zijn van Lewis, Danny en de jongens van Wet Wet Wet en zaten in tegenstelling tot de armere stamgasten van de pub duidelijk beter bij kas. Toen ze hoorden dat ik uit Holland kwam vertelden ze me dat ze zelf ook in Amsterdam waren geweest, de Zaanse Schans hadden bezocht en dat er dit jaar een vakantie naar Portugal gepland stond.

Toen ik hen vertelde dat ik zelf een paar jaar geleden naar Albufeira was geweest waren ze blij verrast; daar ging hun reis ook naar toe!

Plotseling hadden we aan gespreksstof geen gebrek. Waar ze mij uitvoerig vertelden over hun belevenissen in Nederland gaf ik hen op mijn beurt weer leuke tips met betrekking tot het uitgaansleven, het eten en het uitgebreide waterpretpark in de Algarve.

De hele verdere avond bleven we als groepje bij elkaar en hebben we tot in de vroege uurtjes alleen maar gedanst. Ik met de dames, hun mannen met mij, de dames met Lewis en iedereen eromheen.

Verliefd

Lewis had ontzettend veel vrienden in alle lagen van de bevolking en veel van hen deden iets in de artiestenwereld. Zo nam hij me mee naar diverse stand-up comedy acts, optredens van bandjes in pubs en zijn we twee keer naar een concert geweest van de popgroep van twee van zijn beste vrienden.

Er was één bepaald nummer waar ik werkelijk kippenvel van kreeg. Toen ik hen dit na het eerste concert had laten weten, zei de zanger tijdens het volgende concert door de microfoon dat ze het volgende nummer speciaal zongen voor ‘their special friend from Holland’.

Op het moment dat hij dit zei en hij met zijn hand naar de plek wees waar ik zat, kreeg ik spontaan vlinders in mijn buik van opwinding. Ik was blij en trots tegelijk en toen het intro werd ingezet moest ik me inhouden om niet te gaan huilen van geluk.

Het ging om ‘Fall at your feet’ een prachtig lied dat ik later thuis nog vaak zou draaien.

Wanneer we bij een optreden waren, viel het me op dat Lewis net zo lang bleef staan tot ik als eerste ging zitten en pas daarna zelf ging zitten. Als ik op de buitenste stoel van een rij zitplaatsen plaats nam moest ik doorschuiven van hem naar de binnenkant zodat hij aan de buitenkant kon gaan zitten.

Toen ik vroeg waarom hij dit steeds deed, antwoordde hij: ‘Omdat ik niet wil dat er iemand anders naast je komt zitten’.

Op dat soort momenten was Lewis op een prettige manier dominant en beschermend en ondanks dat hij zelf vaak alle aandacht kreeg toch ook een beetje jaloers wat ik interpreteerde als een lichte vorm van onzekerheid. Dat hij dit inderdaad was zou later die avond blijken.

Toen we na het concert bij hem thuis nog even zaten te kletsen en hij in de keuken stond om drinken in te schenken vroeg ik hem in een opwelling wanneer hij verliefd op mij was geworden. Ik kreeg nog steeds niet echt hoogte van hem en wilde nu wel eens weten hoe de vork in de steel zat.

‘I’ll answer that question in a minute…’

Hij zette de twee glazen die hij had meegenomen uit de keuken op tafel, kwam naast me op de bank zitten en sloeg zijn arm om me heen.

‘It never happened…’

Wat?

Inderdaad, ik had het goed gehoord. Hij vertelde me zojuist dat dit nooit gebeurd was. Lewis, mijn grote liefde, was niet verliefd op mij. Ondanks dat hij me had uitgenodigd om een week bij hem te komen logeren en alles met me deed wat geliefden met elkaar doen was de liefde niet wederzijds….

Ik begreep er niets van, hoopte eerst nog dat ik het verkeerd had verstaan. Maar nee. Hij had het werkelijk gezegd. I’m not in love.

Ik weet nog hoe mijn maag letterlijk samenkromp en ik spontaan misselijk werd toen hij me aankeek en dit zei.

Hij vond me bijzonder aantrekkelijk, zei hij, en ook lief, slim en grappig maar verliefd was hij niet op me en dat wilde hij ook niet worden.

Toen kwam de aap uit de mouw…

Hij vertelde me dat hij eens bijna was getrouwd met zijn grote liefde Isobel ware het niet dat ze hem twee dagen voor de bruiloft in de steek liet voor een ander. Hij had hier zo’n klap van gekregen dat hij zichzelf nooit meer toestond om ooit weer op die manier van iemand te houden.

Maar ik moest daar niet verdrietig om zijn, voegde hij er terloops aan toe. Het was eigenlijk net als in het nummer ‘Two out of three ain’t bad’ van Meat Loaf, zei hij. Weer een nummer waar ik naar moest luisteren.

