Waargebeurd liefdesverhaal (slot). Don’t dream it’s over.

Waargebeurd liefdesverhaal (slot). Don’t dream it’s over.

Waargebeurd liefdesverhaal (slot). Don’t dream it’s over.  Ik ben inmiddels getrouwd met Dinand. Samen hebben we een zoontje gekregen. Dean, een prachtig kereltje. Druk, maar ontzettend lief. Hij vindt alles grappig en ziet overal de humor van in. Zelfs wanneer hij ’s avonds in zijn bedje ligt en eigenlijk moet slapen hoor ik hem regelmatig schaterlachen in zichzelf.

< Vorige 

Waargebeurd liefdesverhaal (slot). Don’t dream it’s over.

2005. Het is een regenachtige middag in november als ik me voor de spiegel in mijn slaapkamer zit op te maken. Ik had er eigenlijk gezellig een pyjama dag van willen maken maar kwam net tot de ontdekking dat een aantal ontbijtspullen voor morgenochtend op is en ik dus toch nog even naar de winkel moet.

Naast me op bed zit mijn twee en een half jarige zoontje in mijn sieradenkistje te struinen. Het houten doosje in de vorm van een schatkist zit vol glinsterende snuisterijen in alle kleuren van de regenboog maar hij weet er met zijn kleine vingertjes juist een klein saai zilveren oorringetje uit te vissen.

‘Die mama!’

Met zijn mooiste glimlach strekt hij zijn handje naar mij uit om me het sieraadje aan te geven.

Gespeeld blij neem ik het ringetje van hem aan.

‘Wat moooooi!’

Terwijl mijn lieve kind weer verder graaft bekijk ik weemoedig het zilveren ringetje dat lichtelijk vervormd in mijn platte hand ligt. Een ringetje van amper één centimeter doorsnee. Piepklein maar desondanks van onschatbare waarde.

Met moeite lukt het me om het slappe ringetje door het gaatje van mijn oor te duwen. Vastmaken is een nog groter probleem. Het voorste staafje moet in het achterste tunneltje maar omdat het sieraadje verre van gaaf is werkt de sluiting niet goed meer waardoor het ding alleen maar meer verbuigt.

Plotseling ben ik vastbesloten het ringetje in mijn oor te krijgen, al duurt het een uur!

Wanneer het ringetje eindelijk op zijn plek zit, mijn oor rood en opgezet is, mijn zoontje slaapt en de regen harder dan ooit tegen de slaapkamerruit striemt dwalen mijn gedachten als vanzelf af naar het jaar 1999.

Het laatste jaar van de roerige nineties waarin ik in Glasgow mijn meest bizarre zomer ooit beleefde.

Mijn dagdroom wordt bruut verstoord door het snerpende geluid van de deurbel. Het blijkt de postbode met een pakket. Ik herken direct het logo op de verpakking. Leuk, mijn nieuwe kleding! Wanneer ik de doos van hem heb aangepakt en deze rustig op mijn gemak wil openmaken besluit ik eerst de radio aan te zetten. Kleding passen met muziek op de achtergrond is net iets gezelliger.

Of de duvel ermee speelt wordt op dat moment net ‘Don’t dream it’s over’ van Crowded House ingezet. Het nummer van Lewis en mij. Net nadat mijn zoontje juist zíjn oorringetje uit het overvolle doosje heeft weten te graaien klinken nu de welbekende klanken van ons liedje door de kamer.

Is dit echt toeval? Of is dit misschien een teken en denkt hij net zo vaak aan mij als ik aan hem? 

Het is dat ik geen adres of telefoonnummer meer van hem heb anders zou ik hem vast en zeker even hebben gebeld om te vragen hoe het nu met hem ging of hem een brief geschreven om hem te vertellen dat ‘ons’ liedje me aan hem deed denken en ik het ontzettend leuk zou vinden om hem weer eens te spreken.

Na al die jaren ben ik echt wel over hem heen en ben ik vooral benieuwd naar hoe zijn leven er op dit moment uitziet. Of hij gelukkig en vooral gezond is, of hij nog optreedt als danser of stand-up comedian, waar hij nu woont en of hij inmiddels vader is geworden wat hij graag wilde.

