Nathaliekriek.nl

Waargebeurd liefdesverhaal (deel 2)

Waargebeurd liefdesverhaal

De volgende dag kon ik alleen maar aan Stewart denken. Ik wist dat hij geen relatie had, want dat had ik hem in de bus op weg naar hun optreden tussen neus en lippen door gevraagd. Ik had echter geen idee hoe ik dit nu verder moest aanpakken. Steve had heel duidelijk laten merken dat hij me echt leuk vond, terwijl ik alleen maar oog voor Stewart had gehad.

Don’t dream it’s over: deel 1; deel 2;  deel 3;  deel 4;  deel 5 (slot)

 

Ik had ook geen flauw idee hoe Stewart over me dacht. We hadden het goed kunnen vinden samen, maar dat hoefde natuurlijk nog niet te betekenen dat hij mij ook op een andere manier aantrekkelijk vond.

Telefoonnummer

waargebeurd liefdesverhaal stripperNa een paar weken, toen ik er zelfs niet meer van kon slapen, heb ik de manager van hun agentschap in Nederland gebeld en hem Stewart’s telefoonnummer gevraagd. Ik zei dat Stewart me dit gegeven had maar dat ik het was kwijt geraakt. Een leugentje om bestwil, maar hij geloofde me en gaf het me meteen. Toen ik Stewart belde, was hij blij verrast.

 

We kletsten met elkaar alsof we elkaar al jaren kenden en plotseling zei ik tegen hem: ‘Stewart, I like you’. Waarop hij direct antwoordde: ‘I like you too.’ Ik vond het doodeng, maar voelde me toch opgelucht toen het hoge woord er uit was. Hij reageerde heel lief en moest er ook wel een beetje om grinniken. Hij had het al in de gaten, zei hij, want ik had constant naar hem gekeken. Iedere keer als hij tijdens het optreden naar mij keek, keek ik naar hem in plaats van naar Steve.

Hoewel ik me betrapt voelde, stemde deze opmerking me ook hoopvol. Hiermee verried hij namelijk wel dat hij ook vaak naar mij gekeken had terwijl hij op het podium stond!

Stewart leek het allemaal nogal amusant te vinden en zei vrolijk in zijn plat Schotse accent: ‘Let’s give it a go’.

‘What?’

Hij moest lachen. ‘Let’s give it a try’, zei hij nu in wat netter – en voor mij beter verstaanbaar – Engels. ‘Let’s see what happens.’

Enkele weken later lag er plotseling een kaart in de brievenbus, van Stewart uit Duitsland!

“Hi Nathalie,

It’s work, work, work.

Weather is great, hotels are smashing.

Wish you were here!

Will ring you when I’m home, no problem.

Stewart (T.T.T)”.

 

No problem; zijn stopwoordje. Hij zei dit bijna bij alles wat hem werd gezegd of gevraagd.

Ik geloofde niet dat iemand zo happy kon zijn als ik op dat moment.

 

Don’t dream it’s over

In diezelfde periode werd de groep uitgenodigd voor een TV-show waarin ze zouden optreden en een interview zouden geven met hun partners waarin hen gevraagd zou worden hoe het was om met een male stripper te leven. Stewart belde me op om te vragen of ik wilde meegaan, want ik was nu tenslotte his girlfriend, zei hij.

Hoewel ik het vreselijk vond om op TV te komen stemde ik toch toe. Als ik ‘nee’ zou zeggen, zou het optreden niet doorgaan en liep de hele groep inkomsten mis, zo liet Stewart me weten. Er waren maar twee jongens van de groep die een vaste relatie hadden, dat vond de producent te summier. Stewart wilde dus samen met mij dat interview doen.

