Nathaliekriek.nl

ADHD versus HSP

ADHD versus HSP

ADHD versus HSP. Is dat niet een beetje appels met peren vergelijken? Nee. ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) en HSP (High Sensitive Person) hebben in veel gevallen meer met elkaar gemeen dan u denkt.

  • Een HSP is iemand die overgevoelig is voor prikkels, hetgeen het dagelijks functioneren behoorlijk in de weg kan staan. Het bestaan van HSP is echter niet te bewijzen door middel van bloedproeven, scans, foto’s of ander medisch onderzoek. Hooggevoeligheid wordt vastgesteld aan de hand van een vragenlijst.
  • ADHD wordt gezien als ‘aangeboren hersenafwijking waarbij sprake is van een biochemische disbalans tussen neurotransmitters’. Echter, tot nu toe heeft geen enkele wetenschapper een dergelijke disbalans kunnen aantonen. Men heeft zelfs geen flauw idee hoe een normale balans er überhaupt uit zou moeten zien! ADHD is niet meer dan een verzameling van gedragssymptomen en wordt vastgesteld aan de hand van een vragenlijst.

Zowel ADHD als HSP is dus niet wetenschappelijk te bewijzen. Toch worden zogenoemde ADHD-patiënten voorzien van medicatie die juist daar op de hersenen inwerkt waarvan nog nooit iemand heeft kunnen bewijzen dat hier daadwerkelijk iets mis is. HSP wordt door het overgrote deel van de bevolking nog steeds niet erkend en weggezet als zweefkezerij, terwijl in Amerika één op de tien kinderen de diagnose ADHD krijgt.

De diagnose ADHD wordt dus gesteld op basis van het vermoeden dat er sprake is van een verstoorde biochemische disbalans. En op basis van dit vermoeden slikken inmiddels duizenden kinderen én volwassenen Ritalin; een medicijn met als werkzaam bestanddeel Methylfenidaat. Een medicijn dat onder de Nederlandse Opiumwet valt en vermeld staat op lijst 1 van deze wet en – ondanks het feit dat veel mensen dit nog steeds ontkennen – dezelfde kenmerken heeft als cocaïne! Als ADHD medicatie werkt heb je ADHD. Zo niet, is er iets anders mis, zo luidt de stelling.

Onderstaand artikel schreef ik eerder voor Brainquest naar aanleiding van mijn boek ‘Hoezo ADHD?’ dat in 2010 de award won voor meest inspirerende boek in de categorie nationaal.

 

Ritalin

Als Ritalin werkt heb je dus ADHD, daar komt het in het kort op neer. En wat mij betreft direct dé grote nummer 1 onder de ADHD-fabels (om niet te zeggen leugens).  Maar als dit een leugen is, hoe kan het dan dat bij een aantal van de ‘ADHD-patiënten’ ADHD medicatie wel werkt en bij anderen juist weer niet?

Dit is eigenlijk heel logisch. Het is alleen maar net wat je wilt geloven.Wil je graag geloven dat ADHD als stoornis echt bestaat, dan is dit natuurlijk de perfecte verklaring: bij ADHD patiënten werken stimulerende medicatie anders dan bij niet ADHD patiënten. Waar ADHD-ers rustig worden van stimulantia, worden niet ADHD-ers na het slikken van dergelijke medicatie juist hyper. Maar helaas: onwaar!

Vaak is het nog een hele puzzeltocht om de juiste dosis medicatie voor iemand vast te stellen. Veel kinderen die na advies (doorgaans van school) en op voorschrift van de psychiater of arts experimenteren met ADHD medicatie (Ritalin, Equasym, Concerta, Medikinet, Strattera) zullen in de meeste gevallen in het begin juist helemaal niet goed reageren op het middel.

Ze worden óf nog meer hyperactief óf ze worden zo suf dat ze nergens meer zin in hebben (het zogenoemde zombie-gedrag). Vervolgens wordt onder begeleiding van de arts de dosis aangepast en vaak nog eens aangepast en nóg eens (of met een ander medicijn geëxperimenteerd) tot eindelijk de juiste dosis is vastgesteld en het kind daadwerkelijk rustiger is en zich op school beter kan concentreren.