Even denk ik eraan om te proberen het adres van zijn broer of zwager te achterhalen of via de fansite van Danny contact op te nemen. Ik verwacht niet dat zijn moeder nog leeft, daarbij wil ik haar sowieso niet lastig vallen.

Sinds ik een laptop heb zijn er plotseling veel meer mogelijkheden om een adres te achterhalen dan destijds toen ik nog geen internet had.

Tot nu toe had ik het niet gedurfd. Ik wist natuurlijk dat Lewis nogal snel aangebrand was en gezien zijn laatste bericht aan mij waarin hij me luid en duidelijk liet weten dat hij niet wilde dat ik contact met hem zocht, ging ik ervan uit dat dit gold voor onbepaalde tijd.

Toch wint mijn nieuwsgierigheid het van de angst hem boos te maken. Via diverse omwegen lukt het me die avond om het adres van William – zijn collega danser – te achterhalen en schrijf ik hem een brief waarin ik vraag hoe het met hem gaat en of hij nog contact met Lewis heeft.

Of de brief William ooit heeft bereikt weet ik niet, ik heb er in elk geval nooit een reactie op gekregen.

Het zou best kunnen dat ook hij allang is verhuisd. Wel heb ik nog steeds het adres van Jake in een oude agenda staan maar gezien de manier waarop destijds onze vriendschap is beëindigd vind ik het hoogst ongepast om hem te benaderen wat ik dan ook niet doe. 

Kippenvel

Wanneer ik de volgende dag boodschappen ga doen en in de auto de radio aanzet wordt net het nummer van Crowded House aangekondigd dat kennelijk zojuist door een luisteraar is aangevraagd. Alweer dat lied…

Het weekend daarop ga ik met Dinand en kleine Dean op zoek naar nieuwe handgrepen voor mijn keukenkastjes en besluiten we eerst een paar bouwmarkten te bezoeken. Zodra ik het poortje bij de ingang ben gepasseerd word ik verrast door een versie van ‘Don’t dream it’s over’ die ik nog niet kende.

Ik weet niet hoe ze heet, maar ik herken haar stem uit duizenden: de zangeres van Sixpence Non The Richer van het nummer ‘Kiss me’ wat een hit was op het moment dat ik bij Lewis in Schotland verbleef en waarbij ik destijds zo’n melancholisch gevoel kreeg.

En hier blijft het niet bij. Die hele week word ik op diverse locaties met datzelfde nummer geconfronteerd.

Don’t dream it’s over.

Het nummer van Lewis en mij, de lyrics waar hij me die eerste avond samen in het hotel op wees toen ik bang was dat we het niet zouden gaan redden samen en Lewis ervan was overtuigd dat we wel samen zouden blijven.

There is freedom within
There is freedom without
Try to catch the deluge in a paper cup
There’s a battle ahead
Many battles are lost
But you’ll never see the end of the road
While you’re travelling with me
Hey now, hey now
Don’t dream it’s over
Hey now, hey now
When the world comes in
They come, they come
To build a wall between us
We know they won’t win

Die zelfde week hoor ik het nummer ook wanneer ik door de paden van de supermarkt mijn boodschappen bij elkaar zoek en wanneer ik buiten bij de bank sta te pinnen. Juist wanneer ik mijn code invoer rijdt er een auto voorbij waar de welbekende melodie door diens open raam middels een perfect afgesteld woofersysteem knalhard door de straat klinkt.

Doordat ik telkens weer met dit nummer word geconfronteerd denk ik automatisch ook weer vaker aan Lewis waardoor ik alleen nog maar nieuwsgieriger word naar hoe het nu met hem is.

Een paar dagen nadat ik Lewis’ oorbelletje heb ingedaan ontdek ik op een morgen dat ik het kwijt ben. Verdorie! Het ringetje was het enige tastbare dat ik nog had van Lewis en nu is het weg. Ondanks ik alles overhoop haal is en blijft het sieraad zoek.