Geen gemakkelijke opgave want ik kende hem nog maar pas en wist eigenlijk niets over hem. Daarbij had ik ook nog behoorlijk last van cameravrees. Desondanks zette ik mijn bezwaren aan de kant. Voor hem zou ik het doen. Een andere optie was dat hij een andere meid mee zou vragen die zou doen alsof ze zijn partner was, hetgeen ik natuurlijk helemáál niet wilde.

waargebeurd liefdesverhaal stripperEnkele weken later was het zover. ’s Middags zouden de jongens met het vliegtuig aankomen op Schiphol. Met de trein ging ik erheen om hen daar samen met de manager op te halen. Sinds onze eerste kennismaking in Oss had ik hem niet meer gezien, dus ik was natuurlijk ontzettend blij dat hij er was. Ook Stewart was happy to see me again, zei hij. Terwijl hij me innig omhelsde, zag vanuit mijn ooghoeken Steve achter ons langs glippen richting de manager die verderop de andere jongens al had verwelkomd.

 

Dit keer verbleef de groep in het Schiphol Hotel. Eenmaal daar aangekomen, liepen de jongens direct door naar hun kamers om zich te installeren. Ik liep met Stewart mee naar zijn kamer, waar we na die paar korte telefoongesprekjes die we de afgelopen weken hadden gevoerd eindelijk in alle rust even konden praten. Inmiddels waren we allebei – een week na elkaar – jarig geweest, dus was dit een mooi moment om elkaar een cadeautje te geven.

Omdat Stewart altijd ‘no problem’ zei, had ik voor hem een goudkleurige Zippo aansteker gekocht en hier in sierletters ‘no problem’ in laten graveren. Hij vond het een fantastisch cadeau en kon het niet laten steeds die aansteker op te pakken en ernaar te kijken.

Voor mij had hij een adresboekje gekocht in Schotse ruit met bijpassende pen. Omdat ik zo van schrijven hield, zei hij. Hij had er iets liefs in geschreven en zijn eigen mobiele telefoonnummer erbij gezet, zodat ik hem altijd en overal zou kunnen bellen. 

Hoewel hij wel merkte dat ik er super blij mee was, voelde Stewart zich enorm bezwaard omdat ik hem zo’n duur cadeau had gegeven. Maar juist omdat ik wist dat hij nogal bot en stug kon zijn, hechtte ik enorm veel waarde aan het feit dat hij überhaupt de moeite had genomen om voor mij naar de winkel te gaan om zo’n persoonlijk cadeautje uit te zoeken!

Toch werd ik plotseling heel verdrietig. Alles leek zo perfect, hier moest ooit wel een eind aan komen, zo dacht ik. Dat zei ik ook tegen hem. Hij vroeg of het kwam door de afstand tussen Nederland en Schotland, en ik knikte. Dat had er absoluut mee te maken. En daarnaast zijn werk natuurlijk, maar dat wist ik van te voren, daar zou ik verder nooit over zeuren. Het was vooral het feit dat ik weinig vertrouwen had in een long-distance-relatie. 

‘Don’t worry’, stelde hij me gerust. Do you know the song  ‘Don’t dream it’s over’ by  Crowded House?’

Dat kende ik. Het was zelfs één van mijn favoriete nummers. Ik had de single ervan thuis liggen!

Stewart zei dat ik naar dat nummer moest luisteren iedere keer als ik bang was dat we het niet zouden gaan redden samen.

waargebeurd liefdesverhaal don't dream it's overHey now, hey now
Don’t dream it’s over
Hey now, hey now
When the world comes in
They come, they come
To build a wall between us
We know they won’t win

‘Don’t dream it’s over’ was vanaf die dag ons liedje.

Cameravrees

Die avond in het hotel, voor de opnamedag, waren Stewart en ik voor het eerst samen. Steve was zonder eten naar zijn kamer vertrokken, iets wat hij volgens Stewart nooit eerder had gedaan. Later bleek dat hij geen zin had gehad om Stewart en mij samen te zien, hetgeen mij een behoorlijk schuldgevoel bezorgde. Het was natuurlijk nooit mijn bedoeling geweest om Steve te kwetsen.

Na het eten was Stewart naar Steve zijn kamer gegaan om nog een keer met hem te praten en was het gelukkig in orde. Desondanks hebben Steve en ik daarna helaas nooit meer een normaal gesprek met elkaar gevoerd. Wanneer we samen in een ruimte waren of met elkaar aan tafel zaten, negeerden we elkaar min of meer, maar dat was dan maar zo. Ik had er vrede mee, ook al werd ik vanaf dat moment door de anderen plagend ‘Yoko’ genoemd. (Naar Yoko Ono die volgens velen de oorzaak was van het uit elkaar gaan van the Beatles.)

