Nathaliekriek.nl

Waargebeurd liefdesverhaal

waargebeurd liefdesverhaal

‘Hoi Nathalie, je schreef ooit een waargebeurd liefdesverhaal over je ex, die stripper. Waar kan ik dit vinden? Staat het niet meer op je website?’ Het is een vraag die ik de afgelopen jaren regelmatig van diverse trouwe lezeressen ontving. Kennelijk heeft het verhaal destijds nogal indruk gemaakt op een aantal dames.

‘Ik heb het offline gehaald. ‘

‘Waarom?!’

‘Te persoonlijk. En bij nader inzien ook niet zo goed geschreven. Dat eigenlijk.’

‘Maar het was zo mooi!’

Na lang twijfelen heb ik besloten het verhaal dan toch maar weer online te zetten. Voor de liefhebbers. Het origineel dateert uit 2004, dus daar kon nog wel even een tekstuele update overheen. Daarbij past het verhaal eigenlijk ook wel goed bij de rest van de content op deze website waarvan een groot deel van het thema natuurlijk ‘spiritueel entertainment’ is.

Ik bedoel…strippers. Als dat geen entertainment is! Daarbij krijgt het verhaal ook nog eens een behoorlijk spirituele wending, dus waarom zou ik het niet met jullie delen? En dat het persoonlijk is, ach. ‘Maak van je shit je hit’, zeggen ze wel eens. Nou. Bij deze.

Daarbij heeft deze hele geschiedenis zeker ook bijgedragen aan het feit dat ik inmiddels niet meer geloof in paranormale zaken. Om spoilers te voorkomen, zal ik pas onder de volgende afbeelding vertellen waarom. Degenen die deze bizarre love story nog niet hebben gelezen, maar dit wel graag zouden willen, kunnen dit hier alsnog doen.

Degenen die het verhaal wel al kennen en benieuwd zijn hoe na deze bijzondere gebeurtenissen mijn geloof in paranormale zaken drastisch is afgenomen, kunnen nu rustig door scrollen.

‘Don’t dream it’s over’. Zo luidde de oorspronkelijke titel van dit waargebeurde verhaal. Het verhaal waardoor mijn toch al aanwezige geloof in het paranormale nog eens vele malen werd versterkt. Daarentegen heeft het uitgebreid analyseren van deze geschiedenis ervoor gezorgd dat ik hierover juist mijn twijfels kreeg…

Destijds geloofde ik nog heilig in een leven na de dood en was ik er van overtuigd dat het nummer ‘Don’t dream it’s over’ meerdere malen door Stewart de ether in was geslingerd om mij te laten weten dat hij inmiddels was overleden, maar toch echt wel van me hield en vanuit gene zijde zo nu en dan een oogje in het zeil zou blijven houden. Dat moest wel. Hoe had ik anders kunnen weten dat hij er niet meer was?

Eigenlijk had ik dit heel goed kunnen weten! Hoewel ik jarenlang heb geloofd dat Stewart degene was die mij vanuit het hiernamaals heeft laten weten wat er nu precies was gebeurd, waarom we niet meer samen konden zijn, was ik het eigenlijk al die tijd zélf die wist wat er gaande was. Niet alleen onbewust, maar zelfs ook een klein beetje bewust.

Laten we nog wat kleine passages uit de tekst halen waaruit blijkt dat ik al lang had kunnen weten hoe de vork in de steel zat.

Zo bleek bijvoorbeeld dat hij suikerziekte had, maar ook dat hij ontzettend slordig omsprong met zijn medicijnen. Ik had het etiket van zijn pillendoosje gelezen: drie drie maal daags, bij iedere maaltijd innemen. Maar Stewart ontbeet haast nooit. Hij nam alle drie pillen ’s morgens altijd in één keer in. Verder kwam ik erachter wat de hevige schommelingen in zijn stemming teweegbracht; hij gebruikte ontzettend veel drugs.’s Morgens begon hij op zijn nuchtere maag al met blowen. Dat ging de hele dag door, afgewisseld met zware shag. Daarnaast dronk hij sloten bier, vaak al vanaf een uur of twee ’s middags en slikte hij regelmatig speed om hele nachten door te kunnen halen. Dat alles in combinatie met zijn diabetes baarde me vreselijk veel zorgen.