Wonder boven wonder zie ik het een dag later plotseling midden op de badkamervloer liggen. Hoogst opmerkelijk als je je bedenkt dat ik daar al tig keer heb gekeken. Ik begrijp er niets van!

Ik raap het ringetje op en stop het snel terug in mijn sieradenkistje waar het veilig ligt.

Wanneer ik de volgende dag ’s morgens na het ontwaken mijn slaapkamerraam opendoe om lekker de boel te laten luchten zetten de stratenmakers die voor de deur aan het werk zijn net hun radio aan.

Als prompt in alle vroegte ‘Don’t dream it’s over’ door de wijk schalt lopen de rillingen over mijn rug.

Dit is de druppel. Dit kan toch geen toeval meer zijn!

Mail

Plotseling bekruipt me een heel naar gevoel. Ik vermoed dat Lewis niet meer leeft. Juist doordat ik steeds dit lied hoor denk ik niet alleen regelmatig terug aan mijn tijd met hem maar ook aan het feit dat ik me altijd zorgen heb gemaakt om zijn gezondheid.

Vooral zijn levensstijl in combinatie met zijn diabetes en de mogelijke erfelijke aanleg voor de ziekte waar zowel zijn vader als zijn zus aan was overleden vormden regelmatig de aanleiding tot bezorgdheid bij mij en ergernis bij hem wanneer ik deze uitte.

Hoe dan ook ervaar ik deze ‘Don’t dream it’s over’ – bulk waar ik de afgelopen week overal door word overspoeld overduidelijk als een teken. Van Lewis, van het universum, van mijn eigen vrouwelijke intuïtie, wat het ook is, waar hij ook is, wat er ook met hem aan de hand is, er is naar mijn gevoel iets gaande dat ik moet weten.

Maar hoe kom ik hier achter als ik geen enkel aanknopingspunt heb, niet over een adres of telefoonnummer beschik en officieel überhaupt niet eens contact meer met hem mag opnemen?

Het zou me trouwens niet eens verbazen als Lewis zijn vrienden en familie heeft geïnstrueerd en hen gezegd heeft niet te reageren als ik ooit contact met hen zou opnemen. Wat dat betreft is de kans heel groot dat ik nooit de antwoorden zal krijgen waar ik naar op zoek ben.

Daarbij, wat zou ik moeten vragen. ‘Hallo, tijd geleden zeg, ik heb het gevoel dat Lewis niet meer leeft, klopt dat?’

Het gevoel dat Lewis overleden is of dat er in elk geval iets vreselijks met hem aan de hand is laat me niet meer los. 

Mijn brein begint als vanzelf als een idioot te puzzelen waarbij er na elke gedachte nieuwe linkjes worden gelegd en allerlei ontbrekende stukjes op hun plek lijken te vallen.

Waarom zei hij na bijna een jaar eindelijk dat hij van me hield om me direct daarna de bons te geven? Hoezo voelde ik tijdens het ruiken van zijn geur in mijn kleding dat hij niet eerlijk tegen me was? Waarom moest op de kraamafdeling van het ziekenhuis plotseling aan hem denken, ging de bevalling vanaf het moment dat ik zijn gezicht voor me zag de goede kant op en vond er direct na de geboorte een stroomstoring plaats?

Was zijn ziel misschien op dat moment bij me in de verloskamer? Heeft hij over de baby gewaakt? Waarom kwam mijn zoontje op mijn bed juist met Lewis’ oorringetje aan? Hoe kon het dat het oorbelletje kwijt was en vervolgens zomaar uit het niets midden op de badkamervloer opdook waar ik al zes keer had gekeken? Waarom hoorde ik in één week overal ons liedje?

Omdat mijn hoofd omloopt en ik even niet meer weet wat te doen stuur ik een mailtje naar José, de vriendin die mij ooit belde om te vertellen dat er mannelijke strippers op TV waren. Zij heeft mijn hele relatie met Lewis van begin tot eind meegemaakt.

Van haar weet ik tenminste ook zeker dat ze me niet voor gek zal verklaren, net als ik gelooft zij dat er meer is tussen hemel en aarde en staat ze open voor het idee dat er mogelijk sprake is van een leven na de dood.