Het feit dat het kind goed reageert op het medicijn is voor veel mensen kennelijk nog steeds hét bewijs dat er werkelijk sprake was van een biochemische disbalans in de hersenen. Immers, als er geen sprake was geweest van ADHD, had het kind ook niet goed op het middel gereageerd.  Toch?

Doping

Nee. Het één heeft totaal niets met het ander te maken. Immers, wat gebeurt er als niet-ADHD-ers amfetaminen slikken? Wat is dan het resultaat? Worden zij ook niet extra alert en beter geconcentreerd? Is dat niet juist de reden dat sommige topsporters, wetenschappers en studenten dergelijke middelen gebruiken? Om sneller en accurater te presteren? Om beter geconcentreerd te blijven en langer door te kunnen gaan zonder afgeleid of vermoeid te raken? Natuurlijk heeft iedereen een andere dosis nodig om het gewenste effect te kunnen bereiken. Ieder brein is anders en reageert dus ook anders.

Neem bijvoorbeeld weed of hasj. De één krijgt er een enorme lachkick van, de ander valt meteen in slaap of wordt ziek en weer een ander merkt helemaal niets van de werking van deze drugs. Zo is het ook met Methylfenidaat. De één reageert direct ‘goed’ (die heeft dan kennelijk het geluk dat in één keer de juiste dosis is gevonden) terwijl de ander even moet puzzelen of experimenteren met andere hoeveelheden of soortgelijke middelen voor de ‘juiste dosis’ kan worden vastgesteld.

Om dan te zeggen, wanneer de juiste dosis eindelijk gevonden is: ‘Zie je, het werkt, dus je hebt ADHD!’ is boerenbedrog van de bovenste plank. Voor iedereen zou een juiste dosis zijn. Als je maar lang genoeg past en meet vind je op den duur vanzelf de juiste hoeveelheid die voor jou lijkt te werken en heeft niets, maar dan ook niets met een zogenaamde stoornis van doen!

Sterker nog, bij ADHD is het juist vaak de overdosering van ADHD-medicatie die zorgt voor het -ogenschijnlijk – kalmerende effect. Hoewel het kind rustig lijkt, is het in werkelijkheid vooral overgeconcentreerd doordat het middel het centrale zenuwstelsel stimuleert waardoor de focus toeneemt. Tevens neemt de hartslag toe, versnelt de ademhaling en stijgt de lichaamstemperatuur. Het middel is dus geenszins rustgevend!

Neem bijvoorbeeld Strattera waarvan de chemische samenstelling Atomoxetine-Hydrochloride is. Stattera bevat geen Methylfenidaat en is dus officieel géén stimulerend middel. Dit medicijn valt niet onder de Nederlandse Opiumwet, maar wél onder de antidepressiva. Toch wordt ook Strattera zeer regelmatig ingezet als ADHD medicatie. Waarom?

Wanneer dit middel wordt voorgeschreven bij ADHD is de dosis vier maal hoger dan wanneer het wordt toegepast bij depressiviteit. Ouders die hun kind bewust géén stimulerende middelen als Methylfenidaat willen geven, komen hiermee zeer bedrogen uit. De verhoogde dosis van dit niet-stimulerende middel heeft namelijk wel degelijk dezelfde werking als wél-stimulerende middelen. Strattera was in het verleden namelijk een populaire ‘legale’ doping voor topsporters, alleen heette het toen nog Prozac!

Hooggevoeligheid

De term ‘hooggevoeligheid’ doet menig nuchter ingesteld mens de tenen krommen van ergernis, maar mijn eigen theorie van hooggevoeligheid is vooral gebaseerd op mijn eigen waarnemingen met het oog op kinderen in het algemeen en niet gebaseerd op wat velen nieuwetijdskinderen noemen. Hooggevoelig… Ik geloof dat dit niet zo zeer met de ‘nieuwe tijd’ te maken heeft. Er altijd al gevoelige kinderen geweest. Twintig, dertig, veertig jaar geleden en daarvoor ook.

Wel is het zo dat de nieuwe tijd meer prikkels levert in de vorm van meer verplichtingen uit-en-thuis, bijvoorbeeld in de vorm van elke dag tussen- en naschoolse opvang in drukke kinderdagverblijven en de constante beschikbaarheid en aanwezigheid van non-stop schreeuwerige TV programma’s, internet, mobiele telefoons (ja, ook die van papa of mama!) en alle andere digitale en mobiele stoorzenders die zorgen dat er voortdurend sprake is van afleiding. Zelfs niet-hooggevoelige kinderen kunnen hier gestrest van raken.