De volgende dag, toen Lewis nog lag te slapen pakte ik de LP van Meat Loaf uit zijn kast en zette ik op zijn platenspeler zachtjes het bewuste liedje op.

 

I want you, I need you

But there ain’t no way

I’m ever gonna love you.

But don’t be sad.

Cause two out of three ain’t bad

 

Domper

Bij het horen van de tekst rolden spontaan de tranen over mijn wangen. Dit was uiteraard niet wat ik me van ons weekje samen had voorgesteld. Zelfs tot op de dag van vandaag heb ik nog steeds een enorme schijthekel aan dat nummer. Ik wilde alles voor Lewis zijn zoals hij alles voor mij was, maar kennelijk was dat niet mogelijk.

Ondanks het feit dat dit wel even een domper op mijn vakantie met hem zette besloot ik niet op te geven. Ik zou er niet meer over zeuren. Als hij me nog beter leerde kennen zou hij vanzelf wel verliefd op me worden, dat wist ik haast zeker. Hij liet duidelijk merken graag bij me te zijn en had laatst nog gezegd dat hij nog nooit een meisje zoals ik had ontmoet.

Wat ook een enorme band schepte was de lol die we samen hadden. Zelfs als hij boos op me was zag ik er vaak toch de humor van in. 

Op een morgen nadat we de avond ervoor samen weer naar de pub waren geweest schoot ik wakker. Aangezien ik de  volgende dag naar huis zou gaan zou het voorlopig onze laatste dag samen zijn. Ik pakte mijn horloge dat ik naast het bed op het nachtkastje had gelegd en schrok me rot van de tijd: kwart over 2!

Ik stootte Lewis aan die nog diep lag te slapen: ‘Lew, wake up! De dag is al bijna om! Het is kwart over 2!’

Waar ik het echt zonde vond om deze dag te verslapen wilde Lewis zich gewoon weer omdraaien. Geïrriteerd griste hij het horloge uit mijn handen en snauwde:

‘Phoebe! It’s a quarter to eight, for fuck’s sake! Go to sleep!’

Ik pakte het horloge terug en keek erop. Hij had gelijk. Ik had het klokje verkeerd om gehouden, het was inderdaad pas kwart voor 8…

Toch hadden we om dit soort aanvaringen naderhand dikke pret samen. Vooral als hij mij dan nadeed met een ‘stemmetje’ en hierbij mijn Nederlandse accent imiteerde. We konden werkelijk huilen van het lachen, iets wat ik nog niet eerder in een relatie had meegemaakt.

Achteraf denk ik ook dat het vooral zijn gevoel voor humor was waar ik voor ben gevallen want verder  hadden we weinig gemeen. Zelfs als hij me mee uit eten nam ervoer ik dit niet echt als gezellig. Vanwege zijn frequente amfetaminegebruik had hij haast nooit trek.

Terwijl ik zat te eten zat hij tegenover me alleen een biertje te drinken en wachtte half gedraaid op zijn stoel een beetje ongeduldig tot ik mijn bord leeg had.

Dat vond ik wel jammer maar ook dat hoorde bij hem. Op zijn manier zorgde hij goed voor me, beter dan voor zichzelf. Daarbij wist ik van te voren waar ik aan begon dus ik vond dat ik daar nu niet over kon gaan klagen, al maakte ik me natuurlijk wel ernstig zorgen om zijn gezondheid. 

Vet

We zijn die week welgeteld één keer samen naar de supermarkt geweest. Lewis had echt een enorme hekel aan boodschappen doen en die ene keer dat hij met me mee ging naar de winkel gedroeg hij zich als een kwajongen om het toch nog een beetje leuk te maken voor zichzelf.

Zo liet hij een harde scheet in het gangpad om vervolgens hard weg te rennen zodat ik daar alleen liep in de poeplucht en hem verderop achter de schappen hoorde schaterlachen.

Lewis vond het ook niet belangrijk om eten in huis te hebben. Als hij al trek had in iets haalde hij het gewoon op dat moment of ging hij naar een cafetaria. Ik ging dus regelmatig in mijn eentje naar de winkel maar het viel me lang niet mee om de juiste producten te kopen.

Waar ik thuis altijd exact wist welke kruiden en sauzen ik nodig had om mijn oosterse gerechten mee te bereiden kon ik in de Schotse supermarkten geen touw vastknopen aan wat er op de etiketten stond vermeld.

De oosterse ingrediënten kwamen kennelijk rechtstreeks uit Thailand of China want alle beschrijvingen stonden ook afgedrukt in deze talen.

Ik moest dus maar een beetje gokken wat het zou kunnen zijn, iets wat de ene keer beter uitpakte dan de andere keer…

Op een avond toen ik voor het koken mijn ingrediënten had uitgestald op het kleine aanrecht en in de onderste keukenkastjes naar pannen zocht stuitte ik op een koekenpan waar aangekoekt vet in zat, hard geworden bakboter.