Ik vertel haar wat me is overkomen en vraag haar of zij alsjeblieft een mailtje wil sturen naar het management van de groep in Nederland.

‘Doe je voor als fan die via via heeft gehoord dat één van de jongens is overleden’ verzin ik ter plekke een manier om Chris te kunnen mailen zonder dat hij in de gaten heeft dat het bericht indirect van mij afkomstig is. ‘En dat je daarom bij het management van de groep even wilt informeren of het waar was wat je hebt gehoord.’

Stel dat er niets aan de hand is en Chris vervolgens Lewis laat weten dat ik hem heb bericht, dat wil ik beslist niet!

Antwoord

Gelukkig is José  bereid me te helpen en stuurt ze het management een e-mail zoals ik haar heb gevraagd.

Enkele uren nadat ik haar gemaild heb belt ze me terug.

‘Lo, ga even zitten…. ik heb antwoord. Ik stuur je nu de mail door die ik zojuist heb ontvangen.’

Trillend als een rietje ga ik aan tafel zitten en klik ik mijn laptop aan. Er is iets aan de hand, ik weet het zeker.

 

Beste José,

Helaas heb ik slecht nieuws, het klopt inderdaad dat Lewis is overleden. Hij  is in een half jaar tijd heel erg afgetakeld, heeft zich van alles buitengesloten en is  uiteindelijk aan kanker overleden. Op dit moment is besloten om voorlopig helemaal niks meer in entertainmentland te doen. Ik had graag positiever nieuws willen mailen.

Groet, Chris.

 

Op het moment dat ik het lees staat mijn hart letterlijk stil om direct daarna als een razende tekeer te gaan. De woorden komen bij me binnen als een ferme stomp in mijn maag. Mijn adem stokt, de wereld om me heen stopt even met draaien.

Dit kan niet waar zijn! Hoe is dit mogelijk? Dat Lewis er gewoon niet meer is! En dat ik dit via een liedje heb ontdekt…?! Ik ben compleet in de war.

Als een film worden al mijn herinneringen aan de laatste keren dat ik hem sprak in mijn hoofd afgedraaid. Plotseling begrijp ik het. Alles!

It’s not a good time now

Die dag moet hij het vreselijke nieuws van de dokter hebben gehoord. Hij wist dat hij niet meer beter zou worden en had tijd voor zichzelf nodig om dit afschuwelijke bericht te verwerken.

I love you

Hij belde me die avond op terwijl hij bij Loch Lomond was, waarschijnlijk om alleen te kunnen zijn en nog één keer herinneringen op te halen. Hij was wel degelijk van me gaan houden en wilde geen afscheid nemen zonder me dit te laten weten, hij wist dat dit de laatste woorden waren die hij persoonlijk tegen me zou zeggen.

Typisch Lewis om zich tijdens zijn ziekte van alles en iedereen terug te trekken. Van iedereen had hij mij als eerste buitengesloten. Hij wist dat ik meteen naar Schotland zou zijn gekomen om voor hem te zorgen, iets dat hij beslist niet wilde.

Ik dacht weer aan het voorval met de gekneusde ribben. Hij wilde toen al niet dat ik hem zo zag. Laat staan hoe hij zich voelde toen hij hoorde dat hij terminaal ziek was en binnen niet al te lange tijd tot niets meer in staat zou zijn.

Death before dishonour

Hij wist ook dat ik, als ik het allemaal had geweten, na zijn dood zeker niet zomaar had kunnen doorgaan met mijn leven. Hij wilde dat ik weer gelukkig zou worden.

I hope you will find someone else who will be your boss…

Hij is zo vreselijk dapper geweest!

Het is een enorm vreemde gewaarwording. Ik ben getrouwd en toch voelt het alsof ik zojuist weduwe ben geworden. Lewis is er niet meer. Ik zal hem nooit meer zien. Ik heb nooit op een normale manier afscheid van hem kunnen nemen en hij is helemaal alleen gestorven.

Er is nooit een ander geweest!

Hij had liever dat ik kwaad op hem was dan dat ik medelijden met hem zou hebben.

