Nathalie Kriek



Waarom willen mensen erbij horen

Waarom willen mensen erbij horen?

Hoewel ik dat vroeger als kind soms wel wilde, lukte het me gewoon niet.

Niet omdat ik nergens voor gevraagd werd – dat werd ik wel – maar gewoon omdat ik me nooit echt één van hen voelde. En vaak ook niet wílde voelen.

Opvallend hierbij was dat ik het nooit ervoer alsof ik anders was dan de rest, maar dat anderen anders waren dan ik.

 

Nu hoor je er helemaal bij

Ik weet nog goed hoe ik in de keuken stond af te wassen nadat ik bij mijn nieuwe vriendje had gegeten.

Het diner was ongemakkelijk geweest.

Zijn moeder had een nogal grote mond en een mening over iedereen die ze wel kon ventileren maar niet onderbouwen.

Zijn vader zei niks.

Zijn broer was voortdurend chagrijnig en zijn vriendin idem dito.

Er werd ook niet gelachen aan tafel.

Gevoel voor humor ontbrak aan alle kanten, al leken ze er wel lol in te hebben om anderen af te zeiken.

De enigen die wel aardig waren, waren zijn andere broer en diens praatgrage vriendin.

En met die vriendin stond ik af te wassen.

In de keuken bevond zich een bestekla die niet goed vast zat.

Bij het openschuiven van die la trok ik hem er te ver uit waardoor de hele la, inclusief alle bestek op de grond kletterde.

Mijn schoonzus moest lachen.

“Geeft niet hoor, dit hebben we allemaal een keer gehad. Nu hoor je er helemaal bij.”

Het enige wat ik op dat moment dacht was dat ik er helemaal niet bij wílde horen.

Niet bij die familie.

 

Maar waarom willen mensen er wél bij horen?

Mensen willen ergens bij horen omdat we van nature behoefte hebben aan verbinding, erkenning en veiligheid.

Clubjes, verenigingen; een groep geeft ons het gevoel dat we erbij horen, dat we geaccepteerd worden en dat we niet alleen staan. Daardoor zijn we soms ook geneigd ons aan te passen aan de normen, gewoonten en meningen van de groep.

Maar…

Erbij willen horen betekent niet automatisch dat je ook alles van die groep moet overnemen. Bepaald gedrag. Een specifieke mening. Een collectieve voorkeur.

En daar gaan twee dingen nogal eens door elkaar lopen: erbij willen horen en meedoen.

Je kunt prima onderdeel zijn van een groep zonder dezelfde kleding te dragen, dezelfde mening te hebben of precies hetzelfde te doen.

Toch gebeurt dat laatste behoorlijk vaak. We kijken naar wat anderen doen en denken: blijkbaar hoort het zo. Op deze manier ben ik modern. Als ik hetzelfde doe val ik niet op. Als ik meeloop krijg ik geen lastige vragen.

En voor je het weet doe je mee met iets wat eigenlijk helemaal niet echt bij je past.

 

Creativiteit

Op de basisschool kregen de meisjes handwerkles. In de vijfde klas – tegenwoordig groep 6 –  moesten we in opdracht een pop maken.

Iedereen maakte een meisjespop. Een meisjespop met grote ogen en blond haar dat gevlochten werd van geel touw. Een roze jurkje aan. Of een jurkje met stippeltjes. Kousjes. Schoentjes. Alle meisjes keken bij elkaar af en maakten een zelfde soort pop.

Ik kon niet goed handwerken. Tekenen was mijn ding, met naald en draad kon ik niets.

Natuurlijk had ik mijn best kunnen doen om ook zo’n brave pop te maken. Maar ten eerste vond ik de opdracht niet leuk, en ten tweede had ik geen zin om me in te spannen voor iets dat mijn interesse niet had.

Om te vermijden dat ik van vilt ogen moest maken – wat ik moeilijk vond – knipte ik van zwart leer een zonnebril die ik op het hoofd plakte. Van het restant maakte ik een recht-toe-recht-aan rokje. Haar haar werd een wirwar van rode en gele wol, lekker makkelijk.