Of hij dit er uit zuinigheid expres in had laten zitten om de volgende keer weer op het vuur te kunnen smelten en op die manier boter te besparen of dat hij de pan uit gemakzucht in het kastje had gedumpt omdat hij geen zin had om af te wassen, geen idee, beide opties waren goed mogelijk.

Om een discussie te vermijden heb ik het hem ook niet gevraagd. Wat de reden ook was, geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om in deze vieze pan mijn eten te bereiden.

Zonder iets te zeggen heb ik het kookgerei afgewassen en uit de koelkast verse boter gepakt. Eigenlijk volstrekt belachelijk om zoiets stiekem te moeten doen om ruzie te voorkomen maar Lewis was nu eenmaal licht ontvlambaar en daar hield ik rekening mee.

Eén keer heb ik hem gezegd dat ik vond dat hij soms erg snel snel boos werd. Hij gaf het direct toe om het vevolgens ook direct weer weg te lachen. ‘Aye… I’m a hothead’. Alsof het iets was om trots op te zijn.

Black pudding

Op de dag na het kampioenschap van de Glasgow Rangers wilde hij ergens met me gaan eten. Aangezien we die nacht pas rond vier uur in de ochtend naar bed waren gegaan stonden we die dag erop ook pas laat op.

Rond twee uur in de middag waren we klaar om weg te gaan maar omdat het Early May Bank Holiday was, een Schotse feestdag, en er weinig zaken open waren werd het nog een hele zoektocht om een voor mij normaal ontbijtje te bemachtigen.

Toen we met de auto een rondje reden om te kijken of er misschien ergens toch een lunchroom open was kwamen we langs een veld waar een band optrad.

Lewis parkeerde de auto en zei dat hier vast wel iets lekkers te krijgen was. We liepen het veld op en passeerden we bij de ingang een meisje dat hamburgers stond te bakken.

‘Lo, do you want a burger?’

Ik werd al misselijk bij de aanblik van het zwart geblakerde vlees en de stinkende rookwolken die van de bakplaat omhoog stegen.

‘Ieuw, no!’, antwoordde ik welgemeend waarop Lewis me toen we weer verder waren gelopen liet weten dat ik wel iets vriendelijker had kunnen reageren. Omdat ik normaal gesproken wel van hamburgers hield, alleen niet nu omdat ik nog niet had ontbeten had ik beter had kunnen zeggen ‘ No thank you, I don’t fancy eating a burger at the moment ‘, zei hij op belerende toon.

Hij vond het sneu voor het bakkende meisje en noemde me uiteraard weer ‘Phoebe’ omdat ik geen rekening had gehouden met het feit dat het arme kind ook alleen maar haar best stond te doen en ik had gereageerd alsof ze gegrilde drollen verkocht.

Ik vond dat hij hiermee wel een punt had en nam de wijze les ter harte.

Zelfs nu, meer dan twintig jaar later, houd ik nog steeds rekening met de manier waarop ik iets afwijs wanneer ik ergens geen zin in heb.

Tenslotte vonden we toch een gezellig eettentje dat wel open was. Waar ik een broodje kaas en een kop  thee bestelde ging Lewis voor een steviger ontbijt in de vorm van witte bonen, worstjes, spek en iets dat ‘black pudding’ heette.

Omdat ik pudding associeerde met iets zoets zei ik meteen ‘ja’ toen hij vroeg of ik een hapje wilde proberen van dit traditionele Schotse gerecht maar bij het proeven van sterk smakende bloedworst pakte ik mijn servet en liet ik deze ‘lekkernij’ net zo snel weer uit mijn mond vallen als dat ik het er had in gestopt.

‘I don’t fancy it’, zei ik braaf zoals hij me eerder die dag had geleerd waarop ik Lewis bijna achterin zijn keel kijken omdat hij niet mee bij kwam van het lachen.

Oorbelletje

Naast het feit dat iedere dag een feestje was waarbij hij me aan allerlei mensen voorstelde voerden we ook ellenlange en ook behoorlijk serieuze gesprekken tot diep in de nacht. Op zulke momenten merkte ik hoeveel ik eigenlijk voor hem betekende ook al deed hij meestal heel hard zijn best om dit niet te laten merken.

Tijdens één van onze gesprekken liet hij me weten dat als onze relatie uit zou gaan hij me nooit meer wilde zien. Voor Isobel had hij een relatie gehad met Mandy en zij was nu nog steeds zijn beste vriendin.

‘Met jou zou ik dat niet kunnen’, zei hij. ‘Met Isobel ook niet….. Die wil ik ook nooit meer zien…’

Hij vergeleek mij op die manier dus toch met haar. Hij zou nooit meer als goede vrienden met mij kunnen omgaan omdat hem dat te veel pijn zou doen, zei hij.

