Nathaliekriek.nl

Waargebeurd liefdesverhaal (deel 4)

Waargebeurd liefdesverhaal

Juist tijdens de feestdagen moest hij weer op reis waardoor we samen geen kerst konden vieren. Ik mocht wel met hem mee, maar omdat ik toch al wist dat hij na de shows uitgebreid met de andere jongens zou gaan drinken en feesten koos ik ervoor om thuis te blijven bij mijn familie, ook al draaide ik ‘Christmas and Glasgow’ helemaal grijs in mijn eentje ’s avonds.

Don’t dream it’s over: deel 1; deel 2;  deel 3;  deel 4;  deel 5 (slot)

 

 

waargebeurd liefdesverhaalShe knows the only danger
Of christmas and glasgow
Is you love too much
And she’s thinking of years
At christmas and glasgow
When it meant too much

 

Stewart troostte me met de gedachte dat we volgend jaar kerst samen zouden zijn, want hij dacht er serieus over om te stoppen met de shows. Hij werd er ook niet jonger op zei hij en bovendien had hij het wel een beetje gehad met al dat heen en weer reizen en het telkens weer moeten in-en uitpakken van koffers.

Ik was dolblij! Mijn geduld leek eindelijk te worden beloond. Langzaam maar zeker leek Stewart steeds meer voor mij te kiezen. Voor een leven samen. Een normaal leven!

Desondanks krabbelde hij uiteindelijk toch terug wat de verhuizing naar Nederland betrof. Hij kon zijn vrienden niet missen wie hij zo graag hielp tijdens hun optredens. Hij zag er vreselijk tegenop de taal te leren en daarbij wilde hij zijn moeder ook niet in de steek laten.

Ze begon te kwakkelen met haar gezondheid en ze had het jaar daarvoor kort na elkaar zowel haar man als Stewart’s oudste broer verloren aan kanker. Natuurlijk had ik alle begrip voor zijn standpunt. Toen hij vroeg of ik dan bij hem wilde komen wonen hoefde ik ook niet lang na te denken en zei direct ja.

Het maakte me niet uit. Ik wilde gewoon bij hem zijn en als dat niet in Nederland kon, dan maar in Schotland!

Death before dishonor

Aangezien ik op dat moment werkzaam was op een basisschool, had ik het geluk dat ik ook alle schoolvakanties vrij was. In de voorjaarsvakantie reisde ik dus opnieuw af naar Glasgow om eens goed met Stewart om de tafel te zitten en samen het één en ander te regelen.

Ik zou gaan kijken of ik er een leuke baan kon vinden en we zouden gaan informeren wat er allemaal georganiseerd moest worden om de verhuizing naar Schotland zo goed mogelijk te laten verlopen.

waargebeurd liefdesverhaalDie week spraken we voor het eerst ook over kinderen. Dat bleek één van de redenen te zijn geweest waarom zijn relatie met Joan was stukgelopen. Hij wilde heel graag kinderen, maar zij absoluut niet. We keken elkaar aan en ik vroeg of hij misschien een kindje van mij zou willen. Hij zei tot mijn stomme verbazing weer direct ja. Hij had daar al over nagedacht zei hij. ‘I’ve been thinkin’about it’.

 

Toch had hij nog niet een keer ‘I love you’ tegen me gezegd, maar daar maakte ik me niet meer zo druk om. Op genoeg andere manieren liet hij blijken dat hij wel degelijk van me hield. En dat hij een kind met me wilde, zei natuurlijk helemaal genoeg. De manier waarop hij zich naar mij toe gedroeg vond ik belangrijker dan die drie woordjes.

Twee dagen nadat ik in Schotland was gearriveerd werd Stewart wakker met een enorme pijn in zijn zij. Hij was de avond ervoor uit geweest met zijn vrienden Gary en Doug. Op dat moment was er nog niets aan de hand, maar nu kon hij niet meer lopen van de pijn. Zelfs zitten was een probleem.