Hooggevoeligheid heeft mijns inziens vooral te maken met de manier van informatie verwerken in combinatie met de omgevingsinvloeden. Vooral omgevingsinvloeden zijn wat mij betreft de grootste oorzaak van ADHD gedrag bij kinderen. Daarbij: niet ieder hoog sensitief kind vertoont ADHD gedrag en niet ieder kind dat ADHD gedrag vertoont is hoog sensitief. Daarover later meer.

Gevoeligheid is een wisselwerking tussen het zenuwstelsel en de hersenen. De hersenen verwerken de prikkels die van buitenaf komen. Bij HSP’s (High Sensitive Persons) gaat dit verwerken anders in zijn werk dan bij niet-HSP’s. De verwerking van prikkels verloopt nauwkeuriger waardoor veel meer wordt waargenomen dan bij niet-HSP’s, waardoor de hooggevoelige zich soms ontzettend kan storen aan kleine prikkels uit de omgeving die anderen waarschijnlijk niet eens opmerken! Je kunt je dus voorstellen dat HSP’s ook veel sneller zijn afgeleid dan niet-HSP’s.

Hoe dit mogelijk is? Mijn theorie hierover luidt als volgt.

Hoewel HSP net zo min wetenschappelijk te bewijzen is als ADHD, geloof ik dat er personen zijn die meer met hun rechter hersenhelft werken dan met hun linker en dat hier een mogelijke verklaring in verscholen ligt voor bepaalde talenten, maar ook voor beperkingen en bepaald gedrag. Zij hebben als het ware een ‘dominant werkende’ rechter hersenhelft. De linker hersenhelft bestaat uit het rationele gedeelte, de rechter hersenhelft uit het emotionele. Laten we even kijken wat dat inhoudt:

Linkerhersenhelft

Rechterhersenhelft

Ontleden (taalkundig) Allesomvattend
Logica Intuïtief
Detail georiënteerd Breed georiënteerd
Weloverwogen Gevoelsmatig
Rationeel Innerlijk bewustzijn
Methodisch Creativiteit
Geschreven taal Inzicht
Numerieke vaardigheden/orde Ruimtelijk inzicht
Feiten belangrijk Beelden belangrijk
Beredeneert Verbeelding
Weet de naam Weet de functie
Gericht op realiteit Gericht op fantasie
Wetenschappelijk Muziek, kunst
Wiskunde en wetenschap Filosofie & religie
Woord en taal Symbolen en beeld
Herkent Waardeert
Proactief Reactief, passief
Volgordelijk Gelijktijdig
Verbale intelligentie Praktische intelligentie
Bedenkt strategieën Bedenkt mogelijkheden
Veilig/safe Neemt risico’s
Heden en verleden Heden en toekomst
Weet Gelooft
Intellectueel Zintuiglijk
Analytisch Geheel overziend

Je hebt dus kinderen en volwassenen die heel emotioneel zijn, zich goed in anderen kunnen verplaatsen, eerder afgeleid zijn (doordat ze gemakkelijker prikkels van buitenaf waarnemen)  en meer creatief, technisch of muzikaal  zijn aangelegd dan anderen die minder vanuit hun rechter hersenhelft leven.

Dit is ook mijn verklaring voor het feit dat deze rechts ingestelde personen soms meer moeite hebben met de leerstof op school omdat deze juist voornamelijk is gericht op de linker hersenhelft. In veel gevallen werken de linker en rechter hersenhelft dus niet optimaal samen waardoor leerproblemen kunnen ontstaan (bijvoorbeeld dyslexie of discalcullie) of problemen met de motoriek in sommige gevallen.

Natuurlijk is het ook niet zo dat alle kinderen die meer links georiënteerd zijn altijd hoogbegaafd zijn of standaard goed in taal en rekenen. Uiteraard speelt het IQ hierbij ook een belangrijke rol; de vaardigheid om de leerstof op de juiste (en snelle) manier te verwerken. Toch lijkt het wel zo dat de meer links georiënteerde kinderen meer moeite hebben met het volgen van hun intuïtie en/of het uiten van hun gevoelens dan de rechts georiënteerde kinderen, terwijl kinderen die meer gebruik maken van hun rechterhersenhelft juist weer meer moeite lijken te hebben met het verwerken van abstracte leerstof.