Het belangrijkste was dat Stewart en Steve weer samen door één deur konden en op een normale manier konden samenwerken.

Om me van mijn cameravrees af te helpen maakte Stewart op de hotelkamer in het bijzijn van Jake en zijn vriendin Cameron wel twintig foto’s van me. Close-ups. Ik werd er zo verlegen van dat de anderen haast medelijden met me kregen en zij Stewart bevolen te stoppen, waarop hij zei: ‘ I’m sorry, won’t do it again’ en vervolgens nog drie foto’s maakte. Toen ik hierom moest lachen maakte hij er nog één.

‘ Okidoki, Done’.

Eén van deze foto’s zou hij later altijd bij zich dragen in zijn portemonnee.

 

TV opnames

Na een lange nacht van veel praten en weinig slaap, werden we de volgende morgen, direct na het ontbijt, door hun manager opgehaald om naar de TV studio te gaan voor de opnames van de show waarvoor we waren uitgenodigd. Hoewel we erg lang moesten wachten in de kleedkamer, hadden we veel lol met elkaar. Cameron, de knappe blonde Britse vriendin van van Jake, één van de andere strippers, had een geweldig gevoel voor humor en Abigail, een mooi klein roodharig Iers meisje was vreselijk goedlachs. Als zij begon te schateren, deed de hele groep automatisch met haar mee.

waargebeurd liefdesverhaal stripperWe werden netjes opgemaakt, de wenkbrauwen werden geëpileerd, ons haar gedaan, het was al met al toch wel een hele leuke ervaring. Bovendien was het fijn om dit keer niet het enige meisje te zijn in de groep  en Cameron en Abigail waren erg aardig.

Het interview ging ook goed, al was ik vreselijk zenuwachtig. Van te voren had de assistente in de kleedkamer me verzekerd dat ik uitgebreide antwoorden moest geven als de presentator mij iets vroeg. Met dat idee ging ik dus in de stoel zitten. Telkens wanneer me iets gevraagd werd, gaf ik uitgebreid antwoord zoals me was verteld, maar het enige dat de presentator deed was me telkens onderbreken, waar we achteraf ook weer ontzettend om moesten lachen.

Gelukkig werd het een kort interview, we hoefden allemaal maar vier vragen te beantwoorden. Daarna traden de jongens op voor het publiek en kregen ze na afloop van de presentator – tot grote hilariteit van de meiden – ‘de Gouden Slip uitgereikt’ . In plaats van direct terug te keren naar het hotel gingen we na de show met z’n allen met de manager mee naar zijn huis om daar samen nog iets te eten en te drinken. Eén van zijn kinderen was die dag jarig, dus het hele huis zat vol met vrienden en familie van de manager en diens vrouw, kinderen, strippers en andere artiesten.

Voor het hele gezelschap werd tassen vol Chinees eten besteld dat vervolgens op tafel werd uitgestald zodat iedereen kon pakken wat hij lekker vond. Met onze borden op schoot keken we met zijn allen videoclips op de grote TV in de huiskamer, heel apart. De vrouw van de manager bleek een niet onverdienstelijk zangeres en zong prachtig de titelsong van ‘Titanic’ mee, gezongen door Céline Dion.

Stewart liet me ook echt merken dat hij het leuk vond dat ik erbij was en zat voortdurend naast me op de bank met zijn hand rustend op mijn knie of met zijn arm om me heen geslagen. Ik had nog steeds de studio-make-up op en voelde me als een prinsesje. En Stewart was mijn prins. Het werd wederom een avond om nooit te vergeten.

Glasgow

Stewart had behoorlijk wat gedronken die avond. Terwijl hij lekker lag te snurken, kon ik de slaap maar niet vatten. Klaarwakker lag ik naar het plafond te staren omdat ik alleen maar lag te piekeren over hoe lang het na die nacht zou duren voordat ik hem eindelijk weer zou zien. Met zijn drukke werkschema en al dat reizen wat hij deed, zouden we vast weer een hele poos zijn aangewezen op het schrijven van brieven en korte telefoongesprekjes.