Hij was ervan overtuigd dat er iets met zijn galblaas aan de hand was en wilde dat ik meteen terug naar Nederland zouden vertrekken. Ik vond dit echt belachelijk en weigerde dan ook pertinent. Ik was er net! Maar Stewart duldde geen tegenspraak, sterker nog, hij werd heel erg kwaad! Hij wist haast zeker dat hij moest worden opgenomen en dan zou ik hier maar zitten in mijn eentje.

Ik was  juist van mening dat ik me dan zelf maar moest zien te vermaken. Als ik hier toch wilde komen wonen zou ik gezien zijn werk en levensstijl wel vaker alleen thuis zitten. Hij hoefde mij echt niet voortdurend te entertainen.

waargebeurd liefdesverhaalMaar Stewart hield voet bij stuk. Ik wilde graag voor hem zorgen, maar dat was juist wat hij niet wilde. Ik mocht me niet met zijn medicijnen bemoeien, niet met zijn ongezonde manier van leven en ik mocht hem ook niet verzorgen als hij ziek was. Op zijn onderarm stond het ook in koeienletters getatoëerd: Death before Dishonor.

Hij was zo vreselijk trots, hij redde zichzelf wel. Toen ik voet bij stuk hield en bleef zitten waar ik zat pakte hij zijn telefoon en belde resoluut het vliegveld om te vragen of er nog een plaats vrij was voor de eerstvolgende vlucht naar Nederland. Ja, dat was er. Maar dan moest er wel weer een nieuw ticket worden gekocht. Ik schudde mijn hoofd. Beslist niet!

Stewart gaf het op maar ik was woedend op hem omdat hij zo vreselijk koppig was dat hij me na amper twee dagen alweer naar huis had willen sturen. Met een gezicht tot op de grond beende hij – zo goed en kwaad als het ging – de deur uit op weg naar de dokter. Daarna zou hij naar het ziekenhuis gaan om foto’s te laten maken. En nee. Ik mocht niet mee.

Na een uur of twee kwam hij weer binnen gewandeld.

‘Hey!’ riep ik blij verrast uit ‘Hoefde je niet opgenomen te worden?’ Hij schudde zijn hoofd en zei kortaf: ‘Cracked ribs! She said I’ve cracked ribs!’

Ik schoot in de lach. Hij was ervan overtuigd geweest dat zijn galblaas eruit moest en nu bleek hij gekneusde ribben te hebben. Toen ik vroeg hoe hij daaraan kwam, wist hij het me niet te vertellen. Hij ging zitten en dacht na. Pas veel later ging er een lampje branden. Hij belde Doug op om te vragen wat er die nacht in de pub was gebeurd.

Pie

Doug kon zich gelukkig meer herinneren en vertelde hem dat ze waren gevallen! Hierbij was Stewart behoorlijk ongelukkig terecht gekomen met Dougie bovenop hem. Vanwege alle alcohol en speed had hij op dat moment niets gevoeld, maar achteraf dus des te meer.

Ik vond het vreselijk dat hij altijd zo dronken werd dat hij zich de volgende dag niets meer wist te herinneren, maar dankzij Doug wisten we nu in ieder geval wel wat er aan de hand was. Stewart moest veel rusten – hij kon ook niet anders – en was die week vreselijk chagrijnig. Hij bleef maar mopperen dat hij het niets vond dat ik er nu was. Hij had alleen maar pijn en was niet in staat leuke dingen met me te doen.

Hij zat daar meer mee dan ik. Ik vermaakte me ook wel zonder hem. Natuurlijk was het minder gezellig, maar ik zag het als een goede test voor ik daadwerkelijk met hem zou gaan samenwonen.

Terwijl Stewart thuis op bed lag heb ik heel veel gewandeld in het mooie Dalmuir Park dat achter het station was gelegen en op dat moment vol in bloei stond. Ik heb op mijn gemak de buurt verkend, boodschappen gedaan in de supermarkt en zelfs in mijn eentje gezwommen in the Playdrome, een groot sportcentrum dat naast het winkelcentrum lag.