Zij kunnen de leerstof beter onthouden wanneer deze worden gekoppeld aan beelden (de zogenoemde ‘beelddenkers’), waar op scholen eigenlijk meer aandacht aan besteed zou moeten worden; het is nu eenmaal de manier van denken van deze kinderen. Iemand die linkshandig is ga je toch ook niet dwingen rechts te schrijven omdat iedereen dat doet?

Kinderen die meer rechts georiënteerd zijn, zijn kritisch, opmerkzaam, intuïtief, snel en leggen gemakkelijk verbanden waar ze ook later zeker hun voordeel mee zouden kunnen doen mits hen geleerd wordt hoe!

Stoornis

Hooggevoeligheid zie ik dus zelf niet als iets paranormaals of zweverigs, maar gewoon als een bepaalde manier van informatie verwerken. Een bepaalde (erfelijke) hersenwerking. Je ziet vaak dat hooggevoelige kinderen ook minstens één hooggevoelige ouder hebben. Veel hooggevoelige kinderen krijgen te vaak onterecht het stempel AD(H)D, een zogenaamde aangeboren stoornis die wetenschappelijk niet valt te bewijzen, maar waar wel behoorlijk heftige medicatie moet worden geslikt met alle nare – en soms zelfs zeer ernstige -bijwerkingen van dien.

En hoe zo ‘stoornis’? Ben je ‘normaal’ als je goed kunt leren, je je goed kunt concentreren maar daarentegen minder creatief bent ingesteld? Heb je een ‘stoornis’ als je minder goed kunt leren, sneller afgeleid bent, maar bijvoorbeeld wel prachtig kunt zingen, dansen, musiceren, schilderen of schrijven? En wanneer ie iemand ‘anders’? Is niet iedereen op zijn eigen manier uniek? En wat is er mis met gewoon lekker kind zijn? Of gewoon lekker jezelf? Sinds wanneer moet iedereen in de pas lopen en moeten we dit überhaupt wel willen?

Problematische omgeving

Het drukke gedrag bij hooggevoelige kinderen komt voornamelijk doordat ze hun omgeving haarfijn aanvoelen. Ze krijgen zoveel prikkels te verwerken dat ze zelf hyperactief gedrag gaan vertonen om deze prikkels ook weer kwijt te kunnen raken (het zogenaamde ADHD gedrag) of trekken zich juist terug in hun eigen wereldje om de prikkels zoveel te vermijden (de zogenoemde ADD kenmerken).

Het feit dat een hooggevoelig kind ook vaak een hooggevoelige ouder of familieleden heeft (erfelijke manier van het verwerken van informatie) maakt dat AD(H)D  ten onrechte gezien wordt als ‘erfelijke stoornis’.

Toch is het niet alleen hooggevoeligheid die concentratieproblemen en hyperactiviteit met zich mee kan brengen.  Ook kunnen dergelijke symptomen het gevolg zijn van traumatische ervaringen en/of een (problematische?) omgeving waarin het kind zich bevindt.  Opvallend is dat veel ADHD – gediagnosticeerde kinderen opgroeien in gezinnen waar het aan gezag en structuur ontbreekt en/of de ouders zelf kampen met ernstige problemen.

Vaak wordt hier tijdens het ADHD-onderzoek compleet aan voorbij gegaan met als gevolg dat het kind een etiket krijgt opgeplakt en vervolgens pillen moet slikken om zich te kunnen aanpassen aan de omgeving, terwijl in veel gevallen het drastisch veranderen van de leefomgeving in combinatie met een gedegen therapie een betere optie zou zijn. Onderstaande situaties zijn om diverse redenen niet zelden de aanleiding voor hyperactiviteit en concentratie-en gedragsproblemen bij kinderen.