Althans; ik schreef en hij belde. Soms. Wanneer het hem uitkwam, meestal wanneer hij gewerkt had en dronken was, belde hij me om 03:00 ’s nachts wakker om te zeggen dat hij me miste. Hoewel ik de volgende dag weer vroeg op moest om te werken, werd ik nooit boos op hem. Ik was al lang blij dat ik zijn stem weer even hoorde en hij kennelijk op dat moment meer behoefte had aan mij dan aan één of andere  groupie.

Afgezien van die ene kaart uit Duitsland, heb ik verder nooit een brief van hem ontvangen. Schrijven vond hij moeilijk. Hij had het wel geprobeerd, zei hij. Maar verder dan ‘Dear Nathalie’ was hij nooit gekomen. Zei hij. Volgens mij had hij het niet eens geprobeerd, maar het was oké. Ik accepteerde sowieso alles van hem. En dat wist hij.

waargebeurd liefdesverhaalAangezien de jongens de volgende dag pas laat in de middag naar huis zouden vliegen, doken we nadat we in het hotel hadden ontbeten, eerst nog even de stad in. Net als alle toeristen vonden ze het geweldig om alle coffeeshops en the Red Light District te zien. Allemaal blowden ze, alleen in Engeland en Schotland was dit officieel verboden, dus Amsterdam was voor hen je reinste Luilekkerland.

 

Voor de manager die avond iedereen weer naar het vliegveld reed, brachten ze eerst met zijn allen mij naar huis, waar het gewone leventje weer op me wachtte. Geen mooie hotels meer, geen Stewart, geen gezelligheid met de groep. Wel liefdesverdriet. En veel ook. Het zou weer maanden duren voor we elkaar weer zouden kunnen zien.

Maar het Lot was ons goed gezind. Enkele optredens van de jongens werden op het laatste moment wegens omstandigheden gecanceld, waardoor Stewart onverwacht een week vrij was, met als gevolg dat ik amper twee weken nadat we elkaar gezien hadden, alsnog bepakt en bezakt – op Koninginnedag –  de overvolle trein naar Schiphol nam en voor het eerst naar Glasgow vloog.

Tijdens een snelle overstap op vliegveld London Heathrow, waar een klein gammel uitziend vliegtuigje op me stond te wachten, sloeg de schrik me om het hart. Moest ik dáár in? Het werd er allemaal niet beter op toen ik zag dat het ouderwetse vliegtuigje ook van binnen het nodige achterstallige onderhoud vertoonde in de vorm van vuile, versleten stoffering en gerafelde veiligheidsriemen. Ik had echter geen keus… Daarbij, ik was zó ontzettend verliefd. Voor Stewart was ik waarschijnlijk nog zwémmend naar de overkant gegaan.

waargebeurd liefdesverhaalEenmaal op Glasgow Airport aangekomen, stond hij me al breed grijnzend op te wachten. Nadat we elkaar uitgebreid hadden begroet reden we al kletsend in zijn auto naar Clydebank, een klein havenstadje vlakbij Glasgow, waar hij op de tweede verdieping woonde van een enorm hoog en grauw flatgebouw in de ongure wijk Dalmuir. Ik weet nog hoe apart ik het vond om in het kleurloze trappenhuis te staan en daar de brievenbus te zien hangen waar de postbode de afgelopen maanden al mijn brieven in had gedeponeerd…

Het appartement betrof een oude drie kamer woning met twee kleine slaapkamers. De huiskamer was zo smal dat er niet eens plek was voor een eethoek. Er stond enkel een bank, een salontafeltje, een luie stoel, een wandkast en een TV, en daarmee stond het vol. Hoewel de woning qua inrichting en schoonmaak wel een vrouwenhand kon gebruiken, was het er knus en ik voelde me er direct thuis. Vlak langs de flat raasde om het half uur een trein voorbij, maar zelfs dat vond ik wel iets hebben.

Op de momenten dat de wagons voorbij denderden moesten we zelfs even stoppen met praten omdat we haast niet boven de herrie uitkwamen.