> Je hoeft niet paranormaal begaafd te zijn om in te zien dat Stewart er een behoorlijk ongezonde levensstijl op na hield. Ik heb me hier van begin af aan al zorgen om gemaakt. Sterker nog, mijn zorgen om zijn gezondheid liepen van het begin tot het eind als een rode draad door onze relatie heen. Zowel bewust als onbewust.

Hij zag er vreselijk tegenop de taal te leren en daarbij wilde hij zijn moeder ook niet in de steek laten. Ze begon te kwakkelen met haar gezondheid en ze had het jaar daarvoor kort na elkaar zowel haar man als Stewart’s oudste broer verloren aan kanker.

> Deze afschuwelijke ziekte zat bij hen in de familie. Ik weet nog dat ik toen ik dit hoorde, ook meteen bang was dat het Stewart ooit zou treffen. Niet alleen vanwege zijn ongezonde levensstijl, maar dus ook vanwege de mogelijk erfelijke factor.

Ik wilde voor hem zorgen, maar dat was juist wat hij níet wilde. Ik mocht me niet met zijn medicijnen bemoeien, niet met zijn ongezonde manier van leven en ik mocht hem ook niet verzorgen als hij ziek was. Op zijn onderarm stond het al in grote letters getatoeëerd: Death before Dishonor. Hij was zo vreselijk trots, hij redde zichzelf wel.

> Het stond letterlijk in zijn onderarm gegraveerd. Hij zou liever sterven dan zijn waardigheid verliezen. Inmiddels wist ik ook dat hij beslist niet wilde dat ik – of iemand anders – hem zag op momenten dat hij ziek of hulpbehoevend was.

Als we eenmaal een kindje zouden hebben, hij vanzelf vaker thuis willen zijn en minderen met de alcohol en drugs, zo hield ik mezelf voor. Inmiddels begon hij ook echt te tekenen; hij was kilo’s afgevallen en had al een paar keer van het management te horen gekregen dat hij niet meer moest vermageren, anders kon hij geen deel meer uitmaken van de groep. Maar Stewart had er maling aan. Zoals hij maling had aan alles.

> Stewart begon plotseling en in korte tijd heel veel af te vallen. Stewart zei dat dit mogelijk met zijn diabetes te maken had, maar met in mijn achterhoofd de ziekte waar zijn vader en broer aan waren overleden, maakte ik me hier vreselijk veel zorgen om. Ik heb hem regelmatig gevraagd om alsjeblieft langs zijn huisarts te gaan, wat hij bij hoog en bij laag weigerde. We hebben er zelfs een hele avond ruzie om gehad…

 

Op een avond toen ik hem belde reageerde hij heel koel: ‘It’s not a good time now’.

> Natuurlijk hoorde ik aan de manier waarop hij sprak dat er iets aan de hand was. Dat er iets was dat hem verdrietig maakte. Dat hij niet wilde praten. Mijn onderbewustzijn legde op dat moment waarschijnlijk direct de link met mijn eigen zorgen om zijn gezondheid. Ook wist ik  uit ervaring dat hij zich afsloot van anderen wanneer hij zich niet goed voelde. Dat hij op zulke momenten alleen wilde zijn en met niemand wilde praten.

Die avond belde hij me terug. Hij was alleen bij Loch Lomond en zijn stem klonk anders dan anders. Zachter. Liever ook. Hij was heel serieus voor zijn doen, en plotseling zei hij zomaar uit het niets: ‘I love you…’

> Loch Lomond was ‘ons’ plekje, maar ook de plek waar hij naar toe ging als hij alleen wilde zijn. Ik wist waarschijnlijk wel – op basis van ons vorige korte gesprek – dat er iets aan de hand was. Maar omdat hij eindelijk de woorden tegen me zei die ik al zo lang van hem wilde horen heb ik er verder niet teveel aandacht aan besteed. Daarbij wilde ik ook niet tegen hem zeuren. Toch heeft mijn onderbewustzijn alles – tussen de regels door – geregistreerd en het verband gelegd; Stewart was ziek. Ernstig ziek.

Ik verscheurde het briefje, ruimde de spullen op die in het pakketje hadden gezeten en gooide de kleren die hij ook had opgestuurd in de wasmachine. Toen ik nog eenmaal mijn neus erin drukte rook alles nog naar hem. En terwijl ik zijn geur opsnoof ging er door me heen: het klopt niet, hij is niet eerlijk tegen me.