Dit soort uitspraken zorgden ervoor dat ik toch hoop bleef houden dat het goed zou komen tussen ons, dat als ik hem de tijd zou geven hij uiteindelijk toch weer liefde zou durven toelaten. Dat hij inderdaad wel om me gaf bleek wel toen hij mij die dag voor mijn vertrek een beetje verlegen zijn eigen oorbelletje gaf.

Voor we samen de stad in gingen om te winkelen bracht ik staand voor de spiegel op zijn garderobekast zorgvuldig mijn smokey eyes aan. Lewis liep in zijn joggingbroek achter me langs en trok weer eens één van zijn gekke gezichten in de spiegel.

‘Mooi?’ vroeg ik expres in het Nederlands terwijl ik me naar hem omdraaide.

‘You’re going to scare people!’

‘Well… as long as I don’t scare you?’

Lewis lachte.

‘You know you’re beautiful!’

Net toen ik bijna klaar was met mijn kohlpotlood duwde hij in het voorbijgaan terloops zijn oorringetje in mijn hand. Het zilveren oorringetje dat hij zelf altijd droeg en wat ik al dagen van hem af probeerde te troggelen omdat ik graag iets persoonlijks van hem wilde dragen.

Hij had het me steeds niet willen geven.

‘Why not?’

‘Because it’s mine!’

En nu, een dag voordat ik weer naar Nederland zou vertrekken kwam hij uit zichzelf met dat sieraadje aan. Ik was zo blij als een kind en vroeg hem direct het oorbelletje bij me in te doen… Nadat hij het ringetje in mijn oor had gedaan keek hij me vragend aan.

‘So Lola baby, when will I see you again?’

De man bleef me verbazen. Hot, cold, hot, cold. Kathy Perry zou er later nog een heel mooi liedje over zingen, maar op dat moment was er nog geen Kathy Perry en ik was nog jong en naïef.

Het aantrekken en afstoten wat hij van begin af aan deed begreep ik toen nog niet. Ik was blij met ieder lief woordje dat hij voor me over had en ieder complimentje dat hij me gaf.

Dat hij nu helemaal uit zichzelf vroeg wanneer hij me weer zou zien gaf me  na zijn bekentenis niet verliefd op me te zijn  toch wel weer een beetje een goed gevoel.

Samenwonen

Op de laatste dag van onze veel te korte vakantie vroeg ik hem tijdens de lunch in een klein restaurantje in Dumbarton of hij bij me wilde komen wonen in Nederland.

Als ik op school zou blijven werken kon hij huisman zijn en daarnaast stripper blijven, legde ik hem uit. Repeteren met de groep deed hij toch al in Engeland en of hij nu vanuit Glasgow naar Londen vloog of vanuit Amsterdam maakte ook niet zoveel uit.

Toen hij deze vraag direct met ‘ja’ beantwoordde dacht ik serieus dat hij een grapje maakte. Ik had het gevraagd onder het mom van ‘nee heb je en ja kun je krijgen’.

Ik had zeker niet verwacht dat hij al zou willen samenwonen, laat staan dat hij voor mij naar Nederland zou willen verhuizen!

Na de lunch bracht hij me naar het vliegveld en namen we afscheid. Hoewel er weer een hele reeks shows stond gepland en ik hem dus weer een hele poos zou moeten missen, mocht ik niet huilen van hem.

‘How do you think that makes me feel?’

Hij zei dat als ik huilde ik hem ook verdrietig zou maken. Sterker nog, hij werd er zelfs boos om. Ik slikte dus mijn tranen maar weer in en zei dat ik van hem hield waarop hij zei: ‘I know…’

Zoals Lewis mij attent had gemaakt op de tekst van ‘Don’t dream it’s over’, vroeg ik hem te luisteren naar ‘Over my head’ van Fleedwood Mac. We zeiden alles met muziek. Hij was hiermee begonnen en als vanzelf bleven we dit doen. ‘Over my head’ gaf precies weer hoe ik me voelde binnen deze relatie.

Aan de ene kant wilde ik alles voor hem doen, alles voor hem zijn. Aan de andere kant voelde het vaak alsof ik mijn tijd verdeed met hem, alsof het uiteindelijk toch nergens toe zou leiden.

You can take me to paradise,
And then again you can be cold as ice
I’m over my head,
But it sure feels nice.

Your mood is like a circus wheel,
You’re changing all the time,
Sometimes I can’t help but feel,
That I’m wasting all of my time.

Uiteindelijk stapte ik met een dubbel gevoel het vliegtuig in en vloog terug naar Holland waar we over enkele maanden zouden gaan samenwonen.

 

Klik >HIER voor deel 8.

Waargebeurd liefdesverhaal >Inhoud