‘Wait a minute…the train…’ zei ik, waarop Stewart verbaasd antwoordde:

‘What train?’

Een grapje natuurlijk, al woonde hij er inmiddels al zo lang dat het hem oprecht niet meer stoorde wanneer de kamer werd gevuld met de alles overstemmende herrie van Dalmuir Station.

Terwijl ik mijn tas uitpakte zette Stewart een beker thee voor me. Hij deed dit door een steelpannetje met kokend water op het vuur  te zetten en hier vervolgens een theezakje in te gooien. Verder liet hij me zien hoe alles werkte in de badkamer. Douchen was er sowieso niet bij. Stewart had alleen een ligbad, wat het behoorlijk lastig maakte om mijn lange haar te wassen. Om het water goed op temperatuur te krijgen moest ik een half uur van te voren een schakelaar in de keuken omzetten om het water te verwarmen.

Onpraktisch was ook de vloerbedekking in de badkamer, kennelijk de normaalste zaak in Schotland; iedereen daar bleek het te hebben. Zelfs de stopcontacten waren anders dan in Nederland, waardoor mijn föhn, krultang en batterijoplader in één klap totally useless waren. Oh ja, en er was ook geen wasmachine voor handen. Eens per week kwam de wasservice langs om zijn vuile was op te halen en de schone weer te brengen. Ik mocht dus ook zéker niet te veel handdoeken gebruiken van hem.

Allemaal nieuwe regels waar ik even aan moest wennen, maar natuurlijk prima mee kon leven.

Nadat ik mijn kleding in de kast had gehangen en we samen gezellig thee hadden gedronken, nam Stewart me mee naar Loch Lomond, een prachtig meer, gelegen tussen schitterende bergen die vaag weerspiegelden in het rustig kabbelende water. Het was echt prachtig om daar met hem te mogen zijn. Eindelijk echt samen, zonder drukte of ander gedoe om ons heen. Stewart bleek een intelligente jongen en fijne gesprekspartner te zijn en naast zijn opstandige en dominante karakter zeker ook een gevoelige kant te hebben.

 

Wet Wet Wet

Na ons samenzijn bij Loch Lomond, stond hij erop dat ik mee ging naar zijn local pub waar hij me wilde voorstellen aan zijn vrienden. Die vonden het geweldig om een buitenlands meisje te zien; de meesten van hen waren zelfs nog nooit buiten Glasgow geweest. Twee uur later was ik zo moe dat ik graag naar huis wilde om te slapen en Stewart ging braaf met me mee.

Toen ik net naar bed wilde gaan, ging de telefoon. Het was Stewarts beste vriend Gary Moir, een Schotse cabaretier en tevens de buurman van de drummer van de destijds wereldberoemde formatie Wet Wet Wet; Tommy Cunningham. Ongelooflijk. Op de Mavo draaide ik bandjes met hun muziek en nu bleken het vrienden te zijn van Stewart! 

waargebeurd liefdesverhaalEr was een feestje gaande in zijn huis, hij had ‘goed spul’ gehaald en vroeg of we ook zin hadden om te komen. Hoewel ik het een eer vond dat ik mee mocht (hij nodigde nooit onbekenden uit in zijn huis), was ik echt heel erg moe van de reis en alle indrukken die ik had opgedaan die dag. Het was mijn eerste keer alleen in een vliegtuig dus het was best spannend geweest.

Daarbij dronk ik zelf geen druppel alcohol en drugs waren ook niet aan mij besteed. Stewart echter – feestbeest in hart en nieren –  wilde echt graag naar Gary toe, dus zei ik dat het wat mij betreft prima was als hij alleen zou gaan. Ik zou toch gaan slapen, dus voor mij hoefde hij sowieso niet thuis te blijven.

Even twijfelde hij, maar ging tenslotte toch. Ik vond het niet erg. Morgen zouden we weer samen zijn. En de hele week nog! Ik zou Gary en de rest zeker nog wel leren kennen!

Degene die ik ook goed zou leren kennen was Stewart zelf…

 

Klik hier voor deel 3.

Klik hier voor het overzicht: verhalen.