> Er was iets dat hij verzweeg. Het was niet logisch dat hij eerst – na een jaar – eindelijk uitsprak dat hij van me hield en vervolgens zomaar uit het niets de relatie verbrak. Daarbij wist ik ook nog hoe hij zich gedroeg toen hij met de gekneusde ribben zat. Toen wilde hij me ook zo snel mogelijk weg hebben. Mijn onderbewustzijn sloeg op dat moment als het ware als een gek aan het puzzelen om alles met elkaar in verband te brengen.

Toen op een middag de telefoon ging en mijn vriend opnam, hoorde ik hem zeggen: ‘Nee, daar wil ze niets meer mee te maken hebben. Goedemiddag’. Ik vroeg hem wie het was. ‘Iemand van die groep van je ex,’ antwoordde hij. ‘Maar ik heb gezegd dat je daar klaar mee bent’.’Wat wilden ze dan?’ ‘Geen idee. Toen had ik al opgehangen’.

> Door dit gemiste telefoontje heb ik altijd onbewust geweten dat ik destijds een belangrijk bericht heb gemist. Ze belden me immers niet zomaar op.

Twee jaar later hoorde ik op een gegeven moment overal waar ik kwam ‘Don’t dream it’s over’, het liedje van Crowded House. Het liedje van Stewart en mij. Ik hoorde het in de supermarkt, ik hoorde het toen ik een tuincentrum binnen ging, ik hoorde het op de fiets, terwijl een auto me passeerde waarvan de bestuurder het liedje keihard had aanstaan. Ook wanneer ik zelf in de auto de radio aanzette, kwam het regelmatig voor dat ‘Don’t dream it’s over’ daar net werd gedraaid. Het viel gewoon echt op hoe vaak dit nummer plotseling voorbij kwam terwijl het al lang al geen hit meer was!

> Waarschijnlijk kwamen er wel vaker liedjes meerdere malen voorbij die op dat moment geen hit meer waren, maar vielen deze mij niet op omdat ik daar geen speciale herinnering aan had. We besteden altijd alleen aandacht aan datgene wat we herkennen. Andere dingen waar geen herinnering aan gekoppeld is, gaan meestal onopgemerkt langs ons heen omdat deze geen reactie van herkenning teweeg brengt in ons onderbewustzijn.

Wonder boven wonder zag ik het twee dagen later liggen op de badkamervloer, terwijl ik daar al tig keer had gekeken. Ik begreep er werkelijk niets van. Ik raapte het ringetje snel op en stopte het weer terug in mijn sieradenkistje. Toen ik de volgende dag ’s morgens mijn slaapkamerraam opendeed, zetten de stratenmakers die voor de de deur aan het werk waren net hun radio aan. Ik herkende direct het intro. Kippenvel…In alle vroegte schalde ‘Don’t dream it’s over’ door de straat.

> Het brein is een raar iets. Juist doordat mijn zoontje – toevallig-  het oorringetje van Stewart had gepakt (misschien was dit iets dat hij gewoon makkelijk kon vastpakken met zijn kleine vingertjes in tegenstelling tot sommige andere glinsterende kettinkjes) en ik in die tijd – toevallig – ook steeds ‘Don’t dream it’s over’ voorbij had horen komen (radiozenders draaien nu eenmaal vaak dezelfde liedjes), had ik in korte tijd vaker aan Stewart gedacht.

Dit natuurlijk omdat de muziek en het sieraad plotseling weer allerlei  herinneringen bij me boven brachten. Herinneringen die ook in verband stonden met de zorgen die ik had omtrent zijn gezondheid, waardoor ik automatisch dacht: zal hij nog wel leven na alle roofbouw die hij op zijn lichaam heeft gepleegd?

Dit gevoel werd nog eens versterkt door de herinnering aan het feit dat hij plotseling zoveel begon af te vallen, terwijl zijn vader en broer allebei aan kanker waren overleden. En dat hij ondanks zijn mogelijk erfelijke aanleg voor deze ziekte toch bleef roken, drinken en drugs gebruiken en daarbij ook nog slordig bleef omspringen met zijn medicijnen voor zijn diabetes. En dan was er natuurlijk nog het telefoontje van iemand van de groep die me destijds heeft proberen te bellen maar me wegens de onhandige reactie van mijn vriend niet had kunnen bereiken.