  • gebrek aan gezag en structuur (zowel thuis als op school)
  • het ontbreken van grenzen en regels (zowel thuis als op school)
  • constant moeten presteren cq op de tenen lopen
  • een overvolle agenda waarin geen ruimte is om te spelen of ‘even lekker niets te doen’
  • drugs -of medicijnverslaving van (één van) de ouders
  • alcoholisme van (één van) de ouders
  • financiële problemen (en de bijkomende stress) van (één van) de ouders
  • crimineel gedrag en/of detentie van (één van) de ouders
  • langdurige ziekte en/of overlijden van (één van) de ouders
  • te grote verantwoordelijkheid van het kind thuis
  • (v)echtscheiding
  • huiselijk geweld
  • kindermisbruik
  • gepest worden thuis of in de buurt

In alle bovenstaande gevallen zou de omgeving aan het kind moeten worden aangepast in plaats van andersom!

 

Dunnere hersengebieden bij kinderen met ADHD

Nog even terugkomend op HSP cq hooggevoeligheid en rechts georiënteerde kinderen; onderstaand beschreven onderzoek – dat op 16 augustus 2006 door Vera Calmer is uitgevoerd met behulp van MRI-scans – geeft aan dat zich in de linker hersenhelft van ADHD-kinderen inderdaad dunnere gebieden bevinden.

Kinderen met ADHD hebben relatief meer dunnere corticale gebieden in hersendelen die belangrijk zijn voor de beheersing van aandacht. Dit is gebleken uit nieuw onderzoek waarbij de corticale dikte in hersendelen bij kinderen met ADHD is gemeten en vergeleken met de hersenen van kinderen zonder ADHD. Voor dit langdurige onderzoek zijn 163 kinderen met ADHD (gemiddelde leeftijd van 8.9 jaar) en 166 deelnemers zonder ADHD (controlegroep) onderzocht. De hersenen werden bekeken aan de hand van de Magnetic Resonance Imaging (MRI) techniek. De patiënten met ADHD werden verdeeld in twee groepen. Een groep met de goede prognose en een groep met een slechte prognose.

Bij kinderen met ADHD was er sprake van dunne gebieden op de cortex bij bepaalde gebieden in de hersenen. Kinderen met een slechte prognose hadden een dunnere linker mediale prefrontale cortex dan de groep met een goede prognose en de controle groep. Er bleek geen verschil in ontwikkeling van de corticale dikte tussen de ADHD groep en de controlegroep. Het herstel van de corticale dikte vond alleen plaats bij de groep met de goede prognose.

Bron MRI onderzoek: www.psycholoog.net

Mijn boek: Hoezo ADHD?

Hoezo ADHD?Hoezo ADHD?’ (Praktische wegwijzer bij een gedragsprobleem).
Ik heb dit boek geschreven met de bedoeling ouders beter inzicht te bieden in het hyperactieve en/of ongeconcentreerde gedrag van hun kind. Om ouders die hun kind (met gemengde gevoelens omdat zij wellicht het idee hebben geen andere keuze te hebben) medicatie geven of op het punt staan hun kind dit te geven, te wijzen op nuttige alternatieven. Alternatieve begeleiding, behandelingen en/of therapieën waar zowel zij zelf als hun kind(eren) bij gebaat kunnen zijn.

Ook heb ik dit boek geschreven voor leerkrachten, therapeuten en andere begeleiders die zich meer in ADHD willen verdiepen zodat eventuele misverstanden met betrekking tot ADHD uit de wereld geholpen kunnen worden en zij zowel ouders als kinderen beter kunnen helpen en adviseren. In Hoezo ADHD? wordt op al deze aspecten dieper ingegaan. Tevens worden alle soorten ADHD-medicatie in kaart gebracht en hierbij uitgelegd welk effect deze hebben op het lichaam, hoe gevaarlijk de bijwerkingen kunnen zijn en wat de overeenkomsten hiervan zijn met cocaïne. Ook vindt u in het boek diverse alternatieven voor ADHD-medicatie, inclusief maar liefst 53 Tips van de Week om het kind zelf beter en gemakkelijker te kunnen begeleiden en is er voldoende notitieruimte om eigen ervaringen bij te houden.

In 2010 won ‘Hoezo ADHD?’ de Paravisie Award voor het meest inspirerende boek in de categorie nationaal. Als gevolg hiervan werd ik gevraagd om voor -en achter de schermen mee te werken aan de Zembla documentaire ‘De ADHD Hype’ en de aflevering ‘Kleuters aan de Ritalin’ van Nieuwsuur.

Bron: Brainquest