Het idee dat de kilt die hij zou tijdens ons huwelijk zou dragen hoogstwaarschijnlijk het kledingstuk is waarin hij uiteindelijk veel te jong is begraven vind ik onverdraaglijk. De tranen die ik ondanks mijn teleurstelling over onze breuk nooit heb kunnen huilen komen er nu alsnog in rivieren uit.

Huilen

Wanneer ik aan het einde van de dag een klein beetje gekalmeerd ben besluit ik zelf het management te bellen. Ik wil graag persoonlijk van Chris horen wat er allemaal gebeurd is en hoe de dingen sinds onze breuk verlopen zijn.

Chris is op dat moment helaas niet meer aanwezig. Zijn collega Rob die ik aan de lijn krijg en met wie Chris al jaren samenwerkt is echter ook van de hele situatie op de hoogte.

Rob vertelt me dat Lewis in januari 2000 te horen kreeg dat hij ongeneeslijk ziek was en hetzelfde jaar in augustus aan de gevolgen van alvleesklierkanker is overleden.

I’m moving to another area, don’t try to contact me.

Hoewel ik na het lezen va Chris’ mail aan José vermoedde dat hij dit symbolisch bedoelde, dat hij hiermee indirect wilde zeggen dat hij naar de hemel zou gaan, legt Rob me uit dat Lewis niet lang voor zijn dood inderdaad nog één keer is verhuisd naar een verpleeghuis waar hij tot zijn dood is verzorgd.

Vanaf het moment dat hij daar lag wilde hij zelfs zijn beste vrienden niet meer ontvangen.

Hoewel ik dacht dat ik dit gesprek na de grootste schrik een paar uur geleden wel aan zou kunnen wordt  het me allemaal toch te veel en kan ik alleen maar huilen aan de telefoon. Rob weet niet goed wat hij met de situatie aan moet en voelt zich enorm bezwaard vanwege het feit dat ik er nu – na vijf jaar – pas ben  achtergekomen wat er allemaal was gebeurd.

‘Chris zou je destijds bellen om het je te vertellen, ik dacht dat je het allang wist…’ stamelt hij ongemakkelijk aan de andere kant van de lijn.

Ineens herinner ik me het telefoontje dat Dinand in het oude huis had aangenomen. Razendsnel reken ik terug wanneer dit ongeveer geweest moest zijn. Augustus 2000. De maand dat Lewis was overleden…

‘Wie was dat?’

‘Iemand van die groep van je ex. Maar ik heb gezegd dat je daar helemaal klaar mee bent’.

‘Wat wilden ze dan?’

‘Geen idee. Toen had ik al opgehangen’.

Don’t dream it’s over

De dagen die volgen ben ik compleet in de rouw. Ik zoek alle CD’s bij elkaar waarop de liedjes staan die iets voor ons hebben betekend en draai die aan één stuk door terwijl ik keer op keer onze oude foto’s bekijk.

Het is zo ontzettend onwerkelijk allemaal.

Niet alleen het feit dat hij er niet meer is maar vooral ook de manier waarop hij afscheid heeft genomen en hoe ik er na al die jaren achter ben gekomen; via de muziek waar hij me nota bene zelf op gewezen heeft toen hij nog leefde, alsof we zelfs nu nog via muziek met elkaar kunnen communiceren.

Don’t dream it’s over.

Hij meende wat hij zei. Het is inderdaad nooit over geweest. Zelfs niet na de dood, dat blijkt nu wel.

There’s a battle ahead
Many battles are lost
But you’ll never see the end of the road
While you’re travelling with me

Terwijl ik onze foto’s bekijk vraag ik me af of hij misschien zo extreem gefeest heeft omdat hij bang was dat hij iets zou missen. Of hij al die tijd al heeft aangevoeld dat hij hij jong zou sterven en daarom alles wilde pakken wat hij pakken kon. Of hij destijds zo graag met mij en de baby op de foto wilde omdat hij bewust of onbewust wist dat hij zelf geen kindje meer zou kunnen maken.