In mijn onderbewustzijn vielen langzaam maar zeker alle puzzelstukjes op hun plek en kreeg ik door de herinneringen die de muziek bij me teweeg bracht stukje bij beetje eindelijk ‘helder’ wat er gebeurd zou kunnen zijn.

Plotseling bekroop me een heel naar gevoel. Ik vermoedde dat Stewart niet meer leefde. Ik vermoedde dat hij was overleden, en dat hij mij, door me overal dit liedje te laten horen, me toch wilde laten weten dat hij werkelijk van me hield. En nog bij me is, soms.

> Natuurlijk wilde ik dit graag geloven. Stewart was mijn eerste echte grote liefde en de manier waarop hij mij zomaar uit zijn leven had gebannen heeft me lange tijd niet lekker gezeten. Door te denken dat het zijn geest was die mij dit via ons liedje heeft laten weten, kon ik mezelf toch voorhouden dat dit het ‘bewijs’ was voor twee dingen die ik zelf graag wilde geloven. Te weten: dat er helemaal geen ander was, en hij toch wel heel veel van mij gehouden heeft én dat er wel degelijk sprake is van een leven na de dood.

Achteraf bewijst dit verhaal vooral dat mijn brein – na drie jaar lang bewust en onbewust verbanden te hebben gelegd tussen mijn persoonlijke herinneringen en allerlei externe factoren – eindelijk de puzzel had opgelost. 

De antwoorden die ik nadien van het management kreeg waren achteraf gezien dan ook eigenlijk niets anders dan een bevestiging van hetgeen ik door logisch na te denken (één plus één is twee) zelf al had ontdekt. Namelijk dat het, gezien alle omstandigheden, niet ondenkbaar zou zijn dat Stewart was overleden.

Eén ding kan ik echter niet verklaren. En dat is het gesprek dat ik met mijn zoontje had over ‘Piet Zwart’. De enige verklaring die ik hiervoor kan geven is dat hij echt ‘Piet Zwart’ zei en ik hier graag ‘Stewart’ in wilde horen. Een kindje van drie kan natuurlijk niet alles even duidelijk uitspreken. Toch blijft het frappant dat hij exact de dingen ontkende –  toen ik vroeg naar bepaalde uiterlijke kenmerken van ‘Piet Zwart’ –  die niet van toepassing waren op Stewart en uit zichzelf de dingen zei die dit wél waren.

Inmiddels ben ik bereid dit incident af te doen als toeval. Mijn zoon zei dat ‘Piet Zwart’ een klein hoedje op had. Toevallig was Stewart ook in het bezit van een klein hoedje. Maar voor het zelfde geld is ‘Piet Zwart’ een verzinsel dat gebaseerd is op een vrolijk tekenfilmfiguurtje die mijn zoontje ergens op TV had gezien, wie zal het zeggen.

Ook heb ik geen logische verklaring voor het oorringetje dat plotseling in het midden op de badkamervloer lag, terwijl ik hier al meerdere malen had gekeken. Eerlijk is eerlijk, dat blijft vreemd. Al wil het natuurlijk ook niet direct zeggen dat Stewart het daar heeft neergelegd. Daar is immers ook geen bewijs van.

Opvallend is wel dat sinds ik niet meer in het paranormale geloof, ik ook geen boodschappen meer heb ontvangen uit het hiernamaals. De overtuigd spiritist zou hierop kunnen zeggen dat dit ook niet meer nodig is. Omdat Stewart mij nu alsnog duidelijk heeft kunnen maken wat er aan de hand was en om deze reden nu rust heeft gevonden en naar het Licht is gegaan.

Toch geloof ik dat mijn ‘paranormale’ waarnemingen vooral waren gebaseerd op verwachting. Onbewust wist ik waarschijnlijk al lang wat er aan de hand was, maar omdat ik op dat moment nog overtuigd was van het bestaan van een leven na de dood, bleef ik alert op mogelijke aanwijzingen en eventuele bevestigingen. Omdat ik deze ook heel graag wílde ontvangen, kreeg ik deze ook.

Desondanks ben ik van mening dat de aanwijzingen waarvan ik dacht dat deze van Stewart afkomstig waren vooral zijn gebaseerd op toevallige gebeurtenissen die de herinneringen in mijn onderbewustzijn prikkelden. De paragnosten en mediums die ik na zijn dood bezocht, maakten het echter helemáál bont! Zij gaven mij het laatste zetje dat ik nodig had om van mijn geloof in het paranormale te stappen.