Op een middag toen ik een beetje zat te mijmeren op een bankje in het park, zag ik opeens Stewart aan komen strompelen over het pad. Hij kwam naast me zitten en gaf me een papieren zakje met iets lekkers erin. Het was een Schotse specialiteit: pie, een lekker knapperige pastei, gevuld met vlees.

Hij dacht dat ik wel trek gekregen had van het wandelen en was in de auto gestapt om me in het park te komen zoeken. Ontzettend lief! Echter, toen hij me vanaf dat moment elke dag een zakje pie kwam brengen en ik er op een gegeven moment even genoeg van had, werd hij boos.

‘You said you liked it!’

‘I do like it, Stew. Just not every day…’

Vanaf dat moment kocht hij het niet meer. Ook niet toen ik er na een paar dagen wel weer zin in had.

 

Avondwinkel

Op een avond in de lateshop die tegenover het flatgebouw was gelegen waar Stewart woonde, merkte ik hoe populair Stewart eigenlijk was in de wijk. Ik had sigaretten gehaald voor hem en stond bij de kassa op mijn beurt te wachten toen ik werd aangesproken door een verlopen uitziende vrouw die duidelijk aangeschoten was. Ze was jong, maar haar onverzorgde uiterlijk en het feit dat ze een aantal tanden miste maakte haar ouder dan ze was.’Wheu aar yeu?’ vroeg ze me in haar platte accent.

Ik vertelde haar niet mijn naam maar antwoordde dat ik uit Holland kwam en hier logeerde.’Wheu aar yeu steeyin with then?’ vroeg ze terwijl ze me wantrouwend aankeek.

Ik wees naar het raam waar Stewart woonde en zei: ‘I’m staying with Stewart, second floor’, waarop haar gezicht direct opklaarde.

Aaah! The good looking man with the wee hat!’ riep ze blij uit. (Stewart droeg buiten vaak een zwart Blues-Brother hoedje.) Ze lachte haar rotte tanden bloot en ik had er ter plekke een vriendin bij. Om de één of andere reden dacht ze dat ik zijn nichtje was en begon ze direct aan mijn opgestoken haar te friemelen. Terwijl haar vingers liefdevol over de klemmetjes gleden sprak ze haar bewondering uit over het feit dat ik dat zo netjes had gedaan en dat dit haar zelf nooit lukte.

Even dacht ze nog dat iemand anders het voor me had gedaan, met al die speldjes, maar ik verzekerde haar dat ik echt zelf mijn eigen haar deed. Ze vond het ongelóóflijk. En toen Stewart binnen kwam strompelen om te kijken waar ik zo lang bleef richtte ze zich ook nog eens tot hem: ‘Look at the lassies hair, man. It’s unbelievable!’ (‘Lassie’ betekent ‘grietje’ in Schotland, zo leerde ik.)

Ze vertelde beteuterd aan Stewart dat zij zelf de achterkant van haar eigen haar niet kon zien, waarop Stewart droog antwoordde:’Aye, well, Dutch people can, they all have eyes in the back of their head.’

Ze barstte uit in een dronken bulderlach en probeerde Stewart stevig te omhelzen, waar hij duidelijk geen zin in had. Terwijl hij haar houtgreep probeerde te ontwijken, troonde hij me tegelijkertijd hardhandig – doch krom lopend van de pijn in zijn zij – de winkel uit. ‘Get outta here, for fuck sake!…’ bromde hij. Ik ben daarna zeker nog drie keer in de lach geschoten om dit hele voorval en Stewarts narrige reactie op dit alles.

Desondanks waardeerde ik het enorm dat hij me ondanks de pijn toch weer was komen zoeken. Op de één of andere manier wilde hij altijd weten waar ik was en of het goed met me ging. Hij voelde zich verantwoordelijk voor me, zo verklaarde hij later toen we samen weer bij hem thuis op de bank zaten.

Lege flessen en volle asbakken

Toch was dit typisch ‘Clydebank’. Er werd in het dorp en ook in de naastgelegen stad Glasgow ontzettend veel gedronken en drugs gebruikt door iedereen. Het was niet uitzonderlijk als je voor het middaguur al iemand wasted op straat zag liggen, die daar zijn roes lag uit te slapen van de nacht ervoor. Ook bovenbuurvrouw Pollock had me s’morgens vroeg al twee keer wakker gebraakt.

De flat was enorm gehorig, waardoor ik haar boven mijn hoofd vanuit de woonkamer (waar ze kennelijk in slaap gevallen was) in volle vaart naar de badkamer hoorde rennen, gevolgd door een onsmakelijk gebrul in de hol klinkende WC pot. Goedemorgen.

Ook moest ik ’s middags eens een dronken man passeren die beneden naast de toegangsdeur van de flat half onderuitgezakt tegen de muur geleund stond en niet meer voor of achteruit kon. Uit angst dat hij voor mijn voeten zou moeten overgeven of andere onberekenbare dingen zou doen, glipte ik snel langs hem naar binnen waarop een vrouw, die net naar beneden kwam om hem op te halen, zich verontschuldigde en me uitlegde dat hij naar een begrafenis was geweest.

In Schotland schijnt dit één van de vele gelegenheden te zijn waarbij het de normaalste zaak van de wereld is dat men zich helemaal laat volgieten. Dit soort dingen, drank-en drugsmisbruik maakte me soms wel aan het twijfelen of ik hier zou kunnen – en willen – wonen. Glasgow is volgens onderzoek de stad waar in Schotland de meeste drugs-en alcohol verslaafden wonen en schijnt de meest ongezonde stad van het Verenigd Koninkrijk te zijn. Het verbaast me niet.

Hoewel mijn leven met Stewart in Clydebank in schril contrast stond met de manier waarop ik hem destijds had leren kennen, in de wereld van glitter en glamour, was ik toch nog steeds bereid alles voor hem op te geven om in Schotland een nieuwe leven met hem te beginnen, ook al verklaarden mijn vriendinnen, familieleden en collega’s in Nederland me finaal voor gek.

Ondanks het feit dat hij een ontzettend lastig karakter had, bleef ik mede dankzij zijn geweldige gevoel voor humor en stoere uitstraling tot over mijn oren verliefd op hem. Ik zou nooit meer iemand ontmoeten zoals hij, dat wist ik zeker. Zelfs toen hij weer beter kon lopen, vaker de deur uit ging en veel te laat thuis kwam als ik had gekookt, boeide me dit niet.

Natuurlijk vond ik het niet leuk, maar ik wist ook dat hij geen man was van structuur en regelmaat. Ik at gewoon alleen en warmde zonder iets te zeggen zijn prakje op wanneer hij ’s avonds laat thuis kwam. Hij vroeg me dan uit zichzelf of ik al had gegeten en als ik ‘ja’ knikte kregen zijn ogen steevast die twinkeling die altijd verried hoe hij zich voelde of wat hij dacht.

‘Ah…good for you,’ knikte hij dan goedkeurend, alsof hij me had willen testen en ik nu was geslaagd door niet te zeuren over het late uur waarop hij was thuisgekomen.

Wanneer we uit waren geweest en hij midden in de nacht nog een groep vrienden mee naar huis nam, ging ik gewoon naar bed. ’s Morgens wanneer Stewart nog lag te slapen, ruimde ik het huis op dat ze als een lege kroeg hadden achtergelaten. Het vuilnis deed ik in een zak die ik vervolgens door een luik in het trappenhuis kon schuiven waarna deze via een interne glijbaan naar beneden roetsjte. Een wonderlijk systeem en gezien het feit dat natuurlijk lang niet alle zakken heelhuids de eindstreep haalden vast en zeker een walhalla voor muizen en ander kruipend ongedierte…

Volle asbakken, lege flessen drank, omgevallen glazen. Hij maakte er een zooitje van altijd met zijn vrienden. Opruimen daarentegen is nooit zijn sterkste kant geweest.

Kindje

Hij hanteerde een bepaalde levensstijl en ik accepteerde het. Ik moest ook wel, want hij was niet van plan te veranderen en ik wilde hem niet kwijt. Iemand moest dus water bij de wijn doen en in ons geval was ik diegene. No problem.

Ondanks de wilde nachten die hij meerdere malen per week beleefde, liet hij me duidelijk merken nog steeds graag een kindje van me te willen. Hij maakte vaak grappen over hoe onze baby zijn looks zou hebben en mijn brains. Toen ik zei dat ik de pil zou weggooien om te kijken hoe hij hierop zou reageren, stemde hij hier direct mee in. En ik deed het ook nog…

‘Nat, come over here!’

‘Why?’

‘Come on, let’s hold the baby!’

Het was rond het middaguur. We zaten juist in zijn stamcafé wat te kletsen, toen een kennis van Stewart binnen kwam met haar – drie weken oude – baby om deze aan haar vrienden in de pub te laten zien. Stewart liep op haar af en wilde per se samen met mij en de baby op de foto. Op de foto zitten we naast elkaar terwijl hij de baby vasthoudt en breed grijnzend in de lens kijkt alsof hij zelf de trotse vader is en ik de kersverse moeder.

waargebeurd liefdesverhaalAls we eenmaal een kindje zouden hebben, zou hij vast gaan minderen met de alcohol en drugs, hield ik mezelf voor. Inmiddels begon hij ook echt te tekenen; hij was kilo’s afgevallen en had al een paar keer van het management te horen gekregen dat hij niet meer moest vermageren, anders kon hij geen deel meer uitmaken van de groep. Maar Stewart had er maling aan. Zoals hij maling had aan alles.

Toen we die avond samen even bij zijn moeder en schoonzus op visite waren geweest en hij daarna met een aantal vrienden naar een autoveiling was gegaan, besloot ik een lijstje te maken van wat ik allemaal nog zou moeten regelen voor de verhuizing. Ondanks de minder leuke kanten die ik inmiddels van Schotland had gezien, en zelfs ook van Stewart zelf, woog het samenzijn met hem toch zwaarder. Ik was liever daar samen met hem inclusief zijn minder goede eigenschappen, dan alleen in Nederland zonder zijn bijzondere persoonlijkheid.

Ik zocht in de kast naar een kladblaadje of schrift en stuitte op een groot schrijfblok. Toen ik het opensloeg zag ik direct op de eerste pagina staan:

‘Dear Nathalie, ‘

Daaronder stond:

‘Keep thinkin’ about you.’

Weer daaronder stond een deel van een vertaling van een Nederlandse zin die ik in één van mijn brieven aan hem had geschreven. Hij had geprobeerd deze te vertalen met behulp van het Nederlandse woordenboekje dat ik hem ooit gegeven had. Het was hem bijna gelukt zag ik.

waargebeurd liefdesverhaal

Ik vond het sowieso ontroerend om te zien dat hij daadwerkelijk geprobeerd had mij een brief te schrijven. Dat hij dus kennelijk toch aan me dacht wanneer ik niet bij hem was. En dat hij ook nog de moeite had genomen om de zin te vertalen. Dat had ik echt niet verwacht.

Hij had me wel gezegd dat hij had geprobeerd me te schrijven, maar ik had hem niet geloofd. Wel had ik het gevoel dat hij inmiddels toch wel van me was gaan houden op een bepaalde manier ook al had hij dit nog steeds niet tegen me gezegd. En nu zag ik het letterlijk zwart op wit staan. Niet exact in die woorden, maar toch.

Op een avond toen Stewart net gezellig de gordijnen had dichtgedaan en we naast elkaar op de bank TV zaten te kijken vroeg ik hem in een impuls of hij met me wilde trouwen. Niets romantisch aanzoek, geen bijzonder moment. Gewoon tijdens een aflevering van Friends op Comedy Central. 

‘Stew…will you marry me?’

Hij kreeg een glimlach van oor tot oor en zei:

‘Aye…I could wear a ring’, wat zoveel betekende als ‘Wel ja, waarom niet’.

We kusten elkaar en keken samen verder naar onze favoriete TV serie.

 

Klik hier voor deel 5 en tevens het slot.

Klik hier voor het overzicht: verhalen.