Nathaliekriek.nl

Dronken BN-er

dronken BN-er

Amsterdam, 2010. Tegenover me aan de bar zit een ontzettend knappe jongen de ruimte in te staren. Zelfs van een paar meter afstand zijn de prachtige ogen die hij in zijn hoofd heeft niet te missen. Hoewel ik persoonlijk niet snel van iemand onder de indruk ben, betrap ik mezelf erop dat ik steeds naar hem moet kijken.

Soms lijkt het of we oogcontact hebben, maar gezien zijn motoriek is hij al behoorlijk ver heen en kijkt hij voor zich uit zonder iets te zien.

Mijn vriendin Anouk die mij vanavond heeft meegesleept zit naast me. Zij komt hier wel vaker, in tegenstelling tot mezelf. Ik ben hier voor het eerst.

‘Wie is dat?’ vraag ik nieuwsgierig.

‘ Dat is nou die jongen over wie ik je laatst vertelde. Hij was vorige week nog op TV!’

Dubbele tong

Ze heeft inderdaad wel eens iets over hem verteld, maar ik had geen flauw idee over wie ze het had. Omdat ik vaak in de avonduren werk, kijk ik weinig televisie. Soapseries, talentenshows, films, alles gaat momenteel langs me heen. Of de mooie meneer aan de overkant nu acteur is, zanger of presentator, het zal. In elk geval weet ik nu wel hoe hij eruit ziet: razend knap!

Anouk kent hem vrij goed, ze drinkt vaker een biertje of een wijntje met hem. Hier, in zijn stamkroeg. Vanavond heeft hij kennelijk behoefte aan iets sterkers, hij drinkt whisky als limonade.

‘ Ik had hem nog niet eens gezien, zeker net binnen gekomen. Kom, ik stel je aan hem voor’.

Nou. Dit hoeft nu ook weer niet. Alleen kijken is ook leuk. Maar Anouk is al halverwege de bar op weg naar de overkant. Ze staat al naast hem als ik nog in beweging moet komen. De mooie jongen begroet haar uitbundig met een innige omhelzing en drie kussen. Anouk wenkt me. ‘Kom dan, suffe!’

Schoorvoetend loop ik in hun richting. Praatjes over niks zijn niet aan mij besteed en dronken mensen al helemaal niet. Ik ben hier vanavond dan ook niet voor mezelf. Anouk wilde graag op mannenjacht. Voor de gezelligheid vroeg ze me mee en omdat ik de vorige drie keer ook al ‘nee’ had gezegd, zei ik deze keer maar weer eens ‘ja’.

Ik blijk gelijk te hebben. De jongen is flink in de olie. Waanzinnig knap, maar strontlazarus. Hij zegt zijn naam, geeft me een hand en meteen ook drie kussen. Hij roept iets wat ik niet versta; een dubbele tong en keiharde muziek is een onhandige combinatie.

Toiletten

Naast de dronken jongen staat een man. Het blijkt zijn manager te zijn. Wanneer de muziek stil valt, kunnen we elkaar eindelijk even normaal te woord staan zonder te schreeuwen.

‘Ehm… hoe heet je ook alweer?’ vraag ik drollig.

‘Ha ha ha!’ lacht zijn manager uitbundig. ‘Dát is een goeie!’

Kennelijk kent iedereen de mooie dronken jongen, behalve ik.

Alhoewel, de dronken jongen schijnt het zelf ook allemaal niet meer te weten. Zwalkend loopt hij richting de toiletten. In het voorbijgaan slaat zijn manager hem op de schouder.

‘Geen dingen doen die ik ook niet zou doen hè!’ roept hij lollig.

Dan betaalt hij zijn rekening en gaat naar huis.

Wat een lul.

Wanneer Anouk en ik het wel gezien hebben in deze bar en besluiten om even verderop te gaan kijken, moet ik eerst nog even naar de WC.

Als we al kletsend en lachend het halletje naar de toiletten in lopen, zien we plotseling de mooie dronken jongen half onderuitgezakt op de grond tegen de muur zitten. Hij lijkt te slapen. Mensen stappen over hem heen, gunnen hem geen blik waardig.

Zelfs zijn manager heeft hem volledig aan zijn lot overgelaten.

‘Dit kan echt niet, zegt Anouk. ‘Kom Naat, we brengen hem naar huis, dit kan ik niet aanzien.’

Ik ben het met haar eens. Hoewel het natuurlijk zijn eigen schuld is dat hij in deze staat verkeert, begrijp ik ook dat Anouk hem als goede kennis niet zomaar kan laten liggen. Hem wakker maken blijkt echter nog een hele toer.