Die paar grove steken om dat vast te naaien lukten me nog wel. Van het overige leer knipte ik laarzen die ik om de benen heen plakte waarbij ik valsspeelde met de nietmachine.

Uiteindelijk hingen er tien keurig nette lieflijke meisjespoppen in de klas met daartussen één slordige stoere bebrilde punkrocker. De andere meisjes moesten erom lachen maar daar bleef het ook wel bij.

“Weinig naald en draad, veel creativiteit” vond juf, waardoor ik toch een voldoende kreeg, ook al had ik me totaal niet aan de opdracht gehouden. 

 

Meeloopgedrag

Ook toen ik volwassen werd deed ik niets wat ik niet wilde om ‘erbij te horen’.

Desondanks werd ik nooit buitengesloten.

Op het schoolplein stond ik bij de rokers zonder zelf ook maar één sigaret aan te raken. Nadat het mij meerdere malen werd aangeboden en ik even zoveel keren weigerde, wisten ze gewoon: oh, zij rookt niet. Punt.

Toen we gingen stappen, dronken al mijn vrienden bier, behalve ik.  Desondanks gaf ik zelf ook af en toe een rondje, met als gevolg dat telkens wanneer anderen bier gingen halen, er voor mij in het midden van het dienblad steevast één colaatje stond.

Niemand heeft er ooit een probleem van gemaakt.

Ik heb dus nooit echt goed begrepen waar bepaald ‘meeloopgedrag’ op was gebaseerd.

Er gebeurt helemaal niets wanneer je gewoon jezelf blijft. In elk geval niets vervelends.

 

Modetrents

Ook met modetrents had ik ook niet veel. In tegenstelling tot een familielid dat in de jaren tachtig op een verjaardag verscheen in een cobert met enorme schoudervullingen.

“Ja… ik moet er wel aan wennen hoor. Maar ja, het is mode hè?”

Ik heb nooit begrepen waarom ze alleen om díe reden iets droeg. Ik had zelf niets met mode.

Wel grappig dat bijna alles wat ik toen deed – en wat destijds raar gevonden werd – later alsnog hip & happening werd.

 

1993

Ik wilde een zwarte keuken. Met gouden grepen en kraan. Ik moest de deurtjes speciaal laten spuiten want zwarte panelen waren nergens kant en klaar te koop.

Je had iedereen moeten horen.
“Veel te donker.”
“Somber.”

Tegenwoordig heet dat hotel-chique en betalen mensen er grof geld voor.

1997

Ik stylede mijn huis vol kleur en dierenprint.
Mensen zeiden dat mijn huis op een bordeel leek.

Tegenwoordig zie je op Insta niets anders dan warme tinten, felle kleuren en luipaardprinten.

2001

Ik liet me tatoeëren.
Niet één klein hartje op mijn enkel, maar serieus.

Mensen vonden het aso. Crimineel zelfs.
Nu lopen advocaten, leraren, influencers, popsterren en voetballers rond met volledige sleeves.

Toen was het schokkend. Nu is het normaal.

En dan tarot. Nog zoiets.

Jarenlang werd dat weggezet als zweefteverij.
Iets voor vrouwen met wierook, fladderrokken en teveel katten.

Nu heet het spiritualiteit, mindfulness en persoonlijke ontwikkeling.

Tarotdecks liggen gewoon in de boekhandel. Op Insta worden kaarten getrokken.

BDSM dan.

Jarenlang was BDSM een taboe. Als vroeger het woord ‘onderdanig’ viel kreeg je blikken alsof je in je vrije tijd geiten offerde aan de volle maan.

Tegenwoordig staat Tik Tok vol filmpjes over Daddy’s, dominantie, submissive energy, praise kinks en rode vlaggen.

Roken en drinken.

Waar vroeger reclame werd gemaakt voor sigaretten maakt men nu anti-rook campagnes.

Waar vroeger alcohol drinken werd gestimuleerd als sociaal geaccepteerde drug, wordt er nu op alle mogelijke manieren voor gewaarschuwd.

 

Ik begin onderhand een patroon te zien.

Misschien ben ik niet modern.
Maar gewoon altijd te vroeg.

 

Leuk, voor als je ook graag je eigen dingen maakt.

 

Nathalie Kriek