Zoveel vragen en zo weinig antwoorden. Ik realiseer me dat dit heel moeilijk voor Dinand moet zijn maar het is mijn manier om dit verlies te verwerken en met een soort van terugwerkende kracht alsnog een plekje te kunnen geven.

Op een avond wanneer Dinand en Dean al lang liggen te slapen zit ik in mijn eentje in de woonkamer de miniserie ‘Elvis and me’ te kijken, over het leven dat Priscilla Presley met Elvis leidde.

Wanneer ik na afloop nog even zit na te denk over de overeenkomsten tussen Elvis en Lewis’ persoonlijkheden, hun zelfdestructieve gedrag en hun manier van leven dat door buitenstaanders vaak ten onrechte werd geromantiseerd word ik plotseling opgeschrikt door een ondefinieerbaar ritselend geluid.

Als ik in de richting kijk waar het lawaai vandaan komt slaat de schrik me om het hart. Boven de bank hangt een plant in een pot die zomaar uit het niets wild heen en weer beweegt. Niet zomaar een beetje, maar echt duidelijk schommelend van links naar rechts alsof iemand er zojuist een klap tegen heeft gegeven.

Hoewel ik absoluut spiritueel ben ingesteld zie ik mezelf niet als zweefmolen en vind ik het bij een dergelijk verschijnsel wel altijd belangrijk om eerst de feiten na te gaan. Is er sprake van tocht? Hangt de schroef op half elf? Is de ketting van het potje gebroken? 

Na een uitvoerige check, check en dubbelcheck blijkt dit allemaal niet het geval.

‘Lewis?!’ vraag ik hardop.

Bij wijze van antwoord zie ik hem plotseling levensgroot, glimlachend voor me staan met een telefoon in zijn hand.  Dit beeld, dit visioen, of verschijning, wat het ook is, duurt slechts een fractie van een seconde en is vergelijkbaar met de manier waarop ik hem in het ziekenhuis, tijdens de bevalling zomaar in gedachten voor me zag.

Telefoon?

Ik hoef er niet lang over na te denken. De telefoontjes van de zwijgende beller die ik kreeg rond de tijd van Lewis’ overlijden! Ik voelde destijds al dat hij het was en nu weet ik het zeker…

Boer Vis

Mijn zoon, inmiddels twee en een half, heeft iets leuks bedacht. Hij klimt op mijn bed, gaat staan, en roept heel hard in de zonnebank die boven mijn bed hangt:

‘Boer Vis!’

Hij ligt dubbel van het lachen, laat zich achterover vallen in de kussens, klautert weer overeind en herhaalt dit keer op keer.

Ik denk dat hij ‘Boer Vis’ zegt, want zo klinkt het, maar hij spreekt het uit als: ‘boewis’.

Dit doet hij bijna iedere dag.

Na een paar weken zit hij op de bank naast zijn papa rustig met een kopje thee met melk wat hij altijd drinkt voor het slapen gaan. Dan begint hij te vertellen:

‘Boewis gaat met mijn knuffels spelen altijd.’

Verbaasd over deze spontane mededeling wil ik er graag meer over weten.

‘ O ja? Doet Boer Vis dat, Dean? s’ Avonds als het donker is?’

Mijn kleine mannetje knikt.

‘Boewis ook eigen knuffel mee, Boewis mag in mijn bed!’

Ik vraag door en begin te vissen naar het uiterlijk van Boer Vis.

‘Heeft Boer Vis een lange baard?’

‘Neeee, boewis niet baard’.

‘Of een snor, heeft Boer Vis een snor?’

‘Neee, ook niet snor’

‘Heeft Boer Vis een grote hoed?’

‘Neee, boewis kleine hoedje.’

Op dat moment krijg ik het koud; Lewis’ Bluesbrotherhoedje!

Ik vraag of Boer Vis wel eens moet huilen, maar dan begint mijn kindje te lachen.

‘Neeeee, boewis nooit huilen, boewis lachen altijd! Hahahahaha!’

Ik heb mijn zoontje inderdaad wel vaker horen schaterlachen midden in de nacht…

Dan krijg ik kippenvel…Boer Vis… Boewis… Lewis…

 

Waargebeurd liefdesverhaal >Inhoud