Nathaliekriek.nl

Waargebeurd liefdesverhaal (slot)

Waargebeurd liefdesverhaal

Toen ik eenmaal weer terug in Nederland was, hadden we zoals gewoonlijk bijna iedere dag wel even contact via (mijn) brieven of (zijn) telefoon. Ik was nog steeds vastbesloten naar Schotland te verhuizen en had dit ook thuis al kenbaar gemaakt aan mijn ouders, mijn vriendinnen en op mijn werk. Vooral mijn ouders en mijn beste vriendin vonden het vreselijk. Ze waren er echt verdrietig om en natuurlijk had ik er zelf ook moeite mee hen achter te laten.

Don’t dream it’s over: deel 1; deel 2;  deel 3;  deel 4;  deel 5 (slot)

 

Desondanks koos ik voor de liefde. En voor een kindje samen met Stewart. We zouden gaan trouwen en samen een echt gezinnetje gaan stichten. Daarbij, Schotland lag nu ook weer niet aan het einde van de wereld.

Kennelijk was hij, ondanks het feit dat hij zelf steeds over een kindje was begonnen en spontaan ‘ja’ had gezegd toen ik hem vroeg of hij met me wilde trouwen, toch minder enthousiast over onze toekomstplannen. Op een avond toen ik hem belde, reageerde hij zelfs ronduit koel.

‘It’s not a good time now’.

I love you

In eerste instantie dacht ik dat hij boos op me was. Die nacht had hij me namelijk weer eens opgebeld, maar omdat het al de derde keer op rij was en ik echt aan mijn nachtrust moest denken, liet ik ditmaal de telefoon rinkelen. Stewart nam er echter geen genoegen mee.

Nadat hij nog twee keer had gebeld, dacht ik dat het misschien wel dringend zou kunnen zijn, dus luisterde ik met mijn slaperige hoofd de voicemail af die hij drie keer vrij lang had ingesproken. Dronken natuurlijk, ook weer. Ondertussen zag ik de felrode letters op mijn digitale wekker 4:15 knipperen. Over drie uur zou het alarm gaan en ik wilde toch echt graag nog een paar uur slapen.

Prompt ging de telefoon nógmaals en raakte ik voor het eerst echt geïrriteerd. Zo’n nachtelijk gesprek met hem duurde altijd minstens een uur en ik moest wel gewoon weer werken de volgende dag. Desondanks wilde ik wel graag weten wat hij nu weer had ingesproken, dus kon ik het niet laten om tóch die voicemail nog een keer te beluisteren. 

‘It’s me again. I know you’ve heard the messages, because your bell ended too soon. Okey Cokey, let’s  leave it at that.’

Hij had in de gaten gehad dat ik zijn voicemails had beluisterd. Destijds was het zo dat wanneer een voicemail langere tijd niet was afgeluisterd, de beller dit kon horen aan een hele lange pieptoon, voor het nieuwe bericht kon worden ingesproken. Wanneer alle berichten waren beluisterd, klonk er slechts een kort piepje waarna de boodschap ingesproken kon worden.

waargebeurd liefdesverhaal

Ik voelde me door hem betrapt en wist niet goed of hij nu geïrriteerd was, of dat hij me verder gewoon wilde laten slapen. Toen ik hem dus de volgende dag belde en hij zei ‘it’s not a good time now’, dacht ik dat hij misschien beledigd was vanwege het feit dat ik voor het eerst sinds we samen waren zijn telefoontjes niet had beantwoord.

Ik vroeg of het goed was als ik later terug belde, maar dat wilde hij niet. Hij zou mij wel bellen. Twee dagen hoorde ik niks van hem, dus belde ik hem alsnog. Zijn mobieltje stond niet aan en ik sprak een berichtje in op zijn voicemail. Ik liet hem weten dat ik hem miste en dat ik een beetje ongerust was.

Die avond belde hij me terug. Hij was alleen bij Loch Lomond en zijn stem klonk anders dan anders. Zachter. Liever ook. Hij was heel serieus voor zijn doen, en plotseling zei hij zomaar uit het niets: ‘I love you…’

Ik wist niet wat ik hoorde!

‘Are you sure?’ vroeg ik nog een beetje lacherig.

‘Do you mean you are really in love with me?’

‘Aye, I’m in love with you, Nathalie’.

‘Hoe weet je dat nu opeens zo zeker?’

‘Cos I miss you.’

We hingen weer op en ik was dolgelukkig. Na zijn grote teleurstelling met Debby was het me toch gelukt om hem weer van iemand te laten houden!