Gelukkig is de mooie dronken jongen niet al te groot of te zwaar. Als we hem ieder aan een kant op de been weten te krijgen, wordt hij warempel weer een beetje wakker. Met de mooie dronken jongen tussen ons in weten we voetje voor voetje de buitendeur te bereiken.

Herenhuis

‘Hij woont hier vlakbij’, weet Anouk.

Tussen ons in roept de mooie dronken jongen ongevraagd zijn adres. Hoewel hij de hik heeft lijkt hij wel weer wat bij zijn positieven te komen.

Dan wendt hij zich tot mij.

‘Waar … hik… kom je vandaan?’

‘Krommenie.’

De mooie dronken jongen lacht zijn prachtige witte tanden bloot. Hij staart me liefdevol aan. Hij houdt momenteel van iedereen, zo  lijkt het. Hij heeft in elk geval geen kwade dronk, dat scheelt.

‘Neej… ik bedoel … hik … je rootzz. Ben je Nederlands?’

Nadat ik hem zo beknopt mogelijk heb uitgelegd waar mijn grootouders vandaan komen, wil hij weten wat voor werk ik doe.

‘Ik schrijf.’

‘En ze legt tarotkaarten’, vult Anouk aan.

De jongen kijkt blij verrast.

‘Ik wil dat’, zegt de mooie dronken jongen. ‘Ik wil dat!’

‘Kan hoor, ze heeft ze altijd bij zich, toch Naat?’

Het klopt. Ik heb altijd een pocket-size tarotdeckje in mijn tas.

De mooie dronken jongen kijkt van Anouk weer naar mij.

‘Ik wil dat! Die kaarten! Ik wil dat.’

Ik moet ontzettend om hem lachen. Hoewel ik bezopen mensen doorgaans vreselijk irritant vind, is deze jongen behalve mooi en dronken ook lief en grappig.

‘Dan doen we dat.’

Yesss baby….

De jongen is blij.

‘Weet je wel wat tarotkaarten zijn?’ vraag ik voor alle zekerheid.

‘Echwel! Ik ben sssuuuper spritueel!’

Na bijna drie kwartier lopen over een stukje dat we makkelijk in twintig minuten hadden kunnen doorstappen als één van ons niet zo lam als een touwtje was geweest, zijn we eindelijk bij zijn woning aangekomen. Hij blijkt in een enorm herenhuis te wonen. Ondanks zijn dronkenschap krijgt hij redelijk snel zijn sleutel in het slot.

Tarotreading

Omdat ik sinds we hem in de hal bij de toiletten op de grond zagen zitten nog steeds niet naar de WC ben geweest, moet ik ondertussen echt heel nodig.

‘Mag ik even van je toilet gebruik maken?’

‘Tuurlijk. Be my guest.’

Het toilet bevindt zich in een trappenhuis. Als ik vraag met hoeveel personen hij dit moet delen kijkt hij me niet begrijpend aan.

‘Delen?’

‘Je WC. Met hoeveel mensen deel je de WC?’

‘Met niemand?’

‘Woon je hier alleen?’

Tuurlijk. Dizzis mijn huis toch.’

Voor de tweede keer die avond ben ik diep onder de indruk. Alsof hij in zijn eentje in een flat woont! Zijn trappenhuis is vergelijkbaar met dat van het appartementencomplex waar ik zelf woon. Alleen is dat een openbare ruimte en is dit helemaal van hem alleen. Werkelijk nog nooit zoiets gezien. Althans, niet in het echt.

Wanneer ik de huiskamer binnenkom, zitten Anouk en de mooie dronken jongen aan de eettafel al met smart te wachten op de reading. Anouk is zo’n beetje verslaafd aan de tarot. Jammer voor haar komt zij vanavond niet aan de beurt.

De mooie dronken jongen pakt het stapeltje van me aan. Zo goed en zo kwaad als het gaat, probeert hij de kaarten te schudden. Hij blijkt te kampen met meerdere problemen waar hij allemaal een oplossing voor wenst. Uiteindelijk lukt het hem om toch één gerichte vraag te stellen.

Nadat ik de kaarten voor hem op tafel heb uitgespreid en de vijf kaarten die hij gekozen heeft in een patroon voor hem op tafel leg, probeer ik deze zo kort en overzichtelijk mogelijk voor hem te duiden.

Wanneer ik hem middels de kaarten het antwoord op zijn vraag geef en hem van passend advies voorzie, lijkt hij daadwerkelijk te begrijpen wat hem te doen staat om dit probleem zo spoedig mogelijk op te lossen.

Nu maar hopen dat hij het zich morgen allemaal nog kan herinneren…

 

Meer persoonlijke verhalen over tarot, astrologie, dromen én mijn eigen visie op allerlei andere zaken leest u in mijn persoonlijke blog.