Helaas was de blijdschap weer van korte duur. Tien lange dagen sinds zijn liefdesverklaring, kon ik hem op geen enkele manier bereiken. Continu stond zijn mobiel uit en ook op de huistelefoon kreeg ik geen gehoor. Ook hijzelf deed geen enkele moeite om me te bellen, zelfs ’s nachts bleef het opvallend stil.

Op dag 11 kreeg ik eindelijk duidelijkheid middels een pakketje uit Schotland. Van Stewart.

Het was geen cadeautje, zoals ik eerst dacht, maar spulletjes die ik daar alvast had laten liggen. Er zat een briefje bij. Een heel kort briefje:

‘Nathalie, I have met someone else, I’m sorry. I’m moving to another area. Don’t try to contact me. I hope you will find someone else who will be your boss. Take care,

Stewart’

Briefje

Ik had hem altijd liefkozend ‘my big boss’ genoemd, omdat hij nogal bazig en bezitterig was, en nu schreef hij me dat hij hoopte dat ik iemand anders zou vinden die mijn ‘baas’ zou kunnen zijn! Na alles wat we samen hadden meegemaakt.

Een jaar lang dagelijks contact, al onze verhuis – en trouwplannen, het kindje dat hij van me wilde, en nu kwam er zomaar een briefje van hem uit de lucht vallen. Een kort briefje. Een lullig kort briefje en verder niks. Hij had niet eens het lef gehad om me dit via de telefoon te vertellen! Meneer had iemand anders ontmoet en dat was het?

Oh ja. En ik mocht ook geen contact meer met hem zoeken. Lekker makkelijk. Typisch Stewart. Hij bande me gewoon uit zijn leven, van de ene op de andere dag. Niks praten, niks afscheid. Gewoon. Klaar.

No problem!

Hij viel in één keer van zijn voetstuk. Ik kon niet eens huilen, zo ondersteboven was ik van dit briefje. Ik begreep er werkelijk niets van. Twee weken geleden zei hij nog dat hij van me hield. En dat meende hij, dat wist ik zeker, zo goed kende ik hem inmiddels wel. Maar met wie was hij dan nu? Zou ik haar kennen? Misschien was hij wel bij haar toen ik hem belde, en hij zei: ‘It’s not a good time now’…

Het maakte ook allemaal niets meer uit. Het was over. Hij wilde me niet meer, wat de reden daarvoor ook was. Ik verscheurde het briefje, ruimde de spullen op die in het pakketje hadden gezeten en gooide de kleding die hij ook had opgestuurd in de wasmand. Voor ik het in de machine deed, drukte ik nog even mijn neus erin. Alles rook nog naar hem, en terwijl ik zijn geur opsnoof ging er door me heen: het klopt niet, hij is niet eerlijk tegen me. 

Terwijl de wasmachine draaide rukte ik ook uit het oorbelletje dat hij destijds bij me had ingedaan uit mijn oor. Ik kon het echter niet over mijn hart verkrijgen het weg te gooien, gevoelens schakel je helaas niet zomaar uit. Hoewel hij geen contact meer wilde heb ik hem toch nog een briefje teruggeschreven waarin ik hem liet weten dat dit dus was waarvoor ik altijd zo bang was geweest en waarom ik zo onzeker was geweest. Maar ook dat ik zijn eerlijkheid waardeerde en dat ik hoopte dat hij gelukkig zou worden, omdat ik ondanks alles nog steeds van hem hield en het allerbeste voor hem wilde. Wel schreef ik erbij dat ik het heel erg vond dat ik geen enkel contact meer met hem kon hebben.

Ik kreeg geen reactie op mijn brief.

Het was alsof ik plotseling wakker was geworden uit een hele lange droom. Een droom die weliswaar realistisch bleek, maar het helaas toch niet bleek te zijn. Ik kon niet anders dan mijn leven in Nederland weer oppakken en het jaar dat ik samen met Stewart had beleefd te koesteren als een aaneenschakeling van dierbare herinneringen aan momenten waarvan de meeste meisjes van mijn leeftijd alleen maar kunnen dromen.

Telefoontjes

Een half jaar na de breuk met Stewart – waar ik gezien de manier waarop hij mij van het ene op het andere moment had gedumpt gelukkig vrij snel overheen was –  was ik een man tegen gekomen die ik nog kende van vroeger. We bleken een betere klik met elkaar te hebben dan we dachten, waardoor een gezellig avondje koffie drinken bij mij thuis al snel uitmondde in een vaste relatie. Hoewel ik dacht dat ik na Stewart nooit meer verliefd zou kunnen worden op iemand anders, was dit geheel onverwacht toch gebeurd.

Juist in de periode toen mijn nieuwe vriend en ik spraken over samenwonen, begon ik vreemde telefoontjes te krijgen. Telkens wanneer ik opnam en mijn naam zei, bleef het een poosje stil, waarna er werd opgehangen. Dit gebeurde een paar dagen achter elkaar en, vraag me niet waarom, maar ik kreeg het gevoel dat het Stewart was.

Aan de andere kant was hij niet het type om te bellen en vervolgens niets te zeggen. Als hij de moeite had genomen om te bellen, zou hij me vast ook wel iets willen vertellen, leek me. Maar na een paar weken stopten de telefoontjes net zo plotseling als ze waren begonnen en dacht ik er verder niet meer aan.

Hoewel mijn nieuwe vriend in zekere zin wel wat op Stewart leek qua uitstraling en hetzelfde soort unieke gevoel voor humor had, bezat hij veel meer verantwoordelijkheidsgevoel, hetgeen me enorm in hem aansprak. Ik had het namelijk wel een beetje gehad met wilde feesten en hele nachten doorhalen.

Ik zat ook zeker niet meer te wachten op een man van wie iedereen iets wil en die om de haverklap uitgenodigd wordt voor allerlei uitbundige feesten die hij niet wil missen en die daarna steevast ook nog eens een sliert mensen mee naar huis neemt omdat het nooit genoeg is. Die zoveel drinkt en drugs gebruikt zodat hij de helft van de tijd of stoned, of dronken is, of zijn roes ligt uit te slapen…

Door de relatie met mijn nieuwe vriend werd me plotseling duidelijk dat ik Stewart tijdens onze relatie onterecht op een voetstuk had geplaatst waarbij ik mezelf compleet had weggecijferd voor hem en ik al die tijd in een schijnwereld geleefd had in Schotland. Hoe ik het ook wendde of keerde, feit was dat Stewart gewoon verslaafd was. En hoewel ik dat jaar zeker niet had willen missen, merkte ik wel dat ik nu vooral behoefte aan rust en regelmaat.

Op een zondagmiddag  toen we samen een beetje in het huis aan het rommelen waren, bleek de telefoon te zijn gegaan. Omdat ik op dat moment boven bezig was de kamers op te ruimen en de telefoon niet hoorde overgaan, had mijn vriend opgenomen. Toen ik beneden kwam, hoorde ik hem net die laatste zin uitspreken.

‘Nee, daar wil ze niets meer mee te maken hebben. Goedemiddag’.

‘Wie was dat?’

‘Iemand van die groep van je ex,’ antwoordde hij. ‘Maar ik heb gezegd dat je daar klaar mee bent’.

‘Wat wilden ze dan?’

‘Geen idee. Toen had ik al opgehangen’.

Teken

Twee jaar later – mijn vriend was inmiddels mijn man geworden en samen hadden we een zoontje gekregen – hoorde ik in het voorjaar van 2003 plotseling overal waar ik kwam ‘Don’t dream it’s over’, het liedje van Crowded House. Het liedje van Stewart en mij.

Ik hoorde het in de supermarkt, ik hoorde het toen ik een tuincentrum binnen ging en ik hoorde het op de fiets terwijl een auto me passeerde waarvan de bestuurder keihard dat nummer had opstaan. Ook wanneer ik zelf in de auto de radio aanzette kwam het regelmatig voor dat ‘Don’t dream it’s over’ daar net werd gedraaid. Het viel gewoon echt op hoe vaak dit nummer plotseling voorbij kwam terwijl het al lang al geen hit meer was.

Terwijl ik me op een koude lentedag in de slaapkamer een beetje zat op te tutten, zat mijn zoontje gezellig naast me op bed te graaien in mijn sieradenkistje. Hij had er iets uit gepakt en wilde dat aan mij geven. Toen ik het van hem aanpakte, bleek dat het oorringetje te zijn dat ik destijds van Stewart had gekregen. Ik glimlachte even bij de herinneringen die het sieraadje weer even bij me naar boven brachten en deed het in mijn oor.

waargebeurd liefdesverhaalAangezien er in het kistje veel meer ringetjes, kettinkjes en armbandjes lagen die veel meer glinsterden – en dus eigenlijk veel interessanter zijn voor een klein kind dan dit simpele oorbelletje – vond het wel heel apart dat zijn keus juist op dat simpele kale ringetje was gevallen.

Twee dagen later was ik het kwijt en ik baalde ervan. Het oorringetje was het enige tastbare dat ik nog had van Stewart en nu was het weg. Hoe hard ik ook zocht, het sieraad was en bleef zoek.

Wonder boven wonder zag ik het twee dagen later plotseling liggen in het midden van de badkamervloer, terwijl ik daar al tig keer had gekeken. Ik begreep er werkelijk niets van. Ik raapte het ringetje snel op en stopte het terug in mijn sieradenkistje.

Toen ik de volgende dag ’s morgens mijn slaapkamerraam opendeed, zetten de stratenmakers die voor de de deur aan het werk waren net hun radio aan. Ik herkende direct het intro. Kippenvel…In alle vroegte schalde ‘Don’t dream it’s over’ door de straat.

Dit was de druppel. Dit kon toch geen toeval meer zijn! Plotseling bekroop me een heel naar gevoel. Ik vermoedde dat Stewart niet meer leefde. Ik vermoedde dat hij was overleden en dat hij mij, door me overal dit liedje te laten horen, me toch wilde laten weten dat hij werkelijk van me hield. En nog bij me is, soms. Destijds geloofde ik namelijk dat onze overleden dierbaren bij ons in de buurt blijven en zich kenbaar kunnen maken door ons bepaalde tekens te geven. En dit zag ik duidelijk als een teken van Stewart. Waar hij ook was, er was naar mijn gevoel iets gaande dat ik moest weten.

Slecht nieuws

Dat gevoel liet me niet meer los. Ik wilde weten of hij nog leefde! Waarom hoorde ik plotseling overal waar ik kwam ons liedje? En waarom kwam mijn zoontje juist met dát oorringetje aan? En hoe was het mogelijk dat het sieraad zomaar uit het niets op de badkamervloer was opgedoken?

Ik belde een goede vriendin die mijn relatie met Stewart van begin tot eind had meegemaakt en dus het hele verhaal kende. Ik vertelde haar wat me was overkomen en vroeg haar of zij een mailtje zou willen sturen naar het management van de groep dat hun belangen behartigde wanneer ze in Nederland waren.

waargebeurd liefdesverhaalIk vroeg haar zich voor te doen als fan en hen te vertellen dat haar via via ter ore was gekomen dat één van de jongens was overleden en daarom bij het management van de groep wilde informeren of het waar was wat ze had gehoord. Misschien kinderachtig, maar ik durfde niet zelf de manager te bellen met de vraag hoe het nu met Stewart ging.

Stewart had me destijds uitdrukkelijk laten weten dat hij niet wilde dat ik ooit nog contact met hem zou zoeken. Ik wist dat hij een enorm kort lontje kon hebben en wilde hem niet het gevoel geven dat ik hem na al die jaren nog steeds wilde controleren of iets dergelijks.

Gelukkig wilde mijn vriendin me helpen en stuurde het management een e-mail zoals ik haar had gevraagd. Drie uur nadat ik haar gemaild had belde ze me terug.

‘Naat, ga even zitten, ik heb antwoord…’ Tegelijkertijd stuurde ze me de mail door die zij zojuist van het management had ontvangen.

‘Beste …..,

Helaas heb ik slecht nieuws, het klopt inderdaad dat Stewart is overleden. Hij  is in een half jaar tijd heel erg afgetakeld, heeft zich van alles buitengesloten en is uiteindelijk aan kanker overleden. Op dit moment is besloten om voorlopig helemaal niks meer in entertainmentland te doen. Ik had graag positiever nieuws willen mailen.

Groet,

………….

Op het moment dat ik het las sloeg mijn hart letterlijk een slag over. Mijn ademhaling stokte en de tranen sprongen in mijn ogen. Dit kon niet waar zijn! Hoe was dit mogelijk? Dat Stewart er gewoon niet meer was!? En… dat ik dit via een liedje had ontdekt? Ik was compleet in de war.

waargebeurd liefdesverhaal

Ik dacht weer aan het voorval met de gekneusde ribben. Hij wilde toen al niet dat ik hem zo zag. En die avond dat ik hem belde en hij reageerde met: ‘It’s not a good time now…’ Toen moet hij het vreselijke nieuws van de dokter hebben gehoord. En die laatste keer dat ik hem gesproken had, toen hij eindelijk na een jaar zei dat hij van me hield. Dat was zijn manier geweest van afscheid nemen. Typisch Stewart om zich van alles en iedereen terug te trekken.

Death before dishonor.

Mij had hij dus van begin af aan bewust buitengesloten. Hij wist dat ik meteen naar Schotland zou zijn gekomen om voor hem te zorgen, iets dat hij beslist niet wilde. Hij wist ook dat ik, als ik het allemaal had geweten, na zijn dood zeker niet zomaar had kunnen doorgaan met mijn leven.

I’m moving to another area, don’t try to contact me.

Hij wilde dat ik weer gelukkig zou worden.

En dan die ene zin:

I hope you will find someone else who will be your boss…

Hij is zo vreselijk dapper geweest!

Het was een vreemde gewaarwording. Ik was getrouwd en toch voelde het alsof ik zojuist weduwe was geworden. Stewart was er niet meer. Ik zou hem nooit meer zien. Ik had nooit op een normale manier afscheid van hem kunnen nemen en hij is helemaal alleen gestorven. Er was helemaal geen ander. Er is nooit een ander geweest. Maar hij had liever dat ik kwaad op hem was dan dat ik medelijden met hem zou hebben.

Later heb ik zelf nog het management gebeld en kreeg ik te horen dat Stewart zelfs zijn beste vrienden niet meer wilde zien toen hij ziek was en dat hij is overleden in het jaar dat ik mijn nieuwe vriend had leren kennen.

Piet Zwart

Ik zocht alle CD’s bij elkaar waarop liedjes stonden die iets voor ons hadden betekend en draaide die twee dagen achter elkaar. Ook bekeek ik keer op keer zijn foto’s en al die tijd moest ik huilen. Het was zo onwerkelijk allemaal. Niet alleen het feit dat hij er niet meer was. Maar vooral ook de manier waarop hij is gestorven en de manier waarop ik erachter was gekomen.

Zou Stewart me echt vanuit het hiernamaals hebben laten weten dat hij was overleden? Was dit zijn manier van afscheid nemen? En die telefoontjes die ik destijds kreeg. De telefoontjes van de zwijgende beller. Zou dit Stewart zijn geweest op zijn sterfbed? Wilde hij voor hij daadwerkelijk ging toch nog een paar keer mijn stem horen?

Heeft hij zo extreem geleefd en gefeest omdat hij bang was dat hij iets zou missen? Heeft hij al die tijd gevoeld – of zelfs geweten – dat hij niet oud zou worden en wilde hij daarom pakken wat hij pakken kon? Wilde hij destijds zo graag met mij en de baby op de foto omdat hij wist dat hij zelf geen kindje meer zou kunnen maken? En dan dat telefoontje dat mijn vriend destijds zo bot had afgehandeld….waarschijnlijk wilde één van de jongens me toen vertellen dat Stewart was overleden…

Zoveel vragen en zo weinig antwoorden. Ook voor mijn man moet dit een moeilijke periode zijn geweest, maar het was mijn manier van rouwen. Mijn manier om het een en ander te verwerken. Mijn manier om dit verlies – met een soort van terugwerkende kracht – alsnog een plekje te geven.

Mijn zoon, inmiddels drie en een half, heeft iets leuks bedacht. Hij klimt op mijn bed, gaat staan, en roept heel hard in de zonnebank die boven mijn bed hangt: ‘Piet Zwart!’ Hij ligt dubbel van het lachen, laat zich achterover vallen in de kussens, klautert weer overeind en herhaalt het keer op keer. Ik denk dat hij ‘Piet Zwart’ zegt, want zo klinkt het, maar hij spreekt het uit als: ‘Fietwart’.

Dit doet hij elke dag.

Na een paar weken zit hij op de bank naast zijn papa, rustig met een kopje thee met melk, wat hij altijd drinkt voor het slapen gaan. Dan begint hij te vertellen:

‘Fietwart gaat met mijn knuffels spelen altijd.’

‘ O ja? Doet Piet Zwart dat? s’Avonds als het donker is?’

Mijn kleine mannetje knikt.

‘Fietwart ook eigen knuffel mee, Fietwart mag in mijn bed!’

Ik vraag door, en begin te vissen naar het uiterlijk van Piet Zwart.

‘Heeft Piet Zwart een lange baard?’

‘Neeee, fietwart niet baard’.

‘Of een snor, heeft Piet Zwart een snor?’

‘Neee, ook niet snor’

‘Heeft Piet Zwart een grote hoed?’

‘Neee, Fietwart kleine hoedje.’

Op dat moment krijg ik het koud; Stewart’s Bluesbrother-hoedje!

Ik vraag of Piet Zwart wel eens moet huilen, maar dan begint mijn kindje te lachen.

‘Neeeee, Fietwart nooit huilen, Fietwart lachen altijd! Hahahahaha!’

Ik heb mijn zoontje inderdaad wel vaker horen schaterlachen midden in de nacht.

Dan krijg ik kippenvel…

Piet Zwart…Fietwart….